Test nieuw | Orbea Rise H10 aluminium: met behoud van de fundamenten

Techniek
5 January 2022 — Olivier Béart

Je hebt zeker en vast al eens gehoord over de Orbea Rise, de lichte e-bike van het Spaanse merk. Tot hiertoe bestond er enkel een carbon model, dat Orbea als basis gebruikte om nu ook een aluminium versie uit te brengen. Deze nieuwkomer is uitgerust met een grotere batterij (540 Wh) dan zijn carbon broer (360 Wh), wat de vraag doet rijzen of hij door die keuze nog wel tot de klasse van lichte e-mountainbikes behoort? Vojo zocht het uit en nam de aluminium Orbea Rise H10 mee naar hetzelfde terrein waar de carbon versie uitgebreid werd getest.

Omdat meer niet altijd synoniem staat voor beter, waren we de laatste tijd getuige van de opkomst van e-bikes met een lichtere batterij en kleinere motor. Dit moest vooral diegenen bekoren die wel graag met een e-bike wilden rijden, maar zich niet konden verzoenen met de grote batterij. Heel talrijk zijn ze nog niet, maar de Specialized Levo SL, BH iLynx en Orbea Rise zijn de perfecte voorbeelden.

Het bewijs dat heel wat mountainbikers als een blok vallen voor deze categorie e-bikes met een subtielere trapondersteuning, is het succes van de Orbea Rise. Orbea heeft daarom besloten het daar niet bij te laten en zich niet te beperken tot een carbon versie die qua prijs voor velen onbereikbaar blijft. En dus staan we vandaag tegenover een Orbea Rise H (voor “hydroformed”) met een aluminium frame. De grote vraag is of de nieuwkomer, ondanks de logische gewichtstoename, zijn roots niet verloochent?

Een aluminium frame met de looks van een carbon frame

We zijn alvast blij verrast wanneer we de fiets voor het eerst te zien krijgen. Waar zijn die lasnaden naartoe? Hebben ze zich bij Orbea vergist en ons per abuis een carbon exemplaar bezorgd? Toch niet! Dit is wel degelijk het aluminium model. Dankzij een nieuw lasproces gecombineerd met een lichte schuurbeurt, zijn de verbindingen tussen de balhoofdbuis, de zitbuis en de onder- en bovenbuis perfect glad, alsof het een carbon frame betreft.

De enige zichtbare lasnaad bevindt zich ter hoogte van de verbinding met het smeedstuk dat dienstdoet als de wieg van de motor, waar de beperkingen van stijfheid en robuustheid de overhand nemen op de esthetische kant. Dit is beter zichtbaar op modellen in lichte kleuren, want ons exemplaar is in die zone zwart gelakt en daardoor blijft het bijna onopgemerkt. Alleen een zeer oplettend oog zal het verschil zien tussen een carbon en aluminium Orbea Rise. Nog een klein detail, de startknop van de motor zit nu net boven de motor. De achterste driehoek is ook in aluminium, maar net zoals bij de voorkant geven de hydroforming en de bijna onzichtbare lasnaden het geheel een zeer strakke uitstraling.

Orbea kondigt een gewicht aan van 3,5 kilogram voor het aluminium frame, wat 1,2 kilogram meer is dan het carbon frame van de Rise (zonder motor, noch batterij). Maar dit is slechts 100 gram zwaarder dan een aluminium frame van de Occam, wat nochtans geen e-bike is. Het gewicht van een complete fiets zou naargelang de versie tussen de 19 en 20 kilogram wegen. Ook enkele e-bikes met een grotere batterij en een motor met meer koppel flirten met dat gewicht, maar alles is relatief. In dat geval kom je automatisch uit bij het high-end segment dat bijna twee keer zo duur is, wil je hetzelfde gewicht voorleggen. Wanneer we de aluminium Rise vergelijken met zijn rechtstreekse concurrenten, zien we toch een aanzienlijk verschil van 3 tot 5 kilogram in zijn voordeel. Door de cijfers in perspectief te plaatsen, realiseren we ons dat de aluminium Rise best nog steeds tot de lichtere e-bikes behoort.

Voor de rest nam Orbea het wijze besluit om een winnend team niet te veranderen en dus wijzigde er niets aan de geometrie. Ook de veringen bleven identiek.

Een Shimano EP8 RS gekoppeld aan een grotere batterij

Waar we wel een groot verschil zien is op het vlak van de batterij. De carbon versie moest zo licht mogelijk zijn en daarom werd er gekozen voor een batterij van 360 Wh. Hier opteerde men voor een batterij van 540 Wh die eveneens uit 21700 cellen bestaat (momenteel de beste op de markt). Orbea maakte de inschatting dat potentiële klanten van deze meer toegankelijke versie misschien wat minder ervaren zouden zijn dan die van de carbon versie, en dat ze qua actieradius geen enkel risico zouden willen nemen.

Met deze grotere batterij, die relatief licht is (2,7 kilogram), wilde Orbea ook een extra verschil creëren tussen de carbon en aluminium frames. De aluminium Rise past daardoor eerder bij recreatieve avonturen, terwijl de carbon Rise sportiever oogt. Met de carbon Rise reden we al een keertje 175 kilometer en 4000 hoogtemeters – met naast de kleine batterij ook nog een range extender van 250 Wh – en we vragen ons dan ook af wat de limieten zouden zijn van de aluminium versie? We willen even benadrukken dat ook het aluminium frame compatibel is met de range extender, al lijkt het erop dat de range extender op het aluminium model minder snel nodig zal zijn dan op het carbon model.

