Test Nieuw | Orbea Rise 2021: een nieuw startpunt

Techniek
15 November 2020 — Paul Humbert

Niet elk gevecht wordt in openlucht, op een slagveld of voor de schijnwerpers gewonnen. Met de Rise bewijst Orbea dat er ook voordelen zijn aan lang onderhandelen. Deze fiets, die voor Orbea ongetwijfeld een nieuw startpunt vormt, is met de goedkeuring van Shimano ‘op maat’ gemaakt. Een zeldzame overeenkomst die resulteert in een lichte machine die een deel van zijn DNA uit de Orbea Occam en een ander deel uit de Orbea Wild FS haalt, maar tegelijkertijd een heel nieuw segment creëert door zichzelf uit te rusten met een ‘op maat gemaakte’ Shimano EP8-motor. Haal je paspoort boven, zorg voor de nodige stempels en een visum voor Japan en eentje voor het Baskenland en ga mee op ontdekking aan het stuur van de Orbea Rise.

Laten we, vooraleer we de onderhandelingskamer betreden, beginnen met de basis. De Orbea Rise is een e-MTB met 140 millimeter veerweg achteraan, de vork wordt aangeboden met een veerweg van 140 of 150 millimeter en de bike staat op 29”-wielen. Op de weegschaal komen de modellen op ongeveer 16 à 17,5 kilogram uit en worden ze aangedreven door een ‘aangepaste’ Shimano EP8-motor en een door Orbea zelf ontwikkelde geïntegreerde batterij.

 

 

Zowel op papier als in de praktijk lijkt het erg brede inzetbereik sterk op dat van de Orbea Occam: klimmen, dalen, overal, eender waar! Kortom, de allmountain-bike bij uitstek.

De Orbea Rise moet een link leggen tussen de ‘grote e-MTB’s’ zoals de Orbea Wild FS en de meer traditionele series. Orbea wil een nieuwe visie op e-MTB bieden waarbij zowel de fysieke inspanning als de dynamische kwaliteiten van een moderne lichtgewicht mountainbike behouden blijven om zo een nieuwe ervaring op het kruispunt van deze twee werelden te bieden. Dit alles doet ons duidelijk denken aan twee bikes die reeds op de markt zijn: de Lapierre E-Zesty en de Specialized Levo SL.

Shimano EP8 RS Concept

 

 

Over naar de kern van de zaak: de motor en de filosofie eromheen. Indien het een gewone Bosch Performance CX- of Shimano EP8-motor was, dan waren we al heel snel overgestapt naar de constructie en de overige kenmerken van de fiets. In deze motor schuilt echter een klein subtiel detail.

Orbea is er inderdaad in geslaagd de Japanse ingenieurs van Shimano te overtuigen de deuren te openen van hun nieuwste motor genaamd EP8. Deze motor hebben we in een recent artikel in detail voorgesteld, hier merken we echter dat de motor ‘aangepast’ is. Shimano staat erom bekend erg terughoudend te zijn om aanpassingen aan hun producten toe te laten, daarom dat we deze zeldzaamheid graag onderstrepen.

Er zijn nog wel meer merken met uitzonderingen te vinden. Specialized werkt al lang samen met Brose om een ​​eigen motor te ontwikkelen, Lapierre doet dat met Fazua voor zijn E-Zesty en Yamaha en Giant werken nauw samen om hun motoren te optimaliseren.

 

 

In het geval van de Orbea Rise hebben de wijzigingen geen betrekking op de hardware of de technische uitrusting zelf, maar puur op de software. Deze ‘herprogrammering’ maakt deel uit van een groter concept, door Orbea ‘RS Concept’ genoemd. Die RS staat dan voor ‘Rider Synergy’.

Heel concreet is de motor geschikt voor een hogere trapfrequentie, door het gewicht te verlagen en de hoeveelheid beschikbare energie anders te gebruiken.

We hadden de kans meer te weten te komen over de Rise door een gesprek met Xabi Narbaiza, directeur productontwikkeling. Hij was degene die het project van bij de geboorte droeg en op zoek ging naar de meest geschikte motor. Zijn zoektocht bracht hem uiteindelijk in Japan.

