Test gamma | Specialized Stumpjumper ST, LT en EVO: een familie met drie karakters

Techniek
2 July 2019 — Olivier Béart

De drie broers

Om te beginnen is er de klassieke Specialized Stumpjumper die de naam LT meekreeg. Met achteraan een veerweg van 140 millimeter en vooraan van 150 millimeter mogen we hem onderverdelen bij de trail- en all mountain-modellen en is hij de pijler van het Stumpjumper-gamma. De LT moet theoretisch gezien een goed rendement bieden bij het trappen op de pedalen. Dit is dan ook een gezel voor langere tochten.

Vervolgens is er de Specialized Stumpjumper ST (Short Travel) met 120 millimeter veerweg achteraan en 130 millimeter vooraan. Op hem rust de taak om de Camber te vervangen en de Epic Evo (100/120 millimeter, meer info hier) aan te vullen. In vergelijking met de Epic (die ondanks de vork van 120 millimeter nog steeds een competitiebeest is) is de Stumpjumper ST meer gericht op fun en comfort. Op papier is de ST een goede keuze voor zij die in een vlakkere regio wonen of wiens tochten wat minder technisch zijn en dus niet de veerweg van het klassieke model vereisen.

Tot slot is er nog de Specialized Stumpjumper Evo. Men stelde vast dat heel wat endurorenners eerder opteerden om hun Stumpjumper wat steviger uit te rusten (inclusief een team uit de EWS) dan een echte endurofiets uit de garage te halen. En ook bij Specialized zag men wel wat in die oplossing, dus besliste het merk om de Evo uit te brengen. De veerweg blijft hetzelfde als op de LT, maar voor de onderdelen werd naar steviger materiaal gegrepen en de geometrie werd wat radicaler (langere reach, een balhoofdhoek die drie graden vlakker wordt, enz). Dit model is enkel verkrijgbaar met een aluminium frame (althans bij ons toch) en wordt uitgebracht in slechts twee maten.

Ons testmodel

Voor deze test kregen we de beschikking over het Comp-model van de Stumpjumper; een carbon exemplaar wat betreft de ST en LT en een aluminium exemplaar wat betreft de Evo, omdat deze laatste bij ons dus enkel in dat materiaal verkrijgbaar is. Op echt luxueuze onderdelen moet je, ondanks het prijskaartje van 4299 euro voor de carbon modellen en 3499 euro voor de Evo, niet rekenen. Maar zoals wel vaker het geval is bij Specialized kunnen we wel spreken over een intelligente keuze, met onderdelen die een intensief gebruik aankunnen. Wil je toch graag wat gewicht besparen, dan kun je de fiets nog steeds hier en daar wat upgraden.

Een belangrijk punt dat de prijs van de hier geteste ST en LT verklaart, is dat het frame voor 100% uit carbon (quasi identiek aan de S-Works versie) bestaat. Het verschil tussen de Comp Carbon, Expert en S-Works zit hem dus vooral in de onderdelen. Ze zijn uitgerust met de geniale SWAT Box in het frame waar je heel wat reservemateriaal in kwijt kunt. Andere merken hebben geprobeerd om met iets gelijkaardigs te komen, maar de SWAT Box is ongetwijfeld de opbergruimte die het meeste op punt staat. Een beschermhoes en het gereedschap zijn optioneel verkrijgbaar. Laat ons nu de belangrijkste onderdelen even op een rij zetten.

Op alle modellen zien we een Sram NX Eagle-aandrijving. Dit mag dan wel het 12-speed instapmodel zijn bij Sram, maar de werking en betrouwbaarheid ervan staan op punt. Het enige nadeel is dat hij wat minder snel schakelt dan de topmodellen (vooral door de shifter). De 11-50 cassette staat gemonteerd op een Shimano body en niet op een XD. Geen 10-50 dus, maar omdat deze fiets niet echt bedoeld is voor crosscountry is dat niet echt storend.

De veringen zijn uiteraard wel anders op de drie modellen. Er wordt gebruiktgemaakt van metrische dempers met verschillende afmetingen. Op de ST en LT vinden we een Fox Float DPS terug; van 190*42,5 millimeter op de ST en 210*50 millimeter op de LT. Het eerste cijfer refereert naar de afstand tussen de twee bevestigingspunten van de demper en het tweede cijfer naar de slag van de zuiger. Om het verschil te compenseren, wordt op de ST een langere yoke (het onderdeel dat de demper met de link verbindt) gebruikt. De afmetingen en de veerweg van de demper op de Evo zijn gelijk aan die van de LT, maar er wordt wel een andere demper gebruikt: de Fox DPX2.

