BeMC 2023: een beproeving die bewaard moet blijven!

Door Juul van Loon -

  • Sport

BeMC 2023: een beproeving die bewaard moet blijven!

Was de tiende editie van de BeMC de laatste editie van deze fantastische, loodzware meerdaagse? In ieder geval de laatste met Koenraad Vanschoren als hoofd van de organisatie, zo gaf de ‘godfather’ van de ‘hardest mountainbikerace in the Benelux’ na afloop aan. Vojomag was er met Hemelvaart uiteraard weer bij en we hebben nu onze vingers gekruist: deze beproeving moet namelijk voor de mountainbikesport bewaard blijven! Waarom, dat lees je in het volgende.

De coronacrisis heeft ons één ding geleerd: hoewel we het in ons (overwegend) goed georganiseerde Europa wel vaak denken, is lang niet alles vanzelfsprekend. Dat geldt ook voor de mountainbikewereld. Het organiseren van wedstrijden was al een grote opgave, maar is er niet makkelijker op geworden, onder meer door hogere kosten en extra regelgeving. Daarom moeten we ons als coureurs in de vingers knijpen dat er liefhebbers zijn die (al dan niet op vrijwillige basis) veel tijd en energie stoppen in een evenement.

Koenraad Vanschoren is zo iemand die het goed voorheeft met de fanatieke mountainbiker. Al denk ik soms ook dat hij iets tegen ons heeft. Ik sta aan de start van mijn vierde BeMC, zijn geesteskind, en één ding is bij al die deelnames onveranderd gebleven: het parcours is loodzwaar. Moordend. Meedogenloos, onmogelijk soms. Vier etappes staan er op het menu. Veel hoogtemeters, veel steil klim- en daalwerk, veel zwaar lopende ondergrond, vaak met wortels en rotsen bezaaid. Wie aan de BeMC deelneemt, kan zijn borst natmaken voor vier dagen mountainbiken in zijn puurste vorm.

Ook dit jaar is de race een hoog aangeschreven UCI-koers (S1) en daardoor staan er veel sterke coureurs aan de start. Veel toppers uit de Benelux uiteraard (al mag dat nog wel wat meer zijn), maar ook uit de rest van Europa en daarbuiten: uit Canada, uit Amerika en ook uit Zuid-Afrika (zoals Amy Wakefield en Tristan Nortje). Mijn eigen doel is om te kijken wat ik waard ben in zo’n internationaal startveld, na vorig jaar om het podium te hebben gestreden in de open klasse (35+).

Dat de coureurs van ver komen, laat nog maar eens zien dat de BeMC een succesformule is. ‘Never change a winning concept’, maar dit jaar is er toch wat wél anders. La Roche-en-Ardenne is steevast start- en finishplaats, maar deze keer niet. Door een ander evenement in het vaste ‘finishhotel’ (vanwege Hemelvaart) is de finish (en op de eerste dag ook de start) in Bérismenil, op het terrein van de lokale voetbalclub. De etappes zijn daardoor licht gewijzigd ten opzichte van voorgaande jaren. Wat extra kilometers in het begin, bovenal een zwaarder einde – want bergop.

De tijdrit van donderdag (20km/700hm) heeft de grootste metamorfose ondergaan. Ieder nadeel heeft z’n voordeel of andersom, moet Koenraad gedacht hebben, want na amper drie kilometer is daar al een van de meest gevreesde beklimmingen van de omgeving: de Muur van Borzée. Ik hou me in de aanloop bewust wat in, omdat ik per se fietsend boven wil komen. Onder het toekijkend oog van de geblesseerde topcoureur Wout Alleman lukt dat en daarna is het zaak om snel ritme te vinden. Met het oog op de drie dagen die nog gaan komen en het relatief late starttijdstip doe ik daarna niet ál te gek meer. Toch is het genoeg om me niet door de 1 minuut achter me gestarte (ex-)wegprof Jens Debusschere in te laten halen en als 29ste te finishen.

Debusschere, en ook Jurgen Roelandts (beiden van Yara-Belisol) en Jens Keukeleire (EF Education) komen deze editie een kijkje nemen in de wondere wereld van het mtb-stage racen. Of ze hélemaal een goed beeld hadden van wat ze kunnen verwachten, dat valt te betwijfelen. Mijn teamgenoot Bart rijdt in de tweede etappe (80km/2600hm) in een groepje dat met een rotvaart over de Ardense paden raast, als hij Roelandts tegen een andere coureur hoort zeggen: ,,Gaat het er in dit soort wedstrijden altijd zo heftig aan toe?”

