Garden Route Giro 2026: een gravelmeerdaagse door de stilte van de Karoo
Door Stijn Delagaye -
Je hebt wedstrijden die draaien om de uitslag, en je hebt avonturen die je bijblijven door de pure beleving: het decor, de kameraadschap en de zalige isolatie van de buitenwereld. De allereerste editie van de Garden Route Giro viel overduidelijk in die laatste categorie. Samen met een peloton van tweehonderd renners liet ik de gortdroge vlaktes van de Grote Karoo achter me om koers te zetten naar de Zuid-Afrikaanse kust. Wat volgde was een dagenlange opeenvolging van magistrale gravelwegen, loodzware beklimmingen en extreme temperatuurwisselingen. Het begon als een sportieve beproeving, maar het werd een adembenemende reis door een van Zuid-Afrika’s mooiste regio’s.
Logistiek meesterschap
Nog voor we een meter gereden hadden, bewees de organisatie achter de Garden Route Giro — Dryland Event Management, ook bekend van de Cape Pioneer en Tankwa Trek — haar professionaliteit. Door een plotselinge uitbraak van mond- en klauwzeer moest de startlocatie halsoverkop 50 kilometer het binnenland in worden verplaatst. Ondanks die logistieke puzzel verliepen de transfers en de registratie vlekkeloos.
Die hoge standaard bleef de hele week voelbaar. Van perfect uitgeruste bevoorradingen en technische ondersteuning onderweg tot bewaakte fietsenstallingen, een bike wash en uitgebreide recovery-faciliteiten aan de finish: aan werkelijk alles was gedacht.
Het tentenkamp groeide al snel uit tot het kloppende hart van het evenement. Elke namiddag stonden de tenten weer strak opgesteld, de bedden netjes opgemaakt en lag het terrein er onberispelijk bij. Overdag hing er een heerlijk ontspannen sfeer, maar ‘s avonds viel het kamp opvallend snel stil. Tegen negen uur lag vrijwel iedereen in zijn tent, knock-out gevloerd door het stof en de hitte.
Een razendsnelle kennismaking
De openingsrit zette meteen de toon. Geen rustige opwarmer, maar een loeisnelle etappe over brede, onverharde gravelwegen. Na een lange, vroege afdaling brak de koers direct open en spatte het peloton uit elkaar. Regelmatig reed ik moederziel alleen, omringd door niets anders dan neerdwarrelend stof.
Het tempo lag verschroeiend hoog — soms té hoog om echt van de omgeving te genieten. Dat is misschien wel het grootste verschil met mountainbiken: waar je op de MTB nog weleens een moment krijgt om rond te kijken, dwingt gravel je om constant druk op de pedalen te houden. Toch was het onmogelijk om onbewogen te blijven bij het decor. De eindeloze panorama’s van de Karoo, de golvende wegen en de immense, open vlaktes maakten indruk vanaf de allereerste kilometer.
Hitte als grootste tegenstander
De tweede etappe groeide meteen uit tot een van de zwaarste beproevingen van de week: 113 kilometer en 2000 hoogtemeters, overgoten met temperaturen die richting de 40 graden kropen.
In het eerste deel van de rit draaide alles nog soepel; het tempo lag hoog maar controleerbaar. Maar naarmate de zon steeg, begon de loden hitte in de bergen genadeloos door te wegen. Richting Rooiberg wachtte een klim van een kilometer of acht aan gemiddeld acht procent. Onder normale omstandigheden een prima verteerbare brok, maar in deze bakoven werd het een slijtageslag tegen oververhitting en krampen. Niet alleen bij mij, maar doorheen het hele deelnemersveld. Zelfs een stukje wandelen was onvermijdelijk om weer wat gevoel in de benen te krijgen.
Eenmaal boven maakte het magistrale uitzicht gelukkig veel goed. De Karoo strekte zich kilometers ver uit onder een zinderende zon — even indrukwekkend als onbarmhartig.
De afdaling tackelde ik samen met Mimmo Cutino, een 71-jarige Italiaanse ‘veteraan’. Ongelooflijk hoe sterk die man nog fietste. Wat volgde was een slopende finale: vijftien kilometer stoempen tegen de wind in richting de finish. Het was een loodzware etappe, vooral na de helft, maar tegelijkertijd een van de mooiste dagen van de week.
Mist, wildlife en de Swartberg Pass
De volgende ochtend ontwaakten we in een compleet andere wereld. Met een temperatuurval van twintig graden en een lichte motregen hing er plots een bijna Europees lentegevoel in Zuid-Afrika. Slierten mist hingen mysterieus tussen de heuvels.
Dit gebied vormt de spectaculaire overgangszone tussen de vruchtbare, groene valleien van de Kleine Karoo en de gortdroge vlaktes van de Grote Karoo. Daartussen rijzen de imposante Swartberge op als een natuurlijke barrière.