Vooraan volgen de vorken dezelfde logica: een Fox Float Rhythm 34 met een zeer eenvoudige maar uitstekende GRIP-dempercartridge voor de ST en LT (respectievelijk 130 en 150 millimeter) en een potigere Fox 36 Rhythm met eveneens 150 millimeter veerweg voor de Evo. Geven we nog even mee dat de vorksprong van de vork niet hetzelfde is. De Stumpjumper ST en LT hebben een vorksprong van 51 millimeter, de Evo doet het met een kortere vorksprong van 44 millimeter ter compensatie van het langere frame en de vlakkere balhoofdhoek.

De aluminium Roval-wielen zijn op de drie modellen exact dezelfde. Het gaat om een zwaarder instapmodel dat aangenaam bolt en op dezelfde velgen mag rekenen als de topmodellen. Enkel de spaken en naven zijn verschillend. Alle drie de modellen doen het met velgen met een interne breedte van 30 millimeter. Specialized koos wel voor verschillende banden. Een Butcher vooraan en een Purgatory achteraan (met een iets betere rolweerstand) op de ST en LT en zowel vooraan als achteraan een Butcher op de Evo. Belangrijker is dat de ST is uitgerust met banden met een breedte van 2.3″ en de twee andere modellen met banden van 2.6″. Normaal zijn we tevreden over deze banden, maar nu zijn we ongewoon vaak lekgereden. De flanken leken ons vrij soepel, zeker op de Evo die toch uitnodigt om er snel en agressief mee te rijden. Alle hier geteste modellen staan op 29″-wielen, de keuze die het vaakst voorkomt en ons ook het interessants lijkt voor dit type fiets. Maar er bestaat ook een 27,5″ voor zij die dat wensen.

De Sram Guide R-remmen op de ST en LT ontgoochelden ons ten zeerste tijdens deze test. Normaal bieden remmen een constante remkracht, maar die was in dit geval onvoldoende. Ook de remkracht zelf stelde teleur, ondanks de montage van schijven van 200 (vooraan) en 180 millimeter (achteraan). Gelukkig heeft Sram ondertussen zijn G2-remmen (www.vojomag.nl/eerste-test-sram-g2-spelen-met-elementen-van-de-code) voorgesteld en wat ons betreft mogen de Guide R-remmen op de Stumpjumper meteen vervangen worden. We waren daarentegen wel te spreken over de Code R-remmen op de Stumpjumper Evo.

De rest van de onderdelen komt uit eigen huis. De X-Fusion Manic dropper post doet zijn job goed en de bediening wordt nog aangenamer door het gebruik van een perfecte Specialized-remote.

Op de weegschaal zijn de verschillen uiteindelijk niet zo groot. De Stumpjumper ST klokt af op 13,86 kilogram, wat niet echt licht is voor een fiets in deze categorie. De LT weegt, inclusief reservemateriaal in het frame, 14,43 kilogram (14,06 zonder het reservemateriaal), wat amper zwaarder is dan de LT. De Evo weegt dan weer 15,4 kilogram, wat in het gemiddelde ligt van de aluminium enduro 29ers in deze prijsklasse.

Geometrie

Specialized wordt vaak aangehaald als een referentie voor de kwaliteit van zijn geometrie en vooral voor zijn vermogen om fietsen te maken die geschikt zijn voor een breed spectrum van beoefenaars. De ST (linker tabel) en LT (rechts) hebben een vrij klassieke geometrie, vooral gezien de nieuwste ontwikkelingen in deze materie. Dit merken we vooral aan de reach die niet echt lang is (425 millimeter op de M / 445 millimeter op de L van de Stumpjumper LT). De vorksprong bedraagt nog steeds 51 millimeter omdat men op de Stumpjumper de lengte van het frame niet moet compenseren zoals op vele fietsen tegenwoordig wel het geval is.

Tussen de klassieke Stumpjumper LT en de ST vallen de verschillen in de geometrie enkel te wijten aan de veerweg. Wie een kortere vork zegt op de ST, zegt ook langere reach (+10 millimeter), steilere balhoofdhoek en zitbuishoek (+1 graad) en lager liggend bottom bracket (-1 centimeter).

