Presentatie en eerste test | Specialized Epic en Epic Evo 2021: nietsontziend racen of puur genieten

Techniek
23 June 2020 — Jurgen Groenwals

Met gepaste trots stelt Specialized zijn volgende generatie van de Epic voor. En net als met de voorgaande generaties zorgt dat voor de nodige opwinding binnen de mountainbikewereld. Vojo mocht de voorbije weken zowel met de puur op competitie gerichte crosscountry-versie (Epic XC) als met de trail-versie (Epic Evo) het bos intrekken voor een eerste testrit, waarvan je hieronder onze bevindingen leest.

De Specialized Epic is ongetwijfeld een van die mountainbikes die het aanschijn van crosscountry-racing grondig heeft veranderd. We nemen je graag kort even mee doorheen de reeds behoorlijk lange geschiedenis van dit icoon in het crosscountry-segment.Spe_Epic_WC_Histoire_VojoMag-2

We vergeten voor het gemak de allereerste generatie uit de beginjaren negentig. Dat waren exotische – carbon en titanium – voorlopers van wat een kleine tien jaar later de basis moest leggen voor de Epic. In die tijd waren crosscountry-racers geobsedeerd door een laag gewicht en een directe krachtoverbrenging. Hen overtuigen om op de FSR full suspensions wedstrijden te rijden, leek een onmogelijke taak. Op de terugvlucht van een aantal Europese wedstrijden kwam een gefrustreerde Mike McAndrews, verantwoordelijk voor de ophanging binnen Specialized, op het idee om met een inertieventiel te gaan werken. Een eerste ontwerp stond op het servet van het vliegtuig getekend. Een idee dat reeds langer leefde in de motorcrosswereld en dat hij deelde met Jim Turner, de broer van RockShox oprichter Paul Turner. En zo zag de Brain het levenslicht.

Mike McAndrews: “Wij zijn al twintig jaar geobsedeerd bezig om de snelst mogelijke crosscountry-bike te maken.”

De eerste modellen waren niet meteen een enorm succes. Instellen van de gevoeligheid was niet mogelijk, dus het was nooit duidelijk wanneer en of de Brain wel degelijk zou werken op oneffenheden. Het duurde jaren van experimenteren tot het hele concept veranderde van een single unit tot het systeem dat we nu kennen: een demper aan de bovenbuis die via een kabel verbonden is met de Brain ter hoogte van de achteras. Begin jaren 2000 was het ene Filip Meirhaeghe die – toen nog op een 26” – met zijn Epic het mooie weer maakte, maar de echte doorbraak kwam er pas een paar jaar later.

Christoph Sauser. – Photo by Shaun Roy/Cape Epic/SPORTZPICS

In 2008 reed Christoph Sauser met zijn nieuwe Epic, op 29”-wielen, meteen naar de overwinning in het wereldkampioenschap in Val di Sole. De rest is geschiedenis en meer dan twintig jaar later smijten we ons been over alweer de nieuwste generatie Epic.

De Epic-range wordt onderverdeeld in enerzijds de Epic XC, die zoals de naam het reeds weggeeft, vooral gericht is op crosscountry-racing.

Anderzijds is er de Epic Evo, de meer trailgerichte versie die met iets meer veerweg en comfort op pad wordt gestuurd. Als we even eerlijk zijn, voor het gros van de Vlaamse en Nederlandse bikers zou de Evo-versie de meest aangewezen bike kunnen zijn. Een tikje meer veerweg, nog steeds razendsnel, een geometrie die wat meer relaxed is, een soort alleskunner waarmee je ook richting Alpen of Dolomieten kan, … maar we kunnen zo al voorspellen dat het vooral de XC-versie zal zijn die hier over de toonbanken gaat. Diep in ons binnenste voelen we ons namelijk allemaal een beetje Annika Langvad of Jaroslav Kulhavy.

Voor deze presentatie en eerste test gaan we enerzijds rijden – zowel in het Nederlands Montferland als op de technische trails rond ons kantoor in Luik – en schuiven we anderzijds aan rond de virtuele tafel bij Specialized met engineers, productmanagers en meervoudig wereldkampioene Annika Langvad.

Beginnen doen we op de volgende pagina met de Specialized Epic XC (zie het menu hieronder) >>>