De etappe loodste ons over glooiende gravelwegen, langs slapende nederzettingen en de afgelegen huisjes van lokale bewoners. Omdat het parcours een natuurreservaat doorkruiste, hielden we onze ogen scherp open voor wildlife. Een groep impala’s liet zich prachtig zien, maar de giraffen hielden zich die dag helaas schuil, althans voor mij.
En toen moest het slotstuk nog komen: een loodzware klim van acht kilometer naar de top van de Swartberg Pass, waarvan de laatste drie kilometer steevast tussen de tien en vijftien procent schommelden. Boven werden we beloond met een magistraal uitzicht over het Swartberg Natuurpark, maar de dreigende hemel boven ons besloot net op dat moment open te breken. Halsoverkop doken we de afdaling in. Die voerde ons in een rotvaart door een adembenemende canyon, strak langs steile rotswanden en verrassend groene oases.
Het was een opeenvolging van beelden die je voor altijd bijblijven.
Opnieuw de Swartberg
Het leven in het tentenkamp had inmiddels zijn vaste ritme gevonden. Waar het ’s avonds opvallend vroeg stil werd, hoorde je ’s ochtends vanaf halfzes de eerste tenten al openritsen — en dat terwijl het startschot pas om negen uur klonk. Al snel gonsde het kamp van de bedrijvigheid.
Het ontbijt was eenvoudig maar doeltreffend: brood, confituur, bananen en scrambled eggs. Meer had een mens eigenlijk niet nodig. Wat tijdens deze week vooral indruk maakte, was de feilloze organisatie en het gevoel van veiligheid. Kostbare fietsen bleven ’s nachts gewoon buiten staan onder het toeziend oog van de bewaking, en overal stonden vriendelijke, enthousiaste vrijwilligers klaar om te helpen.
Na het ontbijt mochten we opnieuw de Swartberg Pass over, ditmaal langs de andere kant. Dit keer verliep de start een stuk beheerster; niemand had de behoefte om te forceren na de loodzware ritten van de dagen voordien. Wat een contrast met de openingsdag, toen iedereen vanaf de eerste meters de registers opentrok. De klim liep soepel en de afdaling was ronduit magisch. Waar we de dag ervoor nog in de mist en nattigheid zaten, zette de zon het berglandschap nu in gloed.
Na de eerste bevoorrading volgden snelle afdalingen en lange gravelklimmen door ‘Rust en Vrede’. Die naam bleek perfect gekozen voor deze streek vol indrukwekkende natuur en eindeloze wegen: de sereniteit was er bijna tastbaar.
En hoewel iedereen vooraf bezweert dat het puur om het genieten en uitrijden draait, sluipt dat competitiegevoel er stiekem toch elke dag weer in. Je probeert jezelf wijs te maken dat je gas gaat terugnemen om de omgeving in je op te nemen … maar naarmate de finish in zicht komt, kruip je onbewust toch weer in de beugels om harder te rijden dan gepland.
Van de Karoo naar de kust
De langste etappe van de week bracht het peloton richting Knysna, het hart van de beroemde Garden Route. Op papier was dit de koninginnenrit, al was ze door de eerdere mond- en klauwzeerperikelen wel licht onthoofd. Hoewel deze rit de meeste kilometers telde, vond ik de voorgaande dagen stiekem net iets zwaarder.
Na een vroege bustransfer schoten we uit de startblokken op een parallelle gravelweg langs de hoofdweg. De eerste uren voerden ons nog een laatste keer door de weidse, open landschappen van de Karoo, met racy afdalingen en brede gravelbanen richting Uniondale.
Gaandeweg voltrok zich echter een complete metamorfose. De lucht werd vochtiger, de omgeving zienderogen groener. De gortdroge struiken maakten plaats voor weelderige bomen, dichte bossen en metershoge varens. Dat ik deze etappe zij aan zij reed met Michiel — mijn fietsmaat en dorpsgenoot met wie ik dit avontuur was aangegaan — maakte de beleving compleet.
De finale richting Knysna was even adembenemend als slopend. De gravelwegen door de uitgestrekte bossen lagen er bikkelhard bij, getekend door hevige corrugations, of zinkplatenwegen zoals ze in Zuid-Afrika genoemd worden. Die typische, venijnige wasbordstroken schudden fiets en renner genadeloos door elkaar — een ware beproeving op een gravelbike zonder vering.
Toch was het opnieuw het decor dat de boventoon voerde. Een laatste, snelle afdaling bracht ons uiteindelijk naar de finish in de kuststad Knysna, een absoluut wielermekka binnen de Zuid-Afrikaanse mountainbike- en gravelwereld. Voor mij persoonlijk was dit bovendien een emotioneel weerzien: exact 21 jaar geleden stond ik in ditzelfde Knysna aan de start van de tweede editie van de Cape Epic.
