Ontdekking | Highland-trails, whisky en haggis

Natuur
16 September 2019 — Jurgen Groenwals
Wanneer ik de uitnodiging krijg om eind november twee dagen in de Schotse Highlands te gaan mountainbiken, loop ik niet meteen over van enthousiasme. Niet zozeer om de Schotse trails die al lang op mijn bucketlist staan, dan wel om de - en ik gebruik een eufemisme - minder aangename weersomstandigheden voor de tijd van het jaar. Een paar mails, het zorgvuldig inpakken van alle fietskledij die ik heb en enigszins van nut kan zijn en een vliegreis later, stap ik - in een warme jas ingeduffeld - het vliegveld van Edinburgh buiten. Het regent.

Vojo is hier op uitnodiging van Developing Mountain Biking in Scotland, kortweg DMBinS. Zij organiseren deze week de Scottish Mountain Bike Conference en voorafgaand aan dat event ben ik uitgenodigd om de omgeving van Aviemore en diens fantastische trails te verkennen. DMBinS is een project dat – onder de hoede van Scottish Cycling – zowat alle spelers uit de Schotse fietsindustrie, natuurverenigingen en gouvernementele organisaties rond zich heeft verzameld met als doel mountainbiken in Schotland naar een nog hoger niveau te brengen. Zo investeert DMBinS in steun aan plaatselijke autoriteiten en organisaties om samen met rijders en toeristische organisaties doorheen heel Schotland nieuwe trails te bouwen. Zij onderhandelen mee met landeigenaars voor toestemming om trails over hun land te laten lopen en hebben het eerste mountainbike innovatiecentrum ter wereld op poten gezet. Dankzij de inspanningen van DMBinS is het mountainbike-toerisme in Schotland met maar liefst tien procent gegroeid. Om je maar even te duiden dat DMBinS schitterend werk levert om van Schotland een gedroomde mountainbike-bestemming te maken.

Endura

Als je dan toch in Edinburgh bent, lijkt een bezoek aan het Schots fiets-paradepaardje, Endura, haast onvermijdelijk. Sinds 1993 ontwerpt Endura functionele kleding voor alle fietsdisciplines. Foto’s van Dan en Rachel Atherton en natuurlijk de Schotse superster Danny MacAskill sieren de muren. Bij een kop warme thee bestuderen we kledij en helmen. Een setje Endura MT 500-regenkledij moet ons de volgende dagen warm en vooral droog houden.

Voor sterke magen

Tijd om ons richting Schotse Highlands te begeven. Met Aviemore zitten we in het noordwesten van het Cairngorms National Park. Het skioord in Aviemore was het allereerste in Schotland. We nemen onze intrek in het Mac Donald Highland Resort en worden diezelfde avond nog getrakteerd op het typisch Schotse gerecht haggis. Voor zij met een sterke maag; haggis is een vleesgerecht gemaakt van hart, long en lever van een schaap, vermengd met dierlijk vet en een rits kruiden. Ik krijg mijn haggis als een soort worst geserveerd en daar ben ik niet rouwig om, het traditionele gerecht serveert haggis namelijk in een schapenmaag. Puree en raap maken er best een smakelijk maaltijd van. Whisky – je bent niet voor niets in Schotland – in de gezellige bar van het hotel sluit de eerste avond af. Morgen gaan we biken, de weersvoorspelling belooft met regen en temperaturen rond het vriespunt niet veel goeds.

Cairngorms National Park

Die ochtend zijn de bergen rondom Aviemore bedekt onder een dun laagje verse sneeuw. Eind november luidt het begin van de winter in. En waar ik nog een extra laagje aantrek, komt gids van dienst, Chris Gibbs, aangereden in korte broek en korte mouwen. Chris ‘the bear’ werkt voor H+I Adventures en woont in Aviemore. Ik ontmoette Chris eerder tijdens een zonovergoten trip in Slovenië. Korte broek en dito mouwen waren daar behoorlijk normaal, hier ligt dat toch net iets anders. We verlaten het Mac Donalds Highland Resort en amper een paar kilometer buiten Aviemore duiken we de overweldigend knappe natuur van het Cairngorms National Park binnen.

We zitten hier tussen de hoogste pieken van Schotland, in een vallei die gedurende de IJstijd geschapen werd. Dat zorgt voor een heus bergklimaat. Mountainbiken in nationale parken in Schotland is toegelaten, zolang de trails met oog op duurzaamheid zijn aangelegd en de rijders trails en natuur respecteren. Het nationaal park ligt grofweg tussen Inverness, Aberdeen en Perth en ontleent zijn naam aan de gelijknamige bergketen, Cairn Gorm. De natuur is ruig, wild en wonderbaarlijk.

Wolf of Badenoch

De trail doorheen de dennenbossen rond Rothiemurchus, door Sir David Attenborough ooit omschreven als “one of the glories of wild Scotland”, gaat op en af. En nogal veel over natte boomwortels.

