Inside | 72 uur met het BMC Racing Team

Sport
14 September 2017 — Olivier Béart

Vrijdag: op bezoek bij Julien Absalon, Titouan Carod en Alex Moos

Als we de stand van BMC naderen, merken we dat de mecaniciens al druk in de weer zijn. Zij zijn dan ook als eersten op post om de fietsen klaar te zetten alvorens de renners arriveren. Toch is ook Titouan Carod al aanwezig en druk in de weer om zijn schoenplaatjes af te stellen. “Het klopt dat ik vaak de eerste renner ben die in de stand aanwezig is,” lacht hij. “Ik bereid alles graag goed voor zonder me ergens druk over te moeten maken, zeker tijdens een wedstrijdweekend, en ik doe graag een laatste check van mijn fiets vooraleer ik een rondje ga rijden.”

Op het programma van de dag staat een verkenning op de omloop van Val di Sole. De officiële trainingen beginnen voor de mannen pas om 11 uur en Titouan Carod en Julien Absalon hebben het plan opgevat om rond half twaalf samen een uurtje op het circuit te rijden. “De bedoeling is om vandaag de benen los te rijden en de juiste lijnen te herhalen, dus helemaal niet om diep te gaan. Soms is het parcours echter zo leuk dat het moeite kost om ons in te houden, maar de wedstrijd is pas op zondag en het is dan pas dat het telt.”
Om half elf stipt steekt ook Julien Absalon zijn hoofd binnen in de tent van het team. Nadat hij zijn spullen heeft opgeborgen, beschouwt hij samen met Benoît di Natale, één van de mecaniciens van het team, de fietsen. Absalon moet niet lang nadenken over de vraag met welke fiets hij zondag zal rijden, want hij rijdt al zijn wedstrijden met de BMC Fourstroke full suspension. Ook de banden waarop hij zal rijden heeft hij al gekozen. Zondag kiest hij zowel vooraan als achteraan voor Vittoria Mezcal-banden van 2.1.

Over de grootte van het kettingblad twijfelt Julien nog wel. Hij wil dan ook nog een test afwerken met een exemplaar van 32 tanden en met één van 34 tanden. Het is voor dit soort zaken dat deze laatste trainingen dienen. “Op deze fiets scheelt er iets met de voorrem,” merkt hij terloops op terwijl hij naar zijn reservefiets wijst die hij gebruikt om naar het hotel te rijden. Op het eerste zicht lijkt alles in orde, maar een renner van zijn kaliber merkt het kleinste detail op. De mecaniciens gaan dan ook meteen aan de slag om het zaakje te ontluchten.

Maar waar zijn de Zwitsers van het team ondertussen? Enkel Reto Indergand is even een koffie komen drinken en zijn bidon komen vullen, maar de anderen hebben hun gezicht nog niet laten zien. “De vrijdag is de dag van de Fransen,” legt Benoît ons uit. “Iedereen heeft een andere manier om een wedstrijd voor te bereiden en onze Zwitsers rijden op vrijdag liever wat op de weg. Ze komen dan ook enkel voor het middag- en avondmaal naar de stand.”

Voor Julien Absalon zijn de twee laatste wereldbekers van het seizoen extra speciaal. Het is namelijk voor het eerst in 14 (!) jaar dat hij niet de één of andere kampioenstrui mag dragen, maar in de gewone team oufit moet starten. “Natuurlijk doet het me iets dat ik zondag geen kampioenstrui mag dragen. De eerste training in de team outfit voelde dan ook best bizar aan. Maar het is allemaal toch eerder symbolisch, dus het went snel … en ik vind de rood-zwarte trui van BMC ook mooi, dus ik denk er al niet meer aan,” lacht hij.

Nog iets waar hij aan moet wennen is het nummer 14 op zijn stuurbord, waardoor hij vanop de tweede rij moet starten. “Ik ben nooit de beste starter geweest en in Mont-Sainte-Anne moest ik zelfs van op de derde lijn vertrekken, wat ik best moeilijk vond. Het wordt zondag dan ook zaak om goed te starten.”

Julien Absalon vertelt ons ook haarfijn hoe hij deze wereldbekerfinale aanpakt. “Op donderdag rijd ik nooit op de omloop, maar leg ik hem te voet af. Vroeger deed ik dat nooit, maar het helpt wel. Ik stop niet graag eens ik aan het fietsen ben en te voet kan ik wel mijn tijd nemen om te kijken welke lijnen de anderen volgen. Op vrijdag verken ik de omloop zodat ik alles nog een laatste keer in me kan opnemen. Zo herhaal ik de juiste lijnen en controleer ik ook mijn materiaalkeuze nog eens. Ook de start heb ik al getest. De lange rechte lijn duurt exact 55 seconden. Zondag wordt het dan ook zaak om daar en op de eerste klim al vooraan te zitten, want anders kan ik de top vijf wel vergeten.” 

We hebben amper ons interview met Julien Absalon beëindigd of we zien hem al opnieuw plaatsnemen voor de camera. Achter de camera merken we Sylvain Golay op die in het verleden één van de mecaniciens was van het team, maar zijn rol is de laatste jaren geëvolueerd naar het verzorgen van de PR rond het team op de sociale media.

“Ik was altijd al graag in de weer met een camera en maakte af en toe wel eens foto’s of een filmpje van het team. Nu is het echter één van mijn officiële taken om de dagelijkse gang van zaken binnen het team te delen via onze sociale mediakanalen. Doordat de renners me goed kennen zijn ze ook veel relaxter dan dat een buitenstaander achter de camera zou staan.”

