Bike Transalp: op 'kamp' in de Dolomieten!

Sport
4 September 2019 — Christophe Huybrighs

Tux, Oostenrijk. Het is zondag 14 juli en samen met mijn vaste teammaat Gilles sta ik ‘s morgens vroeg klaar in startbox A voor onze allereerste Transalp. In ons hoofd toch een paar vraagtekens. Ondanks een degelijke voorbereiding weten we allebei dat het vormpeil niet zal zijn zoals vroeger in de Crocodile Trophy en de Transpyr. Maar rekenende op onze ervaring en een grote motor van in onze jeugdjaren, toen we samen op de weg wedstrijden reden, zal het wel goed komen …

Rit 1: Tux – Brixen / 105 km – 3206 hm

In de start schuiven we meteen goed mee, vlak achter de toppers. Een nummer op de rug doet toch altijd iets speciaals en mezelf inhouden lukt dan moeilijk. Na enkele kilometers op de brede hoofdweg richting Hintertux, slaan we rechts een steile grindweg in. Ik kijk om en het gezicht van Gilles slaat al redelijk rood uit. “190 hartslag,” zegt hij, “en een bloedsmaak in de mond!” We zijn dus toch iets te hard van stapel gelopen …

Boven op de Tuxer Joch, het dak van het Zillertal, stoppen we even voor een foto, ook al is de Transalp in feite een wedstrijd. We zitten nu midden in de massa en moeten wat aanschuiven in een prachtige afdaling met scherpe haarspeldbochten. Wat verder stop ik opnieuw, want ik zie Gilles niet meer. Voorzichtig komt hij aangereden. De as van zijn achterwiel is gebroken!

We zijn nog maar 25 kilometer ver en zulke pech hadden we niet verwacht. Rustig verder fietsen tot de eerste bevoorrading is nog wel mogelijk, maar helaas beschikken ze daar niet over het nodige materiaal om het euvel te herstellen. Gilles moet noodgedwongen met een wagen van de organisatie naar de aankomst gebracht worden.

Onze Transalp had niet slechter kunnen beginnen en noodgedwongen rijd ik deze rit alleen verder. Via de Brennerpas duiken we meteen Italië binnen. We rijden langs de zijwanden van de bergkam en zien de snelweg steeds liggen, diep onder ons in de vallei. De finale voert ons door de wijngaarden rond Bressanone (of Brixen in het Duits) tot in de oude middeleeuwse binnenstad waar de finish wacht.

Rit 2: Brixen – St Vigil / 55 km – 2404 hm

Na een uitgebreid ontbijt sta ik solo aan de start. Gilles gaat vandaag een nieuw wiel zoeken in één van de fietsenwinkels van Brixen, zodat hij vanaf morgen terug mee kan rijden. De rit begint net als gisteren weer met een lange klim die ons van een hoogte van 500 meter naar 2000 meter brengt. Na de top volgt er een flow trail met opgehoogde haarspeldbochten die je aan hoge snelheid kan nemen. Dat is genieten!

De daaropvolgende beklimming is steil en met mijn 34×28 is het op sommige stukken echt ‘stoempen’ om tot boven te rijden. Een cassette met grotere tandwielen zou deugd doen, maar die kan ik nu niet meer omwisselen … De afdalingen zijn met mijn hardtail wel te doen, maar de verzuring in de armen en handen begint tegen het einde van de rit toch te wegen. Ik ben dan ook blij als ik de aankomst zie. Volgende keer toch maar een fully meenemen!

Aan de aankomst is de ontvangst dik in orde. We kunnen kiezen uit vers gemaakte fruitshakes! Ik drink er meteen twee glazen van, samen met een schep van mijn eigen recoveryshake.

Rit 3: St Vigil – Eggental / 92 km – 3414 hm

Met een nieuw wiel van de fietsenwinkel en een nieuwe remschijf dankzij de service van Magura, kan Gilles vandaag weer mee van start gaan. Ondanks een frisse 9 graden bij de start, staat iedereen klaar in korte broek en korte mouwen. Het belooft immers een warme dag te worden. Eten en drinken wordt vandaag ook heel belangrijk in deze koninginnenrit.

Na een lastige aanloop komen we via Badia aan in Corvara, het decor van de jaarlijkse Maratona dles Dolomites. Van hieruit moeten we de Passo di Gardena over. We rijden van de ene skilift naar de andere. Eens over de Gardena is er een prachtig tussenstuk richting de Passo di Sella. De zon begint te branden en de zweetdruppels druppen uit mijn helm. De steile slotklim naar de top van de Sellapas is echt loodzwaar. We geraken net niet fietsend boven.

Maar eens we eindelijk op de top staan, volgt er een adembenemend uitzicht over de rotsmassieven van de Dolomieten. Het heldere weer nodigt uit om een paar foto’s te nemen alvorens we de afdaling naar Canazei inzetten.

In de afdalingen is het telkens opletten om niet lek te rijden op de houten goten die dwars over de weg zijn aangelegd. Maar deze afdaling bestaat niet enkel uit grindwegen. Met de vele singletracks is het echt een afdaling om duimen en vingers van af te likken! Na iets meer dan 6 uur bereiken we de finish. Nu recupereren en zorgen dat we morgen weer fris aan de start staan.