Ik ben met ondermeer Scott-teamrijder Scotty Laughland in goed gezelschap. Dat betekent ook dat het tempo behoorlijk hoog ligt. Dat eerste laagje om mij warm te houden, verdwijnt al snel in de rugzak. We rijden voorbij het toeristisch centrum Rothiemurchus over alweer een uitmuntend knappe en technische trail.

Ter hoogte van het meer ‘Loch an Eilein’ houden we onze eerste stop. In het midden van het meer – op wat een natuurlijk eilandje lijkt – staat de ruïne van het kasteel van Loch an Eilein. Het kasteel dateert van de veertiende eeuw en was oorspronkelijk bedoeld als schuilplaats tegen rondtrekkende plunderende bendes. Alexander Stewart, de derde zoon van King Robert II van Schotland – voor zijn nietsontziende wreedheden ook wel de ‘Wolf of Badenoch’ genoemd – verbleef voor zijn eigen veiligheid geruime tijd in het kasteel. De daaropvolgende eeuwen werden flink wat conflicten in het kasteel uitgevochten. De vroegere brug die het vasteland met het kasteel verbond, is door werken aan een dam in de achttiende eeuw helemaal onder water komen te staan.

Whisky als opwarmer

Ondertussen zijn we het Invereshie & Inshriach National Nature Reserve binnengereden. Ach ja, hadden we al gezegd dat de trail die ons daarheen bracht, alweer een pareltje was? We rijden door een mozaïek van indrukwekkende dennenwouden en ruige bergplateaus.

Veel voorkomend in de Schotse Highlands zijn eenvoudige berghutten, bothy genaamd. Ze zijn wind- en waterdicht en hebben meestal een slaapgedeelte en een open haard of kachel. Verder is er niets. Maar op een lange bikepacktrip is zo’n bothy wel een prima slaapplaats. Links boven ons steekt Ben Macdui zijn besneeuwde hoofd door de wolken. Het is met 1309 meter de hoogste berg in de Cairngorms.

We verlaten het bos en genieten van prachtige uitzichten…

… rijden of wandelen door verschillende riviertjes, zoeken ons een weg tussen achteloos uitgestrooide rotsblokken en klauteren met de bike in de nek onberijdbare trappen op.

Voorlopig hebben we de voeten droog kunnen houden. Daar komt zo meteen verandering in. We gaan dwars de rivier over, grof geschat vijftig meter lang en dertig tot vijftig centimeter diep. De stroming is veel te sterk om door te rijden, dat wordt dus waden en je neerleggen bij het lot van koude voeten.

Water wordt uit schoenen gegoten en kousen uitgewrongen. Gelukkig heb ik heel veel kledij in mijn rugzak meegenomen, zelfs droge kousen. Maar wat nog beter helpt om het warm te krijgen, is de kleine zakfles whisky die Chris uit zijn rugzak opdiept. De whisky werd in de tuin bij een vriend van Chris gevonden, jarenlang lagen de flessen daar verstopt om belastingen te vermijden.

En nog beter om opnieuw warm te worden, is de brutaal steile klim die daarop volgt. ‘Creag na Sroine’ is met zijn 532 meter niet de hoogste top waar we ooit op stonden, maar de temperatuur duikt toch netjes onder het vriespunt.

Niet getreurd, wat volgt is een fantastisch afdaling langsheen een van de knapste singletrails die wij ooit voor de wielen geworpen kregen.

Meer rivieren en een open vlakte waar de uitzichten prachtig zijn en een ijswind vrij spel heeft, brengen ons opnieuw een dikbebost dennenbos binnen.

Na Creag Dhubh duiken we een soort van doorgang tussen de bomen – genaamd the Green Dream – in. Het adrenalinepeil gaat richting zenit, dit is puur kicken. Ondertussen is het nog harder beginnen regenen. Eind november valt de avond hier bijzonder snel en ook al zijn we niet zo ver van de bewoonde wereld, je wilt toch niet in het holst van de nacht in deze bossen rondfietsen. We zetten het op een langgerekte spurt richting Aviemore.

Een lange, hete douche brengt opnieuw gevoel in tenen en vingers. De pint in de lokale pub is een waardige afsluiter van een heerlijke dag Schotse trails.

Als in de film

Flexibiliteit is van het allergrootste belang wanneer je in de Schotse Highlands gaat biken. Een lokale gids is dan een enorme extra troef. De weersvoorspellingen voor Aviemore en omgeving zien er guur, grijs en grauw uit. Meer zuidwaarts zou de zon af en toe moeten komen piepen. We rijden naar Laggan Wolftrax, een speciaal voor mountainbike-gebruik aangelegd trailpark. Vandaag wordt Chris ‘the Bear’ Gibbs vergezeld door H+I Adventures-oprichter Euan Wilson. Het vooruitzicht om in Laggan Wolftrax trails te gaan rijden, was voor Euan voldoende overtuiging om in zijn auto te springen en vanuit het noorden van Inverness naar Laggan af te zakken. De rit langsheen de A9 is zoals je Schotland kent uit de film. Overal zie je stenen muurtjes, duizenden schapen, kastelen – al dan niet in ruïnevorm – eindeloos glooiende groene hellingen, rivieren en meren. Laaghangende mist geeft het landschap een extra mysterieuze glans. Precies wat je verwacht bij een idyllisch beeld van Schotland, er duiken nog net geen trollen op.

