Test nieuw | Orbea Oiz 2026: is de moderne XC-fiets volwassen geworden?
Door Adrien Protano -
Sinds enkele jaren evolueert de crosscountry-sport in een razend tempo. De circuits worden sneller en technischer, de fietsen capabeler … en toch is het vandaag de dag moeilijk om te spreken van een pure revolutie op de moderne XC-platformen. Geometrieën, gewicht, kinematica: alles lijkt een extreem hoog niveau van volwassenheid te hebben bereikt. Dus, waar valt nog progressie te boeken? Bij Orbea luidt het antwoord in één woord: stijfheid. Op de achtste generatie van de Oiz heeft het Spaanse merk niet geprobeerd om alles opnieuw uit te vinden, maar eerder om elk detail te verfijnen om de rijsensaties en de efficiëntie op het terrein nog net dat stapje verder te pushen. Presentatie en terreintest van de nieuwe Orbea Oiz 2026:
De Orbea Oiz als bewijs dat de moderne XC-fiets volwassen is geworden?
Bij Orbea begon de ontwikkeling van deze nieuwe Oiz met een vrij duidelijke vraag: kunnen we een moderne XC-fiets eigenlijk nog wel echt verbeteren? Hoewel het afgelopen decennium heeft gezorgd voor veel ontwikkelingen op het gebied van fietsen én de discipline zelf, waren de afgelopen jaren wat minder spectaculair.
Het moet gezegd worden dat de Oiz in de loop der generaties al veel veranderd is. Het vlaggenschip XC-model van het Spaanse merk werd geboren in 2005 en is inmiddels toe aan zijn achtste generatie. In de tussentijd zijn bepaalde standaarden de norm geworden, waardoor het steeds moeilijker wordt om nog winstpunten te vinden.
Is er nog meer veerweg nodig? Meer stijfheid? Minder gewicht? 32-inch wielen?
Dit is te merken aan de vragen die de ingenieurs zichzelf tijdens de ontwikkeling hebben gesteld. Is er nog meer veerweg nodig? Meer stijfheid? Minder gewicht? 32-inch wielen?
Wat dat laatste punt betreft, blijft het merk overigens vrij voorzichtig. Ja, de 32 inch-maat zou een interessante volgende stap kunnen zijn voor de moderne crosscountry, maar volgens Orbea is het nog te vroeg om te weten of dit echt zinvol is voor de industrie. De componenten zijn nog maar beperkt beschikbaar en het merk wil er ook zeker van zijn dat deze evolutie op grote schaal echt meerwaarde biedt. Ze steken het echter niet onder stoelen of banken: dit ligt duidelijk al een tijdje op de tekentafels van hun R&D-afdeling! In de tussentijd blijft de 29 inch-maat gewoon zijn eigen succesvolle weg vervolgen.
Een stijver frame: waarom en hoe?
Al snel sprong één ontwikkelingsas eruit: stijfheid. Maar let op: niet stijfheid in de zin van “een stijver frame is per definitie beter”. Dit onderwerp ligt in werkelijkheid veel subtieler dan dat.
Bij Orbea leggen de ingenieurs uit dat een van de grootste uitdagingen vooral lag in de manier waarop het frame en de achterdriehoek rondom de vering werken. Wanneer een frame namelijk zijdelings vervormt tijdens het inveren, functioneert de demper niet meer perfect in zijn eigen as. Het resultaat: meer interne wrijving, minder gevoeligheid en dus minder grip.
Dit is precies het punt waarop de nieuwe Oiz een enorme evolutie doormaakt. Er is zowel gewerkt aan de carbon lay-up als aan de structuur van het frame zelf. Het is onmogelijk om over het hoofd te zien: de Oiz heeft een vorm gekregen die dicht bij andere modellen op de markt ligt, met een demper die bijna volledig in de bovenbuis is geïntegreerd. Tja, er zijn nou eenmaal geen tienduizend manieren om een XC-frame te ontwerpen als je zoekt naar de beste verhouding tussen stijfheid en gewicht én je tegelijkertijd ruimte wilt bieden aan twee bidonhouders.
Bij deze achtste generatie van de Oiz loopt de staande achtervork verder om de zitbuis heen, terwijl er ook veel werk is verzet rond de zone die de voorste framedriehoek, de mini-link en de demper met elkaar verbindt.