“We hebben altijd goede contacten gehad met de Shimano-teams in Nederland en met de Japanse ingenieurs die naar Europa kwamen. Het hele project vanuit Spanje lanceren bleek toch moeilijk. Na de Taichung Bike Week kochten we een kaartje voor Osaka, Japan, zonder te weten of we ons project daadwerkelijk konden presenteren: in het slechtste geval werd het een toeristische uitstap! Het is ons echter gelukt een ​​afspraak te maken met een aantal Shimano-topfunctionarissen. Ik heb de nacht ervoor niet geslapen. Maar toch zijn we erin geslaagd hen te overtuigen. We hadden dan ook goede argumenten: Shimano is altijd toegewijd geweest aan de fietsindustrie zonder zich al te veel in andere sectoren te verliezen. Stap je in een ‘wapenwedloop’ met Bosch om de grootste en beste batterijen en motor te maken, is er veel kans dat je verliest. Langs de andere kant heeft Shimano nu de kans om op te vallen met een motor die het dichtst bij de verwachtingen van mountainbikers aansluit, een pure ervaring. Het EP8-product is erg goed, maar niet perfect omdat het op een zeer breed spectrum aan gebruikers is gericht. Door samen te werken, is er een reële kans om op te vallen, zowel voor Shimano als voor Orbea, en dat is een strijd die wel gewonnen kan worden.”

Terwijl een standaard EP8-motor 85 Nm aan koppel ontwikkelt, ontwikkelt deze EP8 RS Concept-motor slechts een maximum van 60 Nm. Zo kan de fietser de kracht beter gebruiken en krijg je een meer natuurlijk gevoel bij het trappen. Op deze Orbea is het door echt de motor aan het werk te zetten dat het maximale koppel wordt geleverd. Je merkt het in bovenstaande grafiek: terwijl een standaard Shimano EP8-motor al het motorvermogen levert bij 60 tpm, heb je op de EP8 RS 75 tpm nodig om 100% kracht te bereiken.

Nog iets om op te merken, Orbea kiest voor een kettingblad met 32 ​​tanden. Zo kom je nog dichter bij de trapgewoonte van een bike zonder elektrische assistentie.

 

 

Het motorblok weegt 2,6 kilogram en past mooi en onopvallend in het RISE-frame. Het frame heeft een vrij smalle onderbuis, ontworpen rond een in eigen huis uitgetekende batterij, om deze zo min mogelijk ruimte te laten en de resonantie van het motorgeluid te verminderen.

De hoofdbatterij heeft een capaciteit van 360 Wh (voor 2,2 kilogram) en kan niet van het frame verwijderd worden. Het bestaat uit 21700-cellen en vertoont volgens Orbea een grotere duurzaamheid. Na 500 oplaadcycli kondigt Orbea aan dat 80% van de levensduur van de batterij behouden zal blijven (vergeleken met 60% met 18650-cellen).

Voor langere afstanden stelt Orbea voor een ​’Range Extender’ aan te sluiten in een door het merk gepatenteerde bidonhouder. Deze laatste biedt een capaciteit van 252 Wh, weegt 1,4 kilogram en levert als eerste zijn vermogen, waardoor de interne batterij ontzien wordt. In totaal bedraagt ​​de maximale energiecapaciteit 612 Wh. Deze extra accu kost 445 euro bij aankoop van de fiets of 499 euro als ‘after market’.

 

 

Om de verdiensten van zijn technische keuzes aan te prijzen, presenteert Orbea een verhouding gewicht/autonomie waar meteen ook energiebesparingen aangekondigd worden. Op die manier kan de nieuwe motor beter vergeleken worden met andere, meer standaard, systemen.

Orbea voorziet in een autonomie van ongeveer 4,5 uur en 2500 hoogtemeters in Eco-modus, drie uur en 1700 hoogtemeters in Trail-modus en twee uur en 1200 hoogtemeters in Boost-modus. Met de Range Extender zou het bereik toenemen tot acht uur en 4000 meter hoogteverschil.

 

 

Qua motorsturing heeft Orbea een minimalistische keuze gemaakt. Er is slechts een heel klein Shimano-blok dat met behulp van twee LED’s de geschatte autonomie en de gebruikswijze van de motor aangeeft. De motor wordt aangezet met een enkele knop aan de onderkant van de zitbuis en de modus wordt gewijzigd met een tweeknopsbediening aan de linkerkant van het stuur. Een traditioneel Shimano-bedieningsscherm is als optie verkrijgbaar bij Orbea.

 

Verder heeft Orbea een samenwerking met een van de marktleiders op vlak van horloges/fietscomputers/gps-systemen door een interface voor Garmin te ontwikkelen. Op alle producten van Garmin is het mogelijk om de volledige statistieken (precieze autonomie), de gebruiksmodi en de trapsnelheid weer te geven, evenals de klassieke statistieken. Alles kan na het einde van je rit worden geanalyseerd via de Garmin IQ-interface. Op dit moment heeft Orbea geen verdere plannen een ​​applicatie te ontwikkelen voor andere merken.

Je kan echter ook je telefoon gebruiken om toegang te krijgen tot motorgegevens en zelfs om van het ene profiel naar het andere te schakelen. Er zijn twee mogelijke niveau’s van ondersteuning, eentje met geringe ondersteuning die meer rekent op de fysieke kracht van de piloot en een tweede die het jou als biker wat makkelijker moet maken. In het terrein is het verschil miniem, maar daar komen we tijdens de terreintest verder op terug.