Laggan Wolftrax

Genoeg gemijmerd in de auto. We zijn klaar voor de trails van Laggan Wolftrax en dat betekent dat we eerst gaan klimmen. Dit is geen bikepark zoals de bikeparks die je in de Alpen vindt. Geen liften, maar spierkracht brengen je hier naar de top van de afdaling. De klim is – afhankelijk van de afdaling die je wilt nemen – steeds goed voor twee à drie kilometer klimmen. Er zijn niet enorm veel afdalingen maar diegene die er liggen, zijn verdomd pittig en perfect aangelegd. Schotse bikers hebben nu eenmaal best wat ervaring met grillige weersomstandigheden en hoe je daarin de beste trails aanlegt.

Als opwarming kiezen we voor de rode route, goed voor bijna vier kilometer fun op heerlijke singletracks. Het is een trail vol afwisseling, dan eens snel en flowy, vervolgens behoedzaam en technisch. De meest opvallende punten hebben een naam meegekregen. Halverwege rood maken we even een ommetje richting zwart.

Via de Stilletto Staircase – een reeks brutaal weggesmeten rotsblokken over een smal bospad – komen we aan The Devil’s Chessboard. De legende wil dat de ‘Wolf of Badenoch’ – je kent hem nog van het kasteel op Loch an Eilein – op zijn laatste avond op aarde hier aan het schaken was met de duivel. Legende of niet, op deze trail is het een enorme rock slab waar de zwarte route overheen dendert. Scotty Laughland toont de weg, ondergetekende volgt met iets minder zwier. Mijn eerste rock slab ooit levert een flinke kick op.

En wat nog beter is, de ‘chicken way’ die voorzien is voor zij die de slab niet willen rijden, kan je ook gewoon omhoog fietsen. En zo komt het dat ik amper een minuutje later opnieuw boven sta, klaar voor de volgende run. En nog eens. En nog eens. We klimmen opnieuw naar het startpunt van de routes en pikken deze keer de zwarte route mee. Dat zwart is heus wel zwart. De rotsblokken zijn gigantisch, de drops ook en namen als The Back Sack & Crack Attack, Jagged Edge en Doc Rick’s Rocky Slab laten niet zoveel aan de verbeelding over.

Vier seizoenen in een run

Of we voor onze middagstop nog snel zin hebben in een laatste fantastische, een beetje verborgen afdaling, wil Chris weten. Uiteraard, ook al betekent dat opnieuw drie kilometer klimmen. En waar de overige beklimmingen nog vlot over aangelegde brede brandwegen liepen, worden we nu op een technische beklimming vol obstakels getrakteerd.

Het paadje klimt zich een weg over rotsblokken en doorheen bossen. Overal waar je om je heen kijkt, openbaart zich een prachtig panorama.

Wanneer we de top bereiken, breekt in de verte de zon doorheen het wolkendek. Bij ons begint het echter zachtjes te sneeuwen.

De daaropvolgende afdaling is er eentje om nooit meer te vergeten. Dit is mountainbiken met dikke vette hoofdletter M.

Het is steil en technisch en we rijden doorheen een donker woud bezaaid met rotsblokken, boomwortels en bochten.

Zelfs de zon komt even piepen.

Om amper een paar minuter later over te gaan in een heuse plensbui. Vier seizoenen in een run. Zon en regen toveren een regenboog over het landschap terwijl wij kicken over alweer een onvoorstelbaar fantastische afdaling.

Secret trail

Genoeg van het trailpark. Aan de overkant van de weg ligt nog een soort van secret trail die Chris graag met ons wil delen. De Dun da Lamh Fort Trail is eigenlijk een wandelweg die naar het fort van Dun da Lamh leidt. De klim verloopt vlot en gelijkmatig, enkel de laatste honderd meter zijn onmogelijk steil.

Daar nemen we afscheid van het wandelpad om het bos en de secret trail in te duiken.

Een trail waar we getrakteerd worden op alles wat mountainbiken in Schotland zo uniek maakt.

In fietscafé Route 7 Cafe komen we op krachten met thee, koffie en heerlijke taart.

Barbecue, gin en Schotse muziek in de distilleerderij Inshriach luiden het einde van twee fantastische dagen trails rijden in de Schotse Highlands af. 

Conclusie

Ja, het was koud en nat, maar ik onthou vooral dat de Schotse trails simpelweg bij het beste behoren wat je mogelijkerwijs voor je mountainbike-wielen geschoven kan krijgen. Doe daar de vaak indrukwekkend mooie landschappen in een land gevuld met historie en legendes bij, werk af met een single malt whisky en je krijgt een meer dan geslaagde cocktail.

En ik onthou ook dat je niet teveel over het weer moet zeuren. Gewoon een extra laagje en een regenjasje aan en rijden maar. 

Foto’s Ross Bell

Met dank aan H+I Adventures voor het puike gidswerk.