Ontdekking | Bikepackers zonder grenzen: de Transmaurienne Vanoise in ultra-modus

Natuur
11 April 2021 — Pierre Pauquay
De Transmaurienne Vanoise laat marathonbikers ondertussen al dertig jaar uitgebreid genieten van het beste wat de regio te bieden heeft. Dertig jaar is een hele tijd maar de Transmaurienne blijft vernieuwen en voegt aan het al uitgebreide programma nu ook nog een ultramarathon toe die over Frans en Italiaanse grondgebied zal voeren. Vojo trok reeds op verkenning!

Ludovic Valentin, de organisator van de Transmaurienne Vanoise, liet zich ontvallen dat de wedstrijd een andere dimensie zou krijgen wanneer je er een non-stop event van zou maken. In dat geval schieten de cijfers als een komeet de hoogte in: 280 kilometer voor een hoogteverschil van 11000 meter, af te haspelen in 50 uur! Maar Ludovic kan het zich niet veroorloven om een peloton deze extreme inspanningen te laten leveren zonder een verkenning vooraf van de paden. Zo kwam hij in de zomer van 2020 op het idee om enkele ambassadeurs van de Transmaurienne Vanoise samen te brengen voor een driedaagse expeditie door de bergen van de Franse Savoie en de Italiaanse Piëmont. Een levensgrote test om de haalbaarheid te achterhalen van deze “Ultra”, die in 2021 deel moet (en effectief ook zal) uitmaken van het programma.

Een bekende weg

Het gebergte wemelt van de paden en je moet het terrein dan ook goed kennen om te weten welke paden geschikt zijn om te mountainbiken. Je kan niet altijd vertrouwen op gps-tracks die op het internet rondzwerven of op GR-paden die op de kaart uitgetekend zijn. Best is de route eerst met eigen ogen te zien, om af te wegen of een bepaalde passage van een col doenbaar is en of de afdaling die erop volgt niet te extreem is. Iets voor de middag vertrekt een groep van tien bikers vanuit Aussois het onbekende tegemoet. Ons doel van de dag is de berghut op de Mont-Cenis, vlak bij de Italiaanse grens. Links en rechts van ons vormen de bergen van de Vanoise een granieten barrière die de Maurienne omsluit. Onze ontsnappingsroute ligt voor ons, hoog in de vallei. De eerste kilometers kennen we nog van onze deelname aan een eerdere Transmaurienne Vanoise.

 

Daarna wacht het grote avontuur. De afstand schrikt ons enigszins af. 280 kilometer die je tijdens de wedstrijd in duo zal afleggen en dat in een maximale tijdspanne van 50 uur. Is dat wel menselijk? De komende drie dagen zullen we daar zeker een antwoord op krijgen …

Het is juli en de paden liggen er kurkdroog bij. Ik sluit het rijtje en bijt letterlijk in het stof. Na een leuke afdaling volgen we de Chemin du Petit Bonheur, een weg die de dorpen in de vallei verbindt en waar je zowel te voet als met de fiets welkom bent. Trapsgewijs klimmen we tussen de rotsen en ravijnen hoger de vallei in. Het melkzuur zorgt voor een brandend gevoel in mijn benen terwijl we naar het gehucht Ecot klimmen. Zowel de muren van de huizen als het pad dat ertussen loopt, zijn van steen.

Ecot is het toonvoorbeeld van hoe mensen hun woningen vroeger aanpasten om zich te wapenen tegen de strenge winters. De leien daken zijn licht hellend: in de winter houden ze de sneeuw vast die vervolgens als thermische isolatie dient. Tot in 1968, het jaar waarin de laatste inwoners het dorp ontvluchtten, was dit op een hoogte van 2027 meter het hoogst gelegen bewoonde dorp van Frankrijk.

Op de singletrack naar Bonneval-sur-Arc maakt kracht plaats voor behendigheid. Onze wielen brengen ons naar Vincendières waar de tijd ook heeft stilgestaan, alles is onveranderlijk geworden zoals de rotsen eromheen.

We wanen ons in het paradijs met een tuin die oneindig lijkt. In het verleden daalden smokkelaars uit het gebergte af om zich hier te komen opwarmen.

Op een hoogte van 2000 meter proberen enkele lariksen koppig stand te houden op de steile bergflanken. Voor ons leidt een kronkelend pad naar de berghut Avérole. We stoppen er niet en nemen in de plaats daarvan het pad aan de andere kant van de bergstroom. Op het pad zijn de enige geluiden die weerklinken die van het klaterende water en de stenen die voor onze wielen rollen.

Smaragdgroen meer

Dit pad wordt gevolgd door een lange klim naar de wolken die over het meer van Mont-Cenis hangen.

We moeten denken aan reizigers uit een ander tijdperk die deze historische route namen die naar de Po-vlakte en het zuiden leidde. Op hun ezels namen ze kaas mee uit de vallei van de Maurienne. In de omgekeerde richting maakte de kaas plaats voor zout dat ze over de Italiaanse kant van de berg omhoog zeulden alvorens af te dalen naar huis. De kapelletjes en kruisen die langs de route verspreid liggen, getuigen van het belang van religie voor deze smokkelaars die zich door het goddelijke geloof beschermd voelden tegen de vijandigheden van de natuur.