 

 

Al snel rijst in onze discussies de vraag naar de bescherming van het werk dat Orbea samen met Shimano ondernam. Er is geen exclusiviteit maar het zal uiteraard enige tijd vergen vooraleer een concurrent dit product aan zijn fiets kan aanpassen. Dat geeft Orbea de kans zich verder te onderscheiden.

Orbea Rise 2021: frame 

De Orbea Rise is er uitsluitend in carbon. Het OMR-carbon frame (de standaardafwerking bij Orbea) legt 2,3 kilogram op de weegschaal.

Door te kiezen voor een lichte motor heeft Orbea niet de behoefte te kiezen voor ‘body-building carrosseriebouw’ zoals die vaak vereist is bij zwaardere e-MTB’s.

 

Op vlak van kinematica is de Rise identiek aan de Occam met een draaipunt op de as van het achterwiel. Orbea kondigt een redelijk vergelijkbaar gedrag aan voor de Rise, maar een vering die iets progressiever is dan bij de Occam, met name om het extra gewicht een beetje te compenseren.

 

 

Voor de geometrie heeft Orbea de referentie van hun allmountain-bike overgenomen. De reach is in maat L 474 millimeter lang, de balhoofdhoek is tussen 66 en 65,5 graden (afhankelijk van de veerweg van de vork) steil en de chainstays worden 445 millimeter lang. We hebben dus te maken met een fiets  zonder al te veel extreme waarden die gemakkelijk berijdbaar moet zijn.

We merken een erg mooie interne kabelgeleiding en dito kettinggeleider op.

De as van het achterwiel is een zogenaamde ‘concentrische boost 2’ die het mogelijk maakt om de derailleurhanger te integreren, zonder extra hardware of framebevestiging.

 

Orbea biedt vier standaard afmontages: 5999 euro voor een Rise M20, 7599 euro voor een M10, 8999 euro voor een M-Team en 9899 euro voor een M-LTD-model. Deze laatste moet 16 kilogram wegen en is uitgerust met een Fox 34-vork met 140 millimeter veerweg, een XTR-groep en Maxxis Rekon EXO + MaxxTerra-banden.

We gaan de productfiches van de verschillende modellen niet tot in detail bespreken – deze vind je op de website van het merk – maar het is wel interessant om te onthouden dat elk model aanpasbaar is op vlak van uitrusting, maar ook qua kleuren sinds de aanpassingsmodule MyO beschikbaar is vanaf de Rise M10.

Orbea Rise M-Team 2021: de terreintest

Richting Baskenland om deze Orbea Rise 2021 te ontdekken op de paden van de Eremua-club, die een breed scala aan lange en relatief toegankelijke routes biedt. We reden over heerlijke trails in het wiel van de Baskische mountainbikegidsen die we ondertussen goed beginnen te kennen.

 

 

Voor het goede weer zullen we later nog eens moeten terugkomen, voor het biken waren we echter op de juiste plaats. Na twee dagen in de modder voel je duidelijk die momenten waarop een goede piloot het verschil maakt en waar een goede e-MTB uitblinkt. Datzelfde geldt trouwens ook in de afdaling wanneer het relatief hoge gewicht van een e-MTB toch steeds merkbaar is.

 

We klimmen op een Orbea Rise M-Team van 7599 euro die volgens het merk 17,5 kilogram zou wegen. We doen het met een Fox 36-vork met 150 millimeter veerweg, behoorlijk indrukwekkende Maxxis Dissector-banden en een demper met extra volume, genoeg om je bijna overal mee uit de slag te trekken.

 

 

Vanaf het begin hebben we de indruk een andere fiets te herkennen: de Occam! Dat is – gezien de geometrie en kinematica – geenszins een grote verrassing. Dat maakt dan ook dat we ons al snel thuis voelen op deze Rise. De fiets biedt een goede trappositie, geweldige grip bergaf en ondersteuning aangepast aan allmountain-gebruik.

We starten langzaam – erg langzaam – en voorlopig houden we de motor nog even uit. Het trappen voelt erg natuurlijk aan, helemaal niet alsof je aan een of andere soort gekke uitdaging begonnen bent. Je kan je dan ook goed voorstellen dat je op deze manier zou rijden om een kleine batterij te sparen (of terug te geraken wanneer je batterij leeg is, er gaan verhalen de ronde die beweren dat we dat ook daadwerkelijk gedaan hebben).

We klimmen doorheen de verschillende modi en staan bijna meteen versteld van de capaciteiten van de motor: amper lawaai en nooit krijg je het gevoel van overweldigend veel hulp. Bijzonder knap is de manier waarop het motorvermogen wordt vrijgegeven: snel spinnen, accelereren om een obstakel te overwinnen of loeihard op de pedalen rammen, de motor levert steeds de juiste mate van ondersteuning. Wanneer je gewoon in je comfortzone trapt, heb je zelfs niet het gevoel met een e-MTB onderweg te zijn. De overgangen verlopen heel erg soepel; een beetje zoals we van de standaard EP8-motor kennen.

