Bike Transalp: een deugddoende wellness!

Sport
3 March 2022 — Stijn Delagaye

In 2021 vierde de moeder der mountainbike-etappewedstrijden reeds de 23ste editie! We hebben het over de Bike Transalp en ik sta er voor de tweede keer aan de start, dit keer aan de zijde van mijn schoonbroer Michael. Alhoewel … meer achter hem dan zij aan zij, zoals nog zou blijken. Ik kijk alvast uit naar de voor mij nieuwe, westelijke route die langs enkele plaatsen zal komen die ik al heel lang een bezoekje wil brengen.

De zoektocht naar die verschillende spots begint al meteen op dag 1. We starten in Nauders voor een rit van 95 kilometer. Nauders ligt op een boogscheut van het drielandenpunt Oostenrijk – Zwitserland – Italië, waar we onmiddellijk klimmen naar de start van de Plamort Trail.

De trail zelf volgen we niet helemaal, maar we komen wel langs die eerste spot die ik al lang eens wilde bezichtigen, de machtige tankversperringen aan de Oostenrijks-Italiaanse grens die gebouwd werden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Nog mooier is dat je tijdens de fantastische afdaling steeds uitzicht hebt over de prachtige, blauwe Reschensee. En laat daar meteen mijn tweede bezienswaardigheid liggen die ik wil afvinken, de kerktoren van Graun die er uit het meer steekt sinds er een stuwdam werd gebouwd.

Drie landen in één dag

Enkel in de Transalp doorkruis je in één etappe drie landen. We begonnen vanmorgen in Oostenrijk en na een klein stukje Italië steken we de Zwitserse grens over om via de lange beklimming van de Döss Radond en oude paden die door smokkelaars werden vertrapt, definitief Italië binnen te rijden. Via de niet al te moeilijke Trela trail dalen we af naar de finish in Livigno. En die plaats is nummer drie van mijn lijstje, al was ik hier al eerder.

Ik bezocht Livigno al eens tijdens de wereldkampioenschappen MTB in 2005 en was blij dat ik hier eindelijk weer mocht rondrijden in het magnifieke decor rond dit bergdorp. En we moeten de organisatie toch even bedanken! Ze kiezen immers niet voor de directe route richting het bekende Bormio – en de nabijgelegen Stelvio pas – maar ze eren Livigno door in de tweede rit de tijd te nemen om de trails in de omgeving van dit prachtige dorp te verkennen.

Eerst maken we een lus doorheen Livigno en nadien passeren we nog drie keer door het dorp. Na de start klimmen we tot bij een 7 kilometer lange panorama trail boven Livigno, een werkelijk verbluffend mooi stukje singletrack langsheen de steile flanken op een hoogte van 2200 meter. Een must see als je ooit deze richting uitkomt. Vervolgens dalen we weer tot in de vallei die we oversteken om een andere trail te volgen terug in de richting van Livigno. Daar staat ons een beklimming te wachten die door velen te voet moet worden beklommen. De route voert over een skipiste met stijgingspercentages tot 20-30%. Enkele dapperen fietsen me daar toch nog voorbij!

We klimmen tot boven aan één van de meerdere bike parks dat Livigno rijk is, het Carosello Bike Park, waar we een fantastische en niet al te moeilijke flow trail nemen terug tot beneden in het dal. We steken de vallei opnieuw over en rijden langs het bekende Lago di Livigno. We draaien rechts een supermooi wegje door een dennenbos in en al snel vertoeven we weer boven de boomgrens. Aan het bergmeertje Lago Dell’Alpisella, waar we in juli nog een sneeuwmuur passeren, klauteren we de gelijknamige berg over en we vervolgen onze weg naar de twee grote (stuw)meren verderop. Vandaar zetten we koers naar Bormio.

Op dag drie rijden we vanuit Bormio zuidwaarts richting het skidorp Aprica. Vanaf nu bevinden we ons op compleet onbekend terrein voor mij. Honderd kilometer zuidwaarts betekent ook een ander klimaat. We zitten nog steeds in bergen, maar je voelt dat het klimaat zuiderser wordt.