Terwijl Julien Absalon zich klaarmaakt om te gaan rijden, bespreken Titouan Carod en Alex Moos, de grote baas van het team die zelf een ex-renner is, nog eens wat ze van het circuit vinden. Moos reed zelf ook enkele rondjes en geeft zijn tips aan Titouan: “Probeer hier na de stenen langs rechts te rijden, dat gaat sneller. En daar heb ik gemerkt dat er door de vele passages een nieuw spoor is ontwikkeld. Probeer eens of dat sneller gaat.”

De bedoeling van dit soort briefings is om de renners te motiveren en vertrouwen te schenken

Iets voor half twaalf is het dan eindelijk tijd voor Julien Absalon en Titouan Carod om op de fiets te springen. Voor ons het moment om eens aan de mouw van Alex Moos te trekken en hem te vragen wat het nut is van deze briefings. “Toen je ons bezighoorde hadden we het over de juiste lijnen die Titou moet volgen, maar eigenlijk is dat niet het allerbelangrijkste. Ze rijden allemaal stukken beter met de fiets als mij en ze zijn ook groot genoeg om de juiste lijnen te kiezen. De bedoeling van dit soort briefings is om de renners te motiveren en vertrouwen te schenken dat ze de juiste keuzes hebben gemaakt. Tijdens deze korte persoonlijke gesprekken, die ik met alle renners voer, komen er ook meerdere zaken aan bod. Zo hebben we het ook over de voorbije wedstrijd, over wat er goed of slecht ging, over de strategie, … Voor de wedstrijd haal ik vooral de positieve punten aan, want ik wil dat ze zich goed voelen voor de wedstrijd.”

Alex Moos beschikt door zijn MTB- en wegverleden over tonnen ervaring en hij leest de wedstrijd dan ook als geen ander. “Tijdens mijn carrière kreeg ik regelmatig zulke briefings en ik heb daar veel van geleerd. Ik heb dan ook geleerd om de wedstrijd aan te voelen, waardoor ik al vaak de afloop van een wedstrijd kan voorspellen nog voordat ze ten einde is. Ik herinner me ook het verloop van heel wat wedstrijden nog, zelfs van renners die niet in het team zitten. Toen we Titouan in het team haalden, heb ik het met hem nog gehad over een lekke band of andere wedstrijdomstandigheden uit het verleden die hij zelf al vergeten was. En de renners merken ook dat de wedstrijden vaak verlopen zoals ik het op voorhand voorspelde. Zo win ik hun respect. Ze weten ook dat ik niet aarzel om te zeggen waar het op staat. Zelfs bij Julien Absalon is dat, ondanks zijn vele titels, soms nodig! Gelukkig gebeurt dit slechts zelden en we vormen echt een leuke groep die hard werkt en eerlijk en loyaal is. Het is aangenaam om met hen te werken en mijn rol is dan ook meer die van de grote broer dan die van de chef.”

Etenstijd

Terwijl Julien Absalon en Titouan Carod zich na hun training snel opfrissen, vallen ook Lars Forster, Reto Indergand en Lukas Flückiger binnen. Het middagmaal wordt dan ook met het hele team genuttigd. Van de mecaniciens tot de teammanager en van de renners tot de staff: iedereen neemt plaats rond de grote tafel.

Aan het fornuis staat Philippe Thalmann die samen met zijn vrouw Anne-Valérie, de kiné van het team, al jaren het team volgt. Philippe zorgt voor het eten en heeft zo zijn plaats gevonden in het team. De wereldbekerfinale in Val di Sole is echter een bijzonder moment voor het koppel, want ze hebben beslist om eind dit jaar te stoppen bij het team.

Het is logisch dat Philippe voor een gezonde maaltijd moet zorgen, maar dit hoeft niet synoniem te staan met smaakloos. “Natuurlijk moet het lekker zijn, want de renners moeten plezier hebben in wat ze eten,” aldus Philippe terwijl hij in zijn risotto roert. We hebben er trouwens ook van mogen proeven en we kunnen enkel maar bevestigen dat het lekker was. “We proberen zoveel mogelijk variatie te brengen in het eten en indien mogelijk maken we zelfs een streekgerecht.”

‘s Avonds herhaalt dit ritueel zich. Heel het team komt dan uit het hotel of appartement naar de tent afgezakt om er samen het avondmaal te nuttigen. Nu staat er zalm op het menu, aangevuld met wat groenten en voorafgegaan door een courgettesoep. Lukas Flückiger is in zijn nopjes en komt een tweede keer zijn bord vullen. Wel let men erop dat er ’s avonds minder zetmeelachtigen op het bord komen. Aan tafel gaat het er levendig aan toe. Er wordt veel gelachen en de fiets komt maar weinig ter sprake tot het gesprek afglijdt naar een belangrijk onderwerp dit weekend: de eindzege in het teamklassement van de wereldbeker. Indien het team er in zou slagen om deze trofee te winnen, dan is dat voor het vijfde opeenvolgende jaar! Alex Moos en Mélanie Leveau, de communicatieverantwoordelijke, hebben het al uitgerekend. Ook al staat het team niet aan de leiding (Scott-Sram van Nino Schurter heeft de leiding in handen), toch blijft alles nog mogelijk als iedereen zijn best doet.

Onze eerste dag bij het BMC Racing Team loopt ten einde en iedereen trekt rond 21 uur naar het hotel. Morgen gaan we eens een kijkje nemen bij de mecaniciens van het team.

Klik onderaan voor het vervolg …