Rit 4: Eggental – San Martino di Castrazzo / 75 km – 2641 hm

De sporthal van Eggental was iets te klein voor de honderdtal ‘kamp’-slapers. Daarom sliep de helft, waaronder wij, 6 kilometer verderop in een schooltje van het idyllische dorpje met de naam Gummer. Met een bus rijden we ’s morgens om 7u30 richting start. De vermoeidheid van de vorige drie ritten eist stilaan zijn tol. Ik ben opgestaan met wat keelpijn en Gilles sukkelt wat met maag en darmen.

De rit van vandaag is evenwel haalbaar. De beklimmingen zijn nooit zo steil als de vorige dagen. We doorkruisen het bekende skigebied Val de Fassa. Het helderblauwe gletsjerwater van de Karersee nodigt uit voor een eerste pitstop. Via goed bollende wegen eindigen we de rit vandaag met de lange klim naar de Baita Segantini. Deze weg staat bekend als één van de mooiste wandelingen van de Dolomieten en staat met stip aangegeven voor families met kinderen.

Het is warm en we zijn blij wanneer we de slotafdaling naar San Martino kunnen inzetten. Daar aangekomen staan de shakes, Bitburg en ook braadworsten ons op te wachten. De douches zijn dit keer in een kelder van de sporthal waar de tijd heeft stilgestaan en de muren beschimmeld zijn. De vrouwen daarentegen mogen douchen in de splinternieuwe brandweerkazerne. Tja, verschil mag er al eens zijn zeker …

Rit 5: San Martino – Folgaria / 112 km – 2988 hm

Na een gezamenlijk ontbijt in de sporthal trekken we ons op gang voor de langste rit. We staan al snel stil op een smalle wandelroute die steil oploopt. Met 600 man achter elkaar is het stappen geblazen. Nadien volgt wel een mooie afdaling en vervolgens gaan we de weg op over de Passo Brocon. Het begint te regenen en ondanks een regenjasje wordt het ijzig koud in de afdaling. Gelukkig klaart het weer snel op in de vallei.

Het zwaartepunt van deze rit ligt in de steile slotklim van 15 kilometer, de Passo Sommo. Op de steilste stukken is het hier onmogelijk om fietsend boven te geraken. De finish bereiken we weer na iets meer dan 6 uur op de fiets. Nadat we alles in ons kamp hebben geïnstalleerd, zien we dat er al heel wat deelnemers zijn die er wat doorzitten. Sommigen van hen rijden toch 9 tot 10 uur over zulke ritten, en dan heb je natuurlijk ook minder tijd om te herstellen tegen de volgende dag.

Rit 6: Folgaria – Trento / 58 km – 1436 hm

Vandaag staat de gemakkelijkste etappe op ons menu. Dit keer slechts één lange klim en vervolgens steeds in dalende lijn richting de hoofdstad van Trentino. De vele afdalingen met losse stenen zijn blijkbaar toch slopend voor het materiaal. We passeren om de haverklap duo’s en solo’s die langs de kant van de weg staan met pech. Hoe dichter we bij Trento komen, hoe warmer het wordt. We zijn de afgelopen dagen ook nooit zo laag geweest als nu.

Op 5 kilometer van de stad ligt de streep voor het einde van de tijdsregistratie. Op die manier kan iedereen veilig de stad binnenrijden. Om 12 uur ’s middags komen we al binnen, dus hebben we tijd genoeg om de stad te verkennen. We laten de pizza’s en gelati niet aan onze neus passeren … We leven tenslotte maar één keer, niet?

Rit 7: Trento – Lago di Molveno / 59 km – 2358 hm

Via de Piazza del Duomo rijden we geneutraliseerd de stad uit. De officiële start is op de traditionele startklim. We hebben besloten om vandaag elk onze wedstrijd te rijden en ik schuif meteen goed mee vooraan in het peloton. Het parcours omvat alles wat het mountainbiken te bieden heeft. Heel veel afwisseling van terrein, bospaden, grind, gras, singletracks en soms asfalt.

Na de eerste ritten zeiden we nog tegen elkaar dat er relatief veel stroken asfalt waren, maar naarmate de ritten vorderen, moeten we bekennen dat die stukken eigenlijk best welgekomen zijn. Ik amuseer me rot en heb in deze Transalp nog nooit zo dicht voorin gereden. Maar in een lichte afdaling mis ik een bocht en ga ik rechtdoor de struiken in. Iets te enthousiast!

Ik herpak me snel, maar zie dan dat ik lek sta achteraan. Ik stop, kijk naar mijn zadeltasje en zie dat de rits openstaat. Al mijn reservemateriaal is eruit gevallen, behalve een binnenbandje. Een Italiaan komt me te hulp en samen rijden we rustig verder. Het parcours is echt genieten: we rijden van het ene meer naar het andere. Aan het laatste meer, het Lago di Molveno, zien we de aankomst al aan de overkant. Een typische singletrack rond het meer is de perfecte afsluiter van een prachtige Bike Transalp. Het was genieten op een voor mij onbekend terrein. Dit deel van de Dolomieten nodigt zeker uit om nog terug te komen!

In 2020 vindt de Bike Transalp plaats van 5 tot en met 11 juli. De inschrijvingen zijn ondertussen geopend en nog tot en met 15 september 2019 geldt er een vroegboekkorting. Inschrijven kan hier: bike-transalp.de/en/news/detail/super-early-bird-registration-started-for-2020.

Meer info op bike-transalp.de

Foto’s copyright Martin Sass en Markus Greber