Via een zigzag asfaltweggetje waar een autocar met toeristen honderden bikers probeert in te halen, klimmen we tot een hoogte van 1800 meter. Daar volgen we een 10 kilometer lang gravelpad langsheen de flanken van het gebergte. Michael rijdt al een hele tijd voor mij uit en lijkt wel spoorloos verdwenen (het reglement laat al enkele jaren toe dat duo’s niet langer samen moeten blijven). En eigenlijk is dat de voorbode voor de rest van de week. Ik moet toegeven dat hij de betere klimmer is van ons twee en ik probeer dan maar wat tijd in te halen in de afdalingen.

Haast en spoed, is zelden …

We komen op de top van de Passo di Verva (2300 meter) die bij veel Transalp-fietsers bekendstaat als de belangrijke kruising tussen het Val Viola en Valtellina. Een stevige afdaling met veel grote stenen en ook nog krampen in de vingers, brengt ons tot aan de eerste bevoorrading van de dag. Daar kom ik Michael terug tegen. Voor even toch, want wat heeft hij een haast vandaag. Maar haast en spoed, is zelden goed … zo zou straks nog blijken.

Ook bij de volgende beklimming is mijn partner ribbedebie. Wanneer ik eindelijk bij de meet voor de tijdregistratie kom, zie ik Michael plots in tegenovergestelde richting de lijn kruisen. In zijn haast heeft hij een wegwijzer niet gezien en is hij kilometers verderop weer op de juiste track gekomen, weliswaar voorbij de lijn waar de tijd wordt stopgezet. Van hieruit moeten we nog een kleine 10 kilometer verder rijden naar de officiële aankomst in het centrum van Aprica, een bekend skidorp voor de Italianen.

Slecht nieuws van het thuisfront. Onze volger met de auto moet door familiale redenen dringend naar huis. We zetten hem af aan de trein zodat hij in Milaan een vliegtuig kan nemen richting België. Daar staan we dan zonder chauffeur. En ook hier weer een dikke pluim voor de organisatie! Na enkele mails met de organisatie vinden we net voor de start van de etappe een crewlid die onze auto de komende dagen wil vervoeren, etappe per etappe tot in Riva! Dikke merci hiervoor! Dit beschrijft welk groepsgevoel er heerst tussen de deelnemers en de organisatie!

De koninginnenrit van vandaag baart me zorgen als ik het profiel nog eens bekijk aan de ontbijttafel. De tweede beklimming van de dag brengt ons naar de top van de Transalp. Een beklimming van maar liefst 30 kilometer tot op de pashoogte van 2600 meter staat er op de dagplanning.

We rijden richting Pellizano, een dorpje in het ‘Dal van de Zon’, ofwel het Val di Sole dat sinds deze winter ook bekend is bij onze cyclocrossers. Het is een prachtige vallei waar de Torrento Noce doorheen stroomt die veel wildwatersporters aantrekt.

Starten doen we met een rustige beklimming van enkele honderden hoogtemeters tot we terug in de vallei afdalen, waarna die ellenlange klim start. Het wordt uren doseren en stampen. De eerste 10 kilometer aan 2-5% , nadien wordt het almaar steiler en steiler. De hellingsgraad op mijn gps zakt niet meer onder de 10% en de laatste kilometers ben ook ik eraan voor de moeite. Ik moet afstappen, het is te steil, het lichaam is leeg …

Ik kan enkel nog maar aan de afdaling denken en gelukkig komt er aan elke lijdensweg een einde. Met een grote smile op mijn gezicht, stort ik me over een wandelpad naar beneden. Concentratie is de boodschap op de spectaculaire singletrail, maar als ik even opkijk heb ik een prachtig zicht op het Lago di Plan Palu. Ook daarvoor rijden we de Transalp!

Michael had weer maar eens een topdag, hem zag ik pas terug aan de finishlijn. De braadworsten met Bitburger (alcoholvrij) die de organisatie elke dag aan de finish klaar heeft staan, smaken weer verrukkelijk.

Azuurblauw

Zoals ik al zei, staat een Transalp voor mij ook in het teken van nieuwe plekken ontdekken. Op dag vijf mochten we weer zo’n plek aanschouwen, het Lago di Molveno, de wondermooie finishplaats van de dag. De plaats was me totaal onbekend, al herinnerde ik me vaag nog dat hier in 2019 het eindpunt lag van de Transalp. Dit jaar gaan we echter nog door tot de traditionele eindmeet in Riva del Garda, voor mij ook dé plaats waar de Bike Transalp moet eindigen.