Het is ook niet niks, die BeMC. Echt lang zijn de beklimmingen van deze rit niet. Maar het zijn er veel. En ze zijn vaak steil. En ze volgen elkaar in hoog tempo op. Zeker als je bij de Ourthe bent aanbeland. Het Ardense kronkelriviertje is de levensader van deze etappe, maar knijpt tegelijk in hoog tempo de bloedtoevoer naar benen en armen van de deelnemers dicht. Je moet keer op keer met veel focus naar beneden ‘rammelen’, stenen ontwijken, het spoor houden, over gladde wortels glibberen. En als je de Ourthe dan ziet, kun je je borst natmaken voor een beklimming van heb-ik-jou-daar, die meestal ook nog eens een smerige uitloper als toetje heeft.

Zelf lig ik wel lekker in koers. Ik geef bij de start veel, verpruts die inspanning bijna op de bekende beklimming boven camping Le Vieux Moulin, maar sluit na een kilometer of dertig aan bij een groep met Nederlandse subtoppers als Thom Bonder en Bas Peters. Daar moet ik helaas niet veel later weer bij lossen. Ik moet mijn inspanningen van de start wat bekopen in de laatste dertig kilometer. Op een brute, net wel/net niet te rijden stenenklim kan ik nog wel afstand nemen van veldrijder Vincent Baestaens (“Het is toch stevig hier, hè”), maar ik ben blij dat ik net op dat moment wordt bijgehaald door teamgenoot Bart. In zijn zog rij ik naar de finaleklim, waar ik op hangen en wurgen mijn positie (31ste) kan behouden.

We zijn deze editie van de BeMC, het is wel eens anders geweest, gezegend met perfecte weersomstandigheden. Nog niet alle plekken in het bos zijn droog, maar het parcours ligt er gewoon goed bij. De derde etappe (84km/2600hm) heeft een pittige start. In twee fases gaat het richting een top bij Samrée, daarna over veelal snelle (dalende) paden richting Achouffe. Het loont dus om wat risico te nemen in het begin, om een snel groepje te vinden. We passeren op de weg omhoog ook finishplaats Bérismenil en daar haak ik net aan in een grote, tweede of derde groep. Gelukkig staat de wind tegen, en kan ik wat schuilen. Al moet ik daar wel op z’n Nederlands op het kantje voor rijden. Met een snelheid van amper tien kilometer per uur …

Daarna is er hectiek. We vliegen de verzorging bij de Chouffe-brouwerij door en eigenlijk vind ik het allemaal wat te hard gaan. Er komt nog een stevige passage bij Houffalize aan (inclusief een flink stuk over het wereldbekerparcours) en ik heb geen zin om mezelf op dezelfde manier tegen te komen als een dag eerder. Ik besluit m’n eigen tempo te gaan rijden, en krijg daarin medestand van Baestaens. We rijden een tijdje samen, maar hij gaat op de wat snellere stroken richting ‘Houffa’ me net wat te hard.

Ik rij vervolgens alleen, maar niet voor lang. Ik had gehoopt wat meer marge achter me te hebben gecreëerd, maar al snel word ik bijgehaald door andere coureurs. Gelukkig kan ik op het World Cup-parcours zonder voor m’n plek te hoeven vechten binnen de comfortzone blijven. Ik ben geen technisch wonder, maar kan zo wel genieten van de mooie paden die daar liggen. Minder blij ben ik als ik dat stuk achter me laat, het pad waar ik rij herken en mezelf realiseer dat er weer een muur aankomt. Dertig seconden later worstel ik mezelf over losliggende keien en een percentage van ruim boven de twintig procent omhoog. Het is kantje boordje, maar ik kom fietsend boven.

In een fijn groepje met wat bekende concurrenten vind ik gelukkig mijn ritme terug, als we weer richting Ourthe gaan om nu de bekende rivier crossing te doen. Ik heb inmiddels wel door hoe je die het beste kunt nemen (fiets op de kop in de nek) en besluit daar de finale in te zetten. De oversteek zelf blijft een aparte gewaarwording. Het is niet makkelijk om met een fiets op je schouders je balans te houden op grote, gladde keien die je niet ziet liggen. Je wilt eigenlijk zo veel mogelijk naar de bodem kijken, maar als je dat te veel doet word je uit evenwicht gebracht door water dat snelstromend door je gezichtsveld gaat, als een trein bij een spoorwegovergang.

Het koude water kan ook een veroorzaker van kramp zijn, maar deze opfrisser lijkt mijn benen nu goed gedaan te hebben. Zo kan ik in de laatste vijftien kilometer bijna al mijn concurrenten lossen, iets van mijn wat zwakkere middengedeelte goedmaken en zo als 35ste finishen.