Tijdens onze test hebben we de ‘turbomodus’ amper gebruikt. Het was vooral in ‘eco’ of ‘trail’ dat we de mogelijkheden van de motor hebben ontdekt. Bovendien voelden we weinig verschil tussen ‘trail’ en ‘turbo’.

In beklimmingen, maar ook onder andere omstandigheden, vraagt de bike wel degelijk jouw toewijding om zijn kracht helemaal te leveren. Die steile beklimming die je anders wel dankzij de kracht van de motor zou overwinnen? Vergeet het maar, deze keer zal je mee moeten trappen. Het voelt aan als een fiets zonder hulp, maar je gaat er wel beter van rijden.

Leuk is de natuurlijke komst van de trapondersteuning. Zonder onderbrekingen, zonder overmatig duwen, volgt de fiets jouw bewegingen. Het is meer begeleiden dan helpen. Echter, nooit hadden we het gevoel dat de motor kracht tekortkwam.

 

 

In de afdaling is het heel eenvoudig: de aanwezigheid van de motor voel je niet. Je rijdt als met een normale mountainbike, even dynamisch en lichtvoetig. De meer progressieve afstelling van de demper heeft hier zeker zijn aandeel in, het compenseert het gewicht van de motor en je blijft een bepaald gevoel van lichtheid behouden.

Wanneer het gaat om de besturing, houden wij wel van de Shimano-minibox die je alle basisinformatie (modus in gebruik en status van de batterij) verschaft. Voor de gelegenheid waren wij uitgerust met een Garmin-horloge, maar als ik heel eerlijk ben, hou ik enkel het exacte percentage van de batterijduur in de gaten. Dit is een persoonlijke opmerking, maar ik ben niet erg geboeid door het constante monitoren van verschillende gegevens en dus het gebruik van dergelijke horloges of GPS-toestellen. Mocht de Shimano-minibox iets nauwkeuriger zijn en bijvoorbeeld voorzien zijn van tien leds die het batterijniveau weergeven, terwijl de andere functies optioneel blijven, zijn wij al lang tevreden.

Wat de autonomie betreft, is het moeilijk een nauwkeurige analyse van onze testsessies te maken of om de door Orbea geclaimde cijfers te verifiëren. We hebben ons meer toegelegd op het testen van de verschillende modi zonder dat we de batterij wilden sparen. Wat we wel weten, is dat we op het einde van de dag toch wel veel uren hadden getrapt.

Rest de vraag: “Voor wie is deze fiets?” Toen de Lapierre E-Zesty of de Specialized Levo SL op de markt kwamen, dachten we dat deze lichtgewicht frames de toekomst van de e-MTB zouden zijn. Deze mening is verder geëvolueerd. Met de Orbea Rise ontdekken we een ander soort fiets, een die gericht is op de meest sportieve mountainbikers die wel eens van een e-MTB willen proeven maar zich niet meteen aangetrokken voelen tot overdreven krachtige motoren. De Orbea Rise is echter een fiets die de minder fysieke of zwaardere bikers niet meteen zal bekoren. Zij zullen de batterij te snel opgebruiken, net als die bikers die het gewend zijn met andere ‘grote’ e-MTB’s te rijden. Hun tempo zal niet als anders zijn, net als de manier waarop de ondersteuning wordt aangeboden. Deze Rise is meer geschikt voor lange soloritten of in gemengde groepjes van lichtgewicht bikes, met en zonder trapondersteuning.

 

 

Met de Rise komen we in een nieuw segment van de lichte e-MTB markt terecht. De modificaties aan de Shimano EP8-motor in een ‘RS-versie’ zal de e-MTB voor een nog grotere groep mountainbikers openstellen. Binnenkort wordt er op onze redactie een testmodel geleverd. We vrezen nu reeds veel te veel tijd aan het stuur van deze Orbea Rise te zullen doorbrengen. Het is dat soort fiets waarmee wij ons uitstekend zullen amuseren, zonder dat je de hulp van de motor al te fel merkt en waarmee je als vanzelf een beter piloot wordt. Dit zou wel eens een erg verslavende fiets kunnen zijn. Je kan de Orbea Rise prima vergelijken met de twee bestaande referenties op de markt, maar dankzij de technische oplossing van Shimano en Orbea valt deze nog meer op. De Orbea Rise is nu reeds een favoriet op zowat alle trails, een langetermijntest zal dat alleen maar onderstrepen.

Actiefoto’s: Jérémie Reuiller / Orbea 

Meer informatie: https://experience.orbea.com/public/en/rise-beyond