Orbea legt uit dat ze enorm veel versies hebben geprobeerd voordat ze tot deze nieuwe versterkingsstructuur tussen de zitbuis en de demper kwamen. Het doel was om een extreem stabiel platform rondom de link te krijgen, om zo ongewenste wrijving te beperken en de vering zo vrij mogelijk te laten werken.
Ook de mini-link is volledig herontworpen. Hij is compacter en lichter geworden, en weegt los nog maar 44 g in plaats van 77 g. In combinatie met de verbindingsplaat wint het geheel enorm aan stijfheid, terwijl het bijzonder licht blijft.
Dezelfde logica is toegepast op het hoofddraaipunt, dat volledig is herzien om zijdelingse speling te beperken en de uitlijning van de achterdriehoek tijdens de veerweg verder te verbeteren. In totaal claimt Orbea een toename van 36% in de algehele stijfheid, met 22% voor de achterdriehoek en 6% voor de voordriehoek afzonderlijk.
Het gewicht: de schaduwzijde die vermeden moest worden
Uiteraard was het verhogen van de stijfheid zonder het gewicht de pan uit te laten rijzen waarschijnlijk de grootste uitdaging voor deze nieuwe Oiz. Deze 2026-versie weegt 1474 gram in maat M, inclusief lak en hardware, maar zonder demper en zonder achteras. Dit maakt het simpelweg het lichtste XC-frame dat Orbea ooit heeft geproduceerd.
Als we daar het gewicht van de Fox Float SL-demper (249 g) bij optellen, komen we uit op een resultaat van 1723 g, wat ongeveer 60 g minder is dan zijn voorganger (1798 g). Als we de gewichten van de frames in maat M vergelijken, komen we op volgend lijstje:
- Specialized S-Works Epic 9: 1589 g
- Specialized S-Works Epic World Cup: 1712 g
- Cervélo ZFS-5: 1718 g
- Orbea Oiz OMX 2026: 1723 g
- Giant Anthem Advanced SL: 1746 g
- Specialized S-Works Epic 8: 1795 g
- Scott Spark RC HMX: 1870 g
De complete fiets duikt onder de 10 kg voor de meest hoogwaardige versie (9,86 kg). Merk op dat het financieel toegankelijkere OMR-carbon frame ongeveer 150 g zwaarder is, terwijl de lakkeuze het gewicht van het frame met wel circa 70 g kan doen variëren (tussen een versie met alleen vernis en een volledig glanzend gelakte versie).
Om dit resultaat te bereiken, legt het merk uit dat ze de constructie van het frame enorm hebben geoptimaliseerd, met een zeer nauwkeurige verdeling van de koolstofvezels en een verplaatsing van materiaal van de staande achtervork naar de liggende achtervork om de structurele efficiëntie te maximaliseren.
De kleine details van de Orbea Oiz 2026
Orbea heeft ook een groot aantal details verzorgd die ertoe bijdragen dat de Oiz een echt wedstrijdmonster is. Zo vinden we het inmiddels bekende duo Squidlock en I-Line terug. De eerste combineert de bediening van de vering en de telescopische zadelpen in een compact en ergonomisch geheel, terwijl de tweede de kabels rechtstreeks door de bovenbuis naar de demper leidt.
Daarnaast krijgt de Oiz een geïntegreerde multitool die discreet onder de bovenbuis is geplaatst. Geverifieerd gewicht inclusief houder: 77 g. Voor wie er geen gebruik van maakt, is deze uiteraard afneembaar.
Liefhebbers van lange afstanden zullen ook de aanwezigheid van twee bidonhouderbevestigingen op alle framematen waarderen. Afhankelijk van de gekozen configuratie is het mogelijk om tot twee grote bidons mee te nemen, een echt pluspunt voor marathonwedstrijden en lange trainingstochten.
Orbea heeft een kettinggeleider rechtstreeks in het frame geïntegreerd om de ketting in de meest veeleisende omstandigheden op zijn plek te houden. Het merk heeft ook de lagers van het UFO-veersysteem herzien; deze zijn nu volledig beschermd dankzij een verbeterde afdichting die de duurzaamheid moet verhogen.
Daarnaast valt de aanwezigheid van het Spin Block-systeem op, dat de rotatie van het stuur bij een val beperkt en zo voorkomt dat de shifters of remhendels het frame beschadigen.