Waar ik normaal gesproken tijdens een meerdaagse elke dag wat verder naar voren eindig in de uitslag, is het nu andersom. Het zegt genoeg over de sterkte van het startveld. Toch eist het parcours zijn tol en door inzinkingen en pechgevallen van anderen sta ik met nog een etappe te gaan net in de top dertig van het klassement. Dat vasthouden is mijn doel. De laatste rit is steevast iets korter (60km/2075hm) en over twee ronden, maar niet per se makkelijker (want nog steeds veel hoogtemeters).

De eerste drie dagen zijn, dat moet ik toegeven, ook een aanslag geweest op mijn lichaam en heel fris voel ik me niet meer. Dat ik Keukeleire – die een erg sterke meerdaagse rijdt en steeds verder naar voren finisht – in het startvak met een ongepoetste, bemodderde helm zie staan sterkt me in de gedachte dat ik niet de enige ben: die heeft gistermiddag ook alle tijd nodig gehad voor zijn herstel. Ik weet in ieder geval zeker dat ik over een paar minuten mentaal niet in staat ga zijn om over het randje te gaan op de startklim, de Haussire onverhard. Ik besluit om de twee ronden zo steady mogelijk te rijden.

Als we niet lang na het startschot bij Parc á Gibier via een krappe bocht naar rechts voor het eerst onverhard gaan, is daar de gebruikelijke chaos. Het is vechten voor een plekje waar eigenlijk maar één echt goed spoor is. De steiltegraden wisselen zich af en ik sta op het punt om toch volledig in ‘volle-bak-koersmodus’ te gaan, maar kan mezelf net op tijd inhouden. Met dank aan mijn vollopende benen, waarvan ik al snel de bevestiging krijg dat ze het echt wel mooi vinden geweest.

Ik probeer een groepje te zoeken, maar dat is niet per se makkelijk. Eerst rijd ik me, als straaljager die landt op een vliegdekschip, vast in een diepe modderpoel. Er is geen ontkomen aan, gezien dat de mannen om me heen vrijwel allemaal hetzelfde overkomt. Daarna is het parcours weer een aaneenschakeling van typische BeMC-trails.

Vlak voor de doorkomst heeft Koenraad weer een paar nieuwe, steile stroken bergop uit zijn hoge hoed getoverd, daarna doet hij er nog een schepje bovenop. Eerst met een prachtig downhillpad dat over veel hindernissen naar beneden kronkelt. Ik kom er niet heel soepel doorheen, maar krijg gelukkig de kans om die fout te herstellen als we weer helemaal beneden zijn in La Roche. Daar ligt een beklimming die voor mijn gevoel steiler én langer is dan de Muur van Borzée. Eén verschil: het is makkelijker grip houden op de ondergrond.

Daardoor kan ik volledig focussen op mijn inspanning, die haast maximaal is om op een fatsoenlijke manier boven te komen. Ik hoop dat ik in de laatste 20 kilometer van de BeMC nog wat plekken goed kan maken. Dat lukt, maar het gaat niet vanzelf. Het is in de finale, als eigenlijk altijd tijdens de BeMC, een strijd van man tegen man. Iedereen ruikt de finish, iedereen probeert het laatste restje energie uit de benen te persen. Mijn voorzichtige start levert me een paar plekjes winst op, en zo kom ik als 39ste over de streep.

Door mijn relatief steady uitslagen, word ik 27ste in het klassement, op ruim 1.15u van winnaar Frans Claes. Na de finish praat ik onder het genot van een lekkere bak pasta (al hadden dat ook Belgische frieten mogen zijn) na met wat andere coureurs over deze editie. Dat de BeMC loodzwaar blijft, door zijn intensiteit misschien wel zwaarder dan een Alpen-meerdaagse. En dat de finish in Bérismenil, in ieder geval met dit weer, door de ruimte die er daar is wel prima was. Met bijvoorbeeld een start over de grote weg vanuit Borzée/Maboge biedt het ook kansen als geheel ‘koersdorp’.

Pas ‘s avonds hoor ik dat dat er misschien wel helemaal niet meer toe doet, omdat Koenraad na tien edities stopt. Ik schrik ervan. Als dat ook het einde van de BeMC zou zijn, zou dat doodzonde zijn … Want ik heb dan wel weer vier dagen mijn lijf een stevige opdonder gegeven, als ik nu kon tekenen om dat volgend jaar weer te mogen ervaren zou ik het meteen doen!

Meer info via www.bemc.be

DoorJuul van Loon