Na de start in Pellizano volgen we gedurende 15 kilometer een mooi fietspad dat langs de rivier loopt. Dit fietspad gaat doorheen het ganse Val di Sole. In Malé is de ontspanning voor ons echter voorbij en beginnen we stevig te klimmen. Ook deze keer heb ik het weer moeilijk om het tempo van Michael te volgen. Ik schakel twee versnellingen kleiner en rijd vervolgens mijn eigen tempo naar boven.

Het tweede deel van deze etappe ligt me al wat beter. We zitten in de provincie Trentino en rijden tussen honderden, wel duizenden appelbomen. Dertig kilometer lang gaat het telkens op en neer, iets wat ons doet herinneren aan de wegen thuis in de Brabantse Ardennen. Na dit crosscountry-deel klimmen we nog naar Andello, waar de organisatie wel een heel steile klim heeft uitgekozen alvorens te kunnen afdalen richting het Lago di Molveno. Daar wacht ons een aankomst aan een azuurblauw meer met een prachtig strand. Heerlijk!

Ons hotelletje ligt enkele kilometers verderop waar ook onze Belgische vrienden, Luc en Frans, slapen. Een avondje samen in een Italiaans restaurantje, een glaasje wijn, elkaars straffe verhalen delen, nieuwe mensen leren kennen, ook dat is de Bike Transalp!

De regen van de voorbije nacht is verdwenen en met het zonnetje op onze rug staan we aan het prachtige meer, met op de achtergrond de bergen van het Adamello Brenta Natuurpark, te wachten op de start! We zijn al toe aan de voorlaatste dag. Het parcours gaat rond deze bergketen en we kunnen dan ook uren genieten van deze schitterende omgeving.

Het eerste deel van de etappe doorkruisen we de vallei en de wijnranken die Trentino rijk is. Die wijnranken leveren overigens een heel lekkere wijn op, zoals we gisteren aan tafel mochten proeven. Na dit intermezzo is het tijd voor de beklimming van de dag. Ik heb duidelijk een gebrek aan conditie en ken een moeilijke start. Gelukkig verzacht het mountainbiken midden in de natuur, kijkend op de schilderachtige rotsformaties van de Dolomieten en genietend in de zon, mijn pijn. Maar na de bevoorrading kom ik er eindelijk toch een beetje door.

Klassieker ten zuiden van het Gardameer

De laatste dag breekt aan, Riva del Garda lonkt. Ook vandaag komen we langs een plek die ik al lang op mijn lijstje heb staan. Twee beklimmingen staan er nog op het programma. De eerste klim gaat weer moeizaam met op het einde enkele wandelsecties tot boven op de top. Wat volgt is een smal padje op de richel van de berg. Concentratie is nodig als je de afgrond links van jou ziet. Maar hier kan ik geweldig van genieten.

Ik haal weer heel wat renners in en kom zo opnieuw tot bij Michael. De laatste beklimming is een klassieker ten zuiden van het Gardameer, de Tremalzo pas. Het is vooral de afdaling die ik al heel lang wil doen. Die afdaling is een strategische weg die werd aangelegd tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het is een kronkelige weg bezaaid met redelijk ruwe rotsen en losliggende stenen. Opletten geblazen dus.

Elke mountainbiker zou deze afdaling één keer in zijn leven moeten hebben gereden! Niet alleen voor het ongelooflijke geluksgevoel, maar ook voor het magnifieke uitzicht op het Gardameer. Iets om nooit te vergeten. De finish ligt om de hoek en dus willen we niet opgehaald worden met de helikopter zoals dat wel het geval is voor enkele onfortuinlijke deelnemers. De helikopter is nog aan het landen wanneer ik hen passeer. Ik probeer er niet aan te denken en geniet van de prachtige uitzichten op het Gardameer en de warme wind in mijn gezicht. De finishlijn lacht ons toe.

De Bike Transalp is zwaar, maar o zo prachtig! Ik heb het afzien deze editie dikwijls vervloekt, maar de omgeving, de tracks, de teamspirit en de uitdaging maken zoveel goed. In 2022 weer?

Dit jaar trekt de Bike Transalp van het Oostenrijkse Lienz naar Riva del Garda, meer over de route hier: www.vojomag.nl/news/dit-is-het-parcours-van-de-bike-transalp-2022

Inschrijven en meer info via https://bike-transalp.de/en/

Foto’s copyright Markus Greber / Bike Transalp