Kortom, Orbea heeft gekozen voor verschillende technische oplossingen die door fietsers worden gewaardeerd om hun eenvoud en betrouwbaarheid. De achterrem is nu voorzien van een rechtstreeks in het frame geïntegreerde Post Mount-bevestiging, terwijl de BSA-trapas met schroefdraad zijn rentree maakt. Een keuze die het onderhoud aanzienlijk vergemakkelijkt.
Een vering ontworpen voor hoge snelheden
Wat de vering betreft, behoudt Orbea vooraan en achteraan 120 mm veerweg, met de mogelijkheid om aan de voorkant te upgraden naar 130 mm.
De insteek blijft overduidelijk competitief: de vering is zo afgesteld dat je grip en snelheid behoudt, in plaats van dat er puur op maximaal comfort is ingezet.
De kinematica blijft degressief, met een stevig/ondersteunend gevoel in het begin van de veerweg en een soepeler gedrag in het verloop van de veerweg. Het is de combinatie met een demper met een klein volume – die progressiever is aan het einde van de veerweg – die ervoor zorgt dat je de controle behoudt bij grote klappen.
Om een zeer specifiek gedrag te verkrijgen voor de nieuwe Oiz, zijn de instellingen ontwikkeld in nauwe samenwerking met Fox en RockShox, zowel voor de achterdemper als voor de voorvork.
Geometrie: verander nooit een succesformule
Hoewel de hoofdlijnen van de geometrie behouden blijven, heeft Orbea een aantal gerichte aanpassingen doorgevoerd om de Oiz af te stemmen op de eisen van het moderne XC. In maat M levert dit een reach van 450 mm op, terwijl de liggende achtervork voor alle maten naar 430 mm gaat. Dat is 2 mm korter dan bij de vorige generatie. In maat M is de balhoofdhoek met 66,8° iets vlakker geworden, terwijl de zitbuishoek (afhankelijk van de maat) met 76,7° juist wat rechter is gemaakt om de trappositie te verbeteren.
Het bottom bracket blijft met een drop van 42 mm vrij laag, en het merk heeft er bewust voor gekozen om geen flip-chip te integreren, om de fiets zo efficiënt en consistent mogelijk te houden.
Versies en prijzen
Net als bij de vorige generatie brengt Orbea de Oiz uit in twee frame-families: de OMR, die toegankelijker is, en de OMX, die lichter en hoogwaardiger is.
Het instapmodel is de Oiz M30 met een prijs van € 3799 die is uitgerust met een RockShox SID Select-voorvork, SIDLuxe Select+-demper en een Shimano M7200-aandrijving. Een stapje hoger vind je de Oiz M20 voor € 4799, die is voorzien van een Fox 34 SL Factory Kashima-voorvork en Oquo MP28 Pro-wielen.
De Oiz M10 stijgt in prijs naar € 5.999 met een Shimano XT Di2-aandrijving en Oquo MP30 Team-wielen, terwijl de Oiz M10 AXS van € 6.999 kiest voor een Sram XO/GX T-Type groepset in combinatie met een RockShox Flight Attendant-systeem.
Voor de OMX-frames beginnen de prijzen vanaf € 7.299 met de Oiz M-Pro, uitgerust met een Shimano XT Di2-aandrijving en Oquo MP30 Team-wielen. De Oiz M Team AXS is verkrijgbaar voor € 7.499 met een Sram XO AXS-aandrijving en Motive Silver-remmen. Hoger in het segment wordt de Oiz M Team Factory aangeboden voor € 9.499 met een Shimano XTR Di2-groepset en Oquo MP30 LTD-wielen.
De zeer exclusieve Oiz M-LTD spant de kroon met een prijskaartje van € 11.499, uitgerust met een Sram XX SL-aandrijving, Motive Ultimate-remmen en de lichtste Oquo-wielen uit de catalogus. Alle OMX-versies delen dezelfde Fox Factory Kashima-veersystemen, met een 120 mm Fox 34 SL Factory-voorvork en een speciaal voor de Oiz ontwikkelde Fox Float SL I-Line-achterdemper.
Zoals gewoonlijk zet Orbea ook nu weer in op haar MyO-personalisatieprogramma. Naast de eenvoudige kleurkeuze is het mogelijk om tijdens het bestellen talloze componenten aan te passen: wielen, banden, de cockpit, de aandrijving, enz. Het merk kondigt meer dan een miljoen mogelijke kleurcombinaties aan voor deze nieuwe Oiz. Een service die vandaag de dag een van de sterkste punten van Orbea blijft ten opzichte van de concurrentie, die vaak nog veel meer vastomlijnde montages aanbiedt.
