Alpentour Trophy: een klavertjevier in de bergen rond Schladming

Sport
17 November 2019 — Jorgen Coene

Onze verre voorouders beschouwden een klavertjevier reeds in de middeleeuwen als een geluksbrenger. Met een beetje verbeelding herken je de vorm van het bijzondere plantje wanneer je de vier ritten van de Alpentour Trophy uittekent op een kaart van de regio rond het charmante gastoord Schladming. Gewapend met mijn fietsuitrusting ging ik in de Oostenrijkse mtb-meerdaagse op zoek naar mijn geluk …

Volgens de legende stelt elk bladje van een klavertjevier iets voor: het eerste hoop, het tweede vertrouwen, het derde liefde en het vierde geluk. Ik ben benieuwd of die vier woorden ook van toepassing zijn op de Alpentour Trophy. Hoop alvast wel. Hoop dat het allemaal wel in orde komt, want de dagen voor het startschot is iedereen in de ban van het weerbericht en de overvloedige sneeuwval die midden juni de Alpen in haar greep houdt.

Het eerste ‘slachtoffer’ van die hevige sneeuwval valt al snel. Een metersdik wit sneeuwtapijt heeft de hooggelegen Giglach Seen compleet afgesloten van de buitenwereld. Wij kennen deze mooie bergmeren en de charmante houten huizen van de Ursprungalm nog van een vorige deelname, maar wie er nog nooit geweest is, kunnen we warm aanbevelen om enkel voor die rit ooit terug te keren naar de Alpentour Trophy. De tweede rit zal er dit jaar dan ook helemaal anders uitzien.

Klaverblad 1: Dachstein

Daar bleef het echter niet bij, want aan de vooravond van de eerste rit kregen we het bericht binnen dat ook de openingsrit zou aangepast worden. Met de Rittisberg (1560 meter) verdwijnt er, wegens te gevaarlijk na de sneeuwval, een stevige klim uit het oorspronkelijke parkoers. Dat scheelt een flinke slok aan klimkilometers en meteen groeit mijn vertrouwen dat ik deze eerste rit zonder al te veel moeilijkheden zou overleven. Valse hoop zou blijken.

Na een zachte aanloop met hier en daar een worteltje dat zich voor mijn wielen werpt, mag mijn ketting een eerste keer het kleinste tandwiel opzoeken. Via een brede schotterweg klauter ik door het bos hoger en hoger de stilte in. Af en toe gaat het gebladerte net voldoende opzij om me een glimp te laten opvangen van de steeds kleiner wordende wereld onder me.

Wanneer ik eindelijk nog eens de kracht vind om mijn ogen naar de hemel te richten, doemt het reusachtige Dachsteinmassief als een onneembare burcht voor me op.

Gelukkig luidt de berghut op de Brand Alm het einde in van de klim.

Normaal zouden we hier rechts een pad indraaien om nog wat hoger te gaan tot de Türlwandhütte, maar niet tijdens deze editie, want we hebben de sneeuwgrens bereikt. Oef, zou ik bijna durven zeggen, want mijn ‘grenzen’ liggen ondertussen ook al een eindje achter me …

Langs een hobbelig en steil pad stort ik me de diepte in waar ik eens beneden de Rittisberg links mag laten liggen. In de plaats daarvan zet ik meteen koers naar de bevoorrading in Ramsau waar de nabijgelegen ‘smerige’ klim naast de skischans nog geen sikkepit vlakker geworden is.

Mijn Waterloo volgt wat verderop, op exact dezelfde plaats als twee jaar geleden. Waar velen hun tanden stukbijten op de Ventoux of andere Galibiers, is mijn zwart beest een Oostenrijkse berg zonder naam en faam.

Het lijkt wel of de bergwand krampachtig mijn banden omknelt en me nooit meer wil loslaten

Het lijkt wel of de bergwand krampachtig mijn banden omknelt en me nooit meer wil loslaten. Tergend langzaam verschuift mijn ketting schakel per schakel over mijn tandwielen en nog langzamer ‘rollen’ mijn wielen de berg op …

Vanuit de hoeken van mijn diep in de oogkassen liggende ogen zie ik dat de anderen hetzelfde lot ondergaan, allen onze eigen dans der stervende zwanen uitvoerend! Sterven zijn we echter nog niet van plan en via een malsgroene alpenweide bikkelen we ons een weg naar een laatste singletrack. Die mondt uit in het bikepark van Schladming en brengt ons naar de finish onderaan de skipiste.

Klaverblad 2: Hochwurzen

Zoals gezegd geen Giglach Seen op het menu van dit jaar. Veel tijd om daarover te treuren is ons niet gegund, want in een rotvaart verlaten we Schladming en trekken we naar de Reiteralm waar de laatste hand wordt gelegd aan nieuwe mountainbike-trails. Dit is een nieuwe beklimming in de geschiedenis van de Alpentour Trophy en via een gelijkmatige, brede weg klim ik naar de top.

Lastiger wordt het wanneer we na de afdaling de afslag nemen naar de tweede klim van de dag. Het eerste stuk is nog vlot berijdbaar, maar het laatste stuk naar de Kleine Hochwurzen is te steil om op de fiets te blijven en voetje per voetje schuifel ik naar de top.