Eindelijk zijn we bij het meer. Door zijn prachtige kleur vergeet je zijn kunstmatige oorsprong. Het meer werd in 1970 ingehuldigd en bevat het zesde waterreservoir in Frankrijk. Een frisse wind, komende van de Italiaanse kant van de bergpas, ruist door het hoge gras. Morgen wordt het slecht weer, aldus een Savoyaards geloof …

In de berghut hebben we ‘s avonds eindelijk de tijd om elkaar beter te leren kennen. Overdag hebben we te lang opgesloten gezeten in onze eigen stilte, enkel onderbroken door onze ademhaling. De banden worden aangehaald bij een eenvoudig gerecht van Diot-worsten en polenta, de specialiteit van de berghut.

Het pad, een bron van leven

Bij het krieken van de dag begint een nieuw leven. Diffuus licht verlicht het meer. Op het moment dat we Italië binnenrijden, komen de eerste zonnestralen tevoorschijn. In de Savoie zal het weldra stormen.

De mens heeft de Mont-Cenis bedwongen en er brede wegen aangelegd waarlangs kanonnen naar boven werden getransporteerd. Zelfs hier op een hoogte van 2100 meter ontsnapte men niet aan de waanzin van de oorlog en barstte er in 1940 tussen de Franse en Italiaanse legers een strijd los om de Alpen.

We rijden op wegen waar veel mensen hebben geleden om ze aan te leggen en te verdedigen …

De Piemontese kant van dit gebergte is de groene long van de Alpen en staat in schril contrast met de Franse kant. Aan de Italiaanse kant verhinderen de loodrechte wanden en de dichte begroeiing elke menselijke activiteit. Slechts enkele voorouderlijke paden banen zich een weg door het struikgewas. Ze voorzagen in de behoeften van de mens en liepen van bronnen naar fonteinen en voegden dorpen bij elkaar toen er nog geen brede weg was. In deze kleine, geïsoleerde samenlevingen werd je geboren, trouwde je en stierf je.

Bij het buitenrijden van het dorpje San Colombano scheidt onze kleine troep zich. De sterksten zullen de route vervolgen om de Colle dell’Argentera te verkennen, zelf volg ik met twee gezellen de rivier Dora di Bardonecchia die ons in rechte lijn naar het gelijknamige dorp zal leiden. Onze vrienden komen heel wat later aan. Ze hadden niet de kracht om de geplande lus tussen Oulx en Bardonecchia te voltooien. Er zat niets anders op dan de handdoek in de ring te gooien! Jammer, want daardoor halen we de 3000 positieve hoogtemeters vandaag niet.

Blij weerzien met de Savoie

De volgende dag is het reeds de laatste van onze verkenning. Via de col de la Roue rijden we terug Frankrijk binnen. Onze groep kronkelt in een lang lint door de vele haarspeldbochten.

Met doorzettingsvermogen en moed stijgen we naar een hoogte van 2600 meter. De pas is prachtig, omgeven door gebeeldhouwde bergen.

Thierry neemt de leiding en toont ons zijn singletracks richting Fréjus en La Norma: het is prachtig, we zouden de inspanningen van de ochtend en de dag ervoor bijna vergeten.

We dalen verder af en komen uit aan een van de forten van het verdedigingscomplex van Eisseillon, het fort Victor-Emmanuel, bijna 1000 meter lager.

Ik rijd door het doolhof van dit uitzonderlijke fort dat de route van de Franse troepen moest blokkeren en hen zou beletten Turijn, de hoofdstad van Piëmont, te bereiken. Ironisch genoeg werd er in deze forten geen enkel schot gelost: in 1860 kwam het hertogdom Savoye definitief bij Frankrijk en waren de schietgaten niet langer naar de juiste kant gericht …

Terwijl we de vallei van de Arc induiken, zweet ik me te pletter. Het lijkt wel of ik in een hete oven ben terechtgekomen en verlang al snel terug naar de koelere lucht boven in de bergen. Op een klein verzetje klim ik richting Aussois waar de wedstrijd de deelnemers voor een laatste lus naar de meren Plan d’Amont en Aval zal brengen, een laatste lus die het einde zal betekenen van deze buitengewone ultraraid.

Het vinden van de juiste route kost veel tijd en heeft onze reserves aangetast. Drie dagen was niet voldoende om de hele afstand – 280 kilometer – van de Ultra Transmaurienne te voltooien, zelfs niet voor de sterksten onder ons. Wanneer men bepaalde delen aan de Italiaanse kant – waar we de fiets vaak moesten dragen – kan schrappen, dan wordt de route geweldig, daar bestaat geen twijfel over.

Zouden de inspanningen die dag en nacht nodig zijn om een ultraraid tot een goed einde te brengen onze fysieke capaciteiten te boven gaan? Volgens Saint-Exupéry “beangstigt alleen het onbekende de mens, maar voor iedereen die de confrontatie aangaat is hij al lang geen onbekende meer.” Sommige marathonbikers zullen met hun wilskracht en moed de berg bedwingen, maar het zal niet gemakkelijk worden. Het zal wel glans geven aan hun prestaties.

Praktisch

  • Wanneer: 18 juli 2021
  • In teams van 2, navigatie met GPS
  • De uiteindelijke afstand bedraagt 270 kilometer met +10.000 hoogtemeters, af te leggen in 50 uur
  • Maximaal 60 teams
  • Meer info en inschrijvingen: www.transmaurienne-vanoise.com