Met de Evo hebben ze wat betreft de geometrie dan weer weinig gemeen. In de catalogus vinden we van de Evo maar twee maten terug, maar zoek niet naar de klassieke benamingen als small, medium of large. Hier heb je de keuze uit een lange of … zeer lange fiets. De S2 komt overeen met een large en de S3 met een XL. Het moet gezegd dat deze fiets, in tegenstelling tot zijn twee broers, met een gedurfde geometrie uitpakt voor zijn veerweg.

De zeer rechte zitbuishoek zorgt voor een comfortabele houding bergop. De korte balhoofdbuis zorgt ervoor dat je de voorkant van de fiets goed kunt belasten en voldoende grip hebt. Het bottom bracket ligt laag tegen de grond: 328 millimeter, wat 5 millimeter lager is dan op de ST die op zijn beurt 10 millimeter lager ligt dan de LT. Dat zorgt voor veel stabiliteit en grip in de bochten. De liggende achtervork werd verlengd zodat de fiets in proportie is met de langere voorkant. Op papier kan deze geometrie extreem lijken, maar op het terrein is het rijgedrag zeer neutraal.

Het profiel van de testers: ieder zijn Stumpjumper!

De bedoeling van dit artikel was niet enkel om de drie fietsen op hetzelfde moment te testen, maar ook door hen te laten testen door drie testers met een verschillend profiel. Dit testtrio is woonachtig in totaal verschillende regio’s en beoefenaar van een andere discipline die a priori goed moet passen bij de definitie van elk model. Het beeld geeft het misschien niet goed weer (het was het einde van een lange dag en we waren doorweekt en hadden het koud), maar we hebben deze test heel serieus genomen, dat zweren we!

De Specialized Stumpjumper ST vertrok naar België waar Olivier Béart, medeoprichter van Vojo, zich over de fiets zou ontfermen. Olivier zou je een xc/marathonrenner kunnen noemen die de laatste tijd steeds meer interesse toont voor recreatieve enduro en tochten met veel technische paden.

Ook in België zijn die te vinden, met het enige nadeel dat de afdalingen in België nooit echt lang zijn. Ben je op pad in de Belgische Ardennen, dan is je tocht veeleer een opeenvolging van korte beklimmingen en afdalingen van om en bij de honderd hoogtemeters. Wanneer je rond Luik 40 kilometer op de teller hebt, mag je rekenen op ongeveer 1200 hoogtemeters. Veel veerweg heb je hier dan ook niet nodig, maar wel een speelse fiets met een goede vering die een goed rendement biedt bij het trappen op de pedalen.

De klassieke Stumpjumper (LT) kwam in de handen van Paul Humbert terecht. Paul Humbert is mede-bestuurder van (de Franstalige tak van) Vojo en afkomstig uit de Elzas. Aan het begin van deze test was Paul nog woonachtig aan de Azurenkust, die gekend staat voor de rotsige en stenige bodem. Naar het einde van de test toe, vertoefde Paul echter aan de boorden van het meer van Annecy, waar hij ondertussen naar verhuisd is.

Daar nam hij de fiets mee over de vlakke wegen rond het meer, maar ook naar de trails in het vlakbij gelegen hooggebergte en zelfs naar een bikepark. Ideaal dus voor een veelzijdige fiets.

De Stumpjumper Evo tot slot eindigde bij Pierre Flückiger, onze tester die een expert is in veringen en woonachtig is in het oosten van Frankrijk. Technisch perfect geschoold en aangetrokken door atypische fietsen, is hij de geknipte kandidaat om de Evo op de proefbank te leggen en te kijken wat deze ‘Frankenstein’ op het terrein waard is.

Tegen Pierre moet je niet beginnen over marathons of hoe leuk het is om urenlange tochten te maken, voor hem bestaat er enkel enduro en hij wordt compleet gek van de schitterende specials in de Vogezen en de Elzas. En ook al is hij best een goed klimmer, hij neemt er liever zijn tijd voor.

Alle drie reden we gedurende enkele weken met onze testfiets rond op onze paden thuis om na afloop met elkaar af te spreken in de Elzas, aan de voet van de Mont Ste-Odile waar we een dag lang de fietsen ook onderling zouden uitwisselen. Daar kozen we één piste uit die we de ganse dag zouden rijden om beter de verschillen tussen de drie fietsen te kunnen optekenen. We hadden de pech dat het er de ganse dag regende, maar gelukkig kon het terrein die regen goed aan zodat we de fietsen tot het uiterste konden drijven.

Nu we jullie de fietsen en de testers hebben voorgesteld, is het tijd voor actie! Meer over onze terreintest op de volgende pagina >>>