Terwijl de zon in mijn nek brandt, mag ik de laatste meters door de sneeuw baggeren.

Nadat ik ook nog de ‘muur’ overwonnen heb naar de Hochwurzenhütte, kan ik eindelijk mijn tot dan zo goed als werkloze remmen warm stoken.

Beneden neem ik de tijd om armspieren en remmen even te laten afkoelen alvorens me via dezelfde alpenweide als gisteren naar de laatste afdaling van de dag te reppen. Voor de tweede dag op rij smijt ik me in het bikepark van Schladming naar beneden.

Klaverblad 3: Hauser Kaibling

Ik kijk al niet meer verbaasd op wanneer ik ’s avonds de melding krijg dat ook de derde rit hier en daar wat wordt aangepast. Na een lange aanloop van ongeveer 20 kilometer over de trails en wortels van Lodenwalker beginnen we in het dorpje Ruperting aan de belangrijkste beklimming van de dag.

Twaalf kilometer lang zullen we ons kunnen opwarmen aan de beklimming naar de top van de Hauser Kaibling. Het asfaltgedeelte bij het verlaten van het dorp verloopt nog vlot.

Ik heb me in een groepje genesteld en in gestrekte draf gaat het vervolgens over een brede schotterpiste richting de Maierlalm en Schmiedalm.

Dit is Oostenrijk zoals je het droomt: groene alpenweides, een idyllische bergrivier en de onneembare toppen van de Hohe Tauern die voor ons liggen.

Eens aan de Schmiedalm wordt het pad iets moeilijker. Graspaden bollen nu eenmaal minder vlot. Ik moet mijn Deense gezel laten gaan en troost me met de gedachte dat hij waarschijnlijk wel wat jonger is dan mezelf. ‘s Avonds ben ik echter weer een illusie armer wanneer ik bij het checken van de uitslag vaststel dat hij toch al enkele jaartjes meer op de teller heeft staan …

Wanneer ik eindelijk de grote masten op de top van de Hauser Kaibling zie staan, voel ik een zekere vorm van opluchting. Het ritprofiel gaat vanaf nu vooral in dalende lijn, met nog één klein bergje dat ik wel snel klein zal krijgen.

Maar eerst moet ik me bergaf nog door enkele sneeuwvelden worstelen. Het dikke wolkendek boven onze hoofden geeft de zonnestralen geen schijn van kans en ik krijg het zowaar koud in de afdaling. Bijna mis ik een afslag. Brutaal wordt ik wakkergeschud en gaat het opnieuw steil omhoog over een singletrack door het bos. De knik is amper zichtbaar op het ritprofiel, maar mijn benen zullen dit ‘rotding’ nog lang heugen.

Ook de laatste beklimming van de dag valt me zwaar. De mooie singletrack door het bos verlicht gelukkig de pijn. Wanneer de pijlen van het bikepark verschijnen, weet ik dat ook deze dag weer voorbij is, al blijft het opletten om veilig beneden te geraken in de vele kombochten van het bikepark.

Tegen dat we ’s avonds in de congreszaal van Schladming mogen aanschuiven voor het buffet, zijn de pijnlijke benen alweer vergeten. In de Alpentour Trophy staat elke avond in het teken van een ander thema en vandaag genieten we van een Australische avond (de organisatie van de Alpentour Trophy zit ook achter de mythische Crocodile Trophy) waarbij de volle zaal geboeid luistert naar de wondermooie sound van didgeridoos. Het hoeven niet altijd alpenhoorns te zijn in de bergen.

Klaverblad 4: Planai

Traditiegetrouw wordt de Alpentour Trophy afgesloten met een individuele klimtijdrit. De ideale gelegenheid voor een laatste groots nummer! De eerste kilometers probeer ik zo goed en kwaad mogelijk mijn benen te sparen. 14 kilometer klimmen kan je best goed indelen.

Terwijl ik me met mijn blik op oneindig de berg ophijs, vang ik in de verte echo’s op van muziek en gejoel. Ik ontwaak uit mijn trance en een snelle blik op mijn fietscomputertje leert me dat ik nog maar amper 8 kilometer ver ben. Amai, veel ambiance aan het tussenstation, denk ik bij mezelf.

Ik laat me echter niet van de wijs brengen en keer terug in mijn eigen wereld waar ik een bocht later brutaal uit wordt losgerukt. Een zee van mensen duikt voor me op. Dit kan toch niet, is dit de finish? En mijn groots nummer dan? Blijkbaar is de melding dat ook de slotrit werd ingekort aan me voorbijgegaan en voor ik het weet sta ik boven op de Planai.

De finishersmedaille smaakt dubbel zoet voor me. In 2018 werd ik getroffen door een beroerte en dat ik er een jaar later in slaag om de Alpentour Trophy tot een goed einde te brengen, brengt toch wel wat emoties naar boven. Hoop en vertrouwen dat het met de gezondheid weer goed zit, de liefde voor het leven en een gelukzalig gevoel … ik heb in de bergen rond Schladming alvast mijn klavertjevier gevonden!

Zelf zin gekregen om je geluk te komen beproeven rond Schladming, omcirkel dan alvast 11 tot 14 juni 2020 met rood in de agenda voor de 22ste editie van de Alpentour Trophy. De inschrijvingen zijn ondertussen geopend.

Meer info op alpen-tour.at