Een ervaring die blijft hangen
De slotrit langs de kust vormde het perfecte sluitstuk van een week vol extreme contrasten: van de gortdroge vlaktes van de Karoo tot de weelderige, groene bossen en palmbomen aan de oceaan. Het golvende kustlandschap lag bezaaid met imposante boerderijen. Nog één laatste keer joegen we onze fietsen over de snelle gravelwegen, terwijl de bergen die we de voorbije dagen hadden getemd, goedkeurend waakten op de achtergrond.
Hoewel het tempo vaak verschroeiend hoog lag en het competitiegevoel nooit helemaal verdween, draaide deze week om zoveel meer dan pure snelheid. Wat écht blijft hangen, zijn niet de droge cijfers op de fietscomputer, de kilometers of de hoogtemeters. Het is de unieke synergie van rauw avontuur, overweldigende natuur en de onnavolgbare sfeer die je alleen in een meerdaagse vindt.
Het zat in de kleine, intense momenten. Wakker worden in een ritselende tent terwijl het kamp om je heen langzaam ontwaakt. Geanimeerde gesprekken voeren met gepassioneerde fietsers uit alle hoeken van de wereld. Samen afzien in de verzengende hitte, om daarna zij aan zij te rollen over eindeloze gravelwegen die je door hun pure grootsheid stil maken.
Om de week in stijl te bezegelen, trakteerde de organisatie ons op een feestelijk afscheidsevent. Naast de huldiging van onder meer Mariëlle Trouwborst, die bij de vrouwen de snelste was in deze eerste editie van de GRG, werden tijdens het gezamenlijke diner de sterke verhalen van de voorbije dagen nog één keer luidruchtig gedeeld en herbeleefd.
Zuid-Afrika gaf ons deze week werkelijk alles: stof, hitte, wind, serene stilte, eindeloze vergezichten en loodzware benen. Maar bovenal liet het ons achter met herinneringen die voor altijd op ons netvlies gebrand staan.
Dat de allereerste editie van de Garden Route Giro gesmaakt heeft, bewijst de aankondiging van de organisatie dat er in 2027 een tweede editie komt. Aan de exacte route wordt nog gewerkt, maar de datum ligt wel al vast: van 19 tot en met 24 april 2027. Inschrijven kan al via www.gardenroutegiro.co.za.
Schikt de datum van de Garden Route Giro niet, of rij je liever een MTB-meerdaagse? Bekijk dan de volledige kalender van Dryland Event Management. In september organiseren zij de vijfdaagse Cape Pioneer in dezelfde regio als de GRG en in februari de Tankwa Trek, een internationaal zeer hoog aangeschreven vierdaagse mountainbikewedstrijd.
De perfecte setup voor de Garden Route Giro: het zit ‘m in de wielen, niet in het frame
Als gezel voor deze Garden Route Giro koos ik voor een MMR X-Tour gravelbike met een carbon frame. Toch bevestigde deze wedstrijd opnieuw mijn overtuiging: voor een avontuur als dit maakt het framemateriaal minder uit dan vaak wordt gedacht. Carbon, aluminium of staal: ze brengen je allemaal met evenveel plezier naar de finish.
Waar je volgens mij wél beter in investeert, zijn de wielen. Kwalitatieve wielen zorgen voor meer comfort, betere prestaties en een aangename rijervaring. Daarom kies ik steevast voor handgespaakte wielen met DT Swiss-naven en Aerolite-spaken. Carbon velgen hebben mijn voorkeur, al zijn moderne aluminium velgen eveneens een uitstekende keuze.
Voor gravelritten zoals deze blijken bredere velgen en banden ideaal. Mijn setup bestond uit 45 mm hoge en 35 mm brede velgen, gecombineerd met 45 mm banden die ik oppompte tot een druk van ongeveer 1,6 bar. Dat bood de perfecte balans tussen snelheid, grip en comfort op de snelle gravelwegen. Een licht bandenprofiel volstaat hier ruimschoots; grovere noppen voegen weinig toe.
Ook de aandrijving was een schot in de roos. Met een 42-tands voorblad en een 11-46 cassette kwam ik overal vlot boven. Wie net wat meer souplesse zoekt op de steile beklimmingen, kan kiezen voor een 40-tands voorblad of een 10-50 cassette — een configuratie die inmiddels steeds vaker de norm wordt.
De perfecte afsluiter na de Garden Route Giro: op safari bij Botlierskop
Als je in de toekomst besluit om je onder te dompelen in de sfeer van de Garden Route Giro, raden we je absoluut aan een dagje vrij te houden voor een bezoek aan het Botlierskop Private Game Reserve. Voor € 75 per persoon beleefden wij er een prachtige namiddag én namen we – door het vele wildlife – een onvergetelijk extra souvenir mee naar huis uit Zuid-Afrika.
Foto’s Garden Route Giro copyright Oakpics