Orbea Oiz 2026: de terreintest
Voor onze eerste kennismaking met de Oiz in het Spaanse Navarra, aan de poorten van het Baskenland, stapten we met onze 1m77 op een model in maat M. Orbea adviseert een SAG-instelling tussen de 20 en 25% op dit platform, en wij vonden onze ‘sweet spot’ op 22%.
Vanaf de eerste meters laat deze nieuwe Oiz er geen gras over groeien: dit is een rasechte wedstrijdfiets. De zithouding is sportief, met een vrij lage voorkant die je er op een natuurlijke manier toe aanzet om druk op het voorwiel te zetten. De fiets voelt meteen precies, strak en heel direct in zijn reacties. Het gevoel is nóg net iets meer ‘racing’ dan bij de vorige generatie.
Tijdens het klimmen
Tijdens het klimmen is het rendement uitstekend; de fiets reageert zeer efficiënt op tempowisselingen en behoudt enorm veel snelheid. De korte liggende achtervork zorgt bovendien voor een speels en dynamisch karakter. Dit voorkomt dat de fiets te veel rechtdoor wil gaan in kronkelige secties, zonder dat dit ten koste gaat van het levendige en nerveuze gevoel bij het aanzetten.
Vergeleken met de vorige generatie win je bij het klimmen nog meer aan efficiëntie. Je krijgt net wat meer dat gevoel dat je vooruit wordt gestuwd en dat hij je zin geeft om nog een tandje bij te steken, waar de vorige generatie wat ingetogener aanvoelde. Deze Oiz 2026 is net iets expressiever dan zijn voorganger; je hebt echt het gevoel in topvorm te zijn achter het stuur, dankzij een krachtoverbrenging die puurder en directer aanvoelt.
Tijdens het dalen
Dat sportieve, krachtige en pure karakter voel je ook tijdens het afdalen.
De Oiz 2026 is daarentegen wel iets minder toegankelijk dan zijn voorganger. Je moet hem wat strakker in de lijn houden en je moet er vooral actiever mee rijden om zijn volledige potentieel te benutten.
Maar paradoxaal genoeg … hoe hoger je het tempo opvoert, hoe comfortabeler en veiliger de fiets aanvoelt. En dat is waarschijnlijk het best geslaagde punt van deze nieuwe Oiz. Wanneer je echt hard begint te pushen in de bochten of op ruige stroken, behoudt het frame enorm veel precisie, terwijl de vering heel vrij zijn werk blijft doen op kleine oneffenheden. De fiets wordt daardoor extreem voorspelbaar qua grip.
Het enige element dat soms een beetje uit de toon leek te vallen, zijn de wielen, die ook erg stijf zijn. In combinatie met een frame dat al extreem precies is, zorgen ze soms voor een geheel dat net iets te veel ‘op slot’ zit. We zouden ons deze nieuwe Oiz heel goed kunnen voorstellen met een wielset die net iets vergevingsgezinder is, om wat meer algehele demping te bieden. In de huidige configuratie zorgt het weliswaar voor een flinke portie dynamiek en een uitstekende precisie, maar het vraagt ook de nodige fysieke paraatheid om de klappen op te vangen (vooral wat betreft de verticale stijfheid).
Let op: deze Oiz is niet per se voor iedereen geschikt. Het is overduidelijk een sportieve en veeleisende fiets, die er vooral op is gefixeerd om hard te rijden en flink aan te vallen. Als je je gewoon een beetje laat meevoeren, heeft de fiets de neiging om behoorlijk stug over te komen en mist hij wat comfort … in elk geval in deze vrij high-end configuratie met de carbon Oquo-wielset.
Verdict
Na twee dagen in het zadel van de Orbea Oiz laat deze fiets de indruk achter van een machine die écht gericht is op competitie en prestaties. Hij is extreem verfijnd; elk detail lijkt met precisie te zijn geoptimaliseerd om hier en daar een paar procent te winnen. Stijver, nauwkeuriger, efficiënter … Orbea heeft ervoor gekozen om het frame nog wat scherper te stellen om hem nog net iets exclusiever te maken. Een keuze die uiteraard zowel voordelen als beperkingen heeft. Een echte moderne wedstrijdfiets die niet per se voor iedereen geschikt zal zijn … maar die renners die op zoek zijn naar een rasechte racemachine enorm zal aanspreken.
Meer info via www.orbea.com