Voor de motor vertrouwt men op de Shimano EP8 RS (Rider Synergy) die op dit moment exclusief voor Orbea wordt gemaakt. De hardware is 100% identiek aan die van een klassieke Shimano EP8-motor, maar de software werd wel herzien. Zo wordt het koppel beperkt tot 60 Nm tegenover 85 Nm op de standaardversie. De herprogrammatie werd ook aangewend om de natuurlijke en zachte kant van de motor op de eerste plaats te zetten, en om het verbruik van de batterij te optimaliseren.

Net zoals dat bij de carbon versie het geval is, moet ook hier de stuurpost het stellen zonder een bedieningsscherm. Aan de linkerkant vinden we enkel een bediening terug om tussen de drie modi te navigeren en aan de kabels voor het stuur hangt een indicator die met behulp van kleine leds toont in welke modus je je bevindt en wat de batterijstatus is. Persoonlijk vinden we dit net iets te minimalistisch en de weergave van het batterijniveau mist echt finesse (groene, oranje en rode led) om een ​​correct beeld te geven van het resterende batterijniveau. Gelukkig is de aluminium Orbea Rise bijzonder zuinig (zoals we hieronder zullen zien) en is het risico op uitputting van de brandstof beperkter dan bij andere modellen. Er is ook nog altijd de Rider Connect app waarmee je meer informatie op een Garmin-terminal (GPS, horloge, enz.) kunt weergeven. Maar dat vereist een extra investering.

Prijzen, versies en onderdelen

De aluminium Orbea Rise is verkrijgbaar in drie verschillende afmontages en drie kleuren (geen MyO custom paint). Het instapmodel, de Rise H30, kost 4999 euro en is uitgerust met een Marzocchi Z2-vork en Shimano SLX-aandrijving. De H10 is dan weer het topmodel dat voor 6799 euro over de toonbank gaat, inclusief een XT-afmontage, Race Face-onderdelen en een Fox F34 Factory-vork. Deze twee modellen zijn standaard uitgerust met een vork met een veerweg van 140 millimeter, wat overeenkomt met de veerweg achteraan. Tussen de twee in is er ook nog de H15 met een prijskaartje van 5799 euro. Dit laatste model is uitgerust met een Fox Performance-demper en een Fox 36 met een veerweg van 150 millimeter.

Zoals bij Orbea altijd het geval is, kunnen sommige keuzes worden gewijzigd (al dan niet tegen een meerprijs). Dit is met name het geval voor de maat van de remschijven, de telescopische zadelpen of de vork die op alle modellen tot 150 millimeter kan gaan, zoals op onze testfiets.

Orbea Rise H10: de terreintest

We hebben in het verleden reeds veel tijd doorgebracht op de carbon Orbea Rise, een machine die ons altijd wist te verbazen. Vlot bestuurbaar, speels, een vrijwel onbeperkte autonomie, … hij vinkt bijna alle vakjes aan, zolang je niet op zoek bent naar een e-bike om echt snel te gaan en (bijna) zo snel te klimmen als af te dalen (zie onze test van de Carbon Rise: www.vojomag.nl/test-orbea-rise-wanneer-minder-veel-meer/). Onze kennismaking met de aluminium Orbea Rise betrof geen wekenlange test, maar we hadden wel de kans om drie prachtige ritten van 20 tot 55 kilometer te rijden aan zijn stuur.

Qua uiterlijk is er dus geen twijfel mogelijk, dit is een Rise, maar waar het om gaat zijn de sensaties! En ook hier realiseren we ons snel dat de Rise zijn ziel heeft behouden en dat we – zelfs met het aluminium frame en de grotere batterij die logischerwijs meer gewicht in de weegschaal leggen – heel duidelijk de sensaties behouden van een lichte e-bike. Over gewicht gesproken, we wogen onze testfiets (H10, maat L, met bidonhouder en Fox36-optie maar zonder pedalen) en klokten af op 19,910 kilogram.

Op gevarieerd terrein voelt de motor bergop bijzonder natuurlijk aan en hebben we nooit het gevoel dat we geen reserve meer hebben om een ​​steile heuvel te trotseren of een iets complexere passage waar de motorondersteuning meer dan welkom is. We voelden met andere woorden niet echt verschil met de carbon versie.

Dat dankt hij aan zijn geometrie, die hem een ​​uitstekende klimmer maakt. Met hem kan je ook plezier hebben op ruwer terrein, vooral wanneer je kiest voor de vorkoptie met een veerweg van 150 millimeter zoals op ons testmodel (of zoals op de Rise H15).

Als het gaat om de handling in de bochten, of het gemak waarmee je hem dankzij het lagere gewicht bergafwaarts stuurt, vinden we daarentegen dat de carbon versie het beter doet dan de aluminium versie. Voor een ervaren tester (die op hetzelfde terrein met de twee versies heeft gereden) is dat merkbaar, en we schrijven dat eerder toe aan de grotere batterij dan aan het aluminium frame. We vinden namelijk dat de voorkant wat meer beladen is, al mag het duidelijk zijn dat de aluminium Rise een e-bike is die lichter is dan de ‘grote’ e-bikes met trapondersteuning en een vergelijkbare prijs. Deze laatsten schommelen meestal rond de 25 kilogram.

Qua autonomie hebben we niet de mogelijkheid gehad om een even uitgebreide test te doen als bij de carbon Rise, maar deze aluminium uitvoering leek ons ​​net zo onuitputtelijk. Met zijn grote 540 Wh-batterij gingen we nooit in het rood, of zelfs niet in het oranje. Ter verificatie checkten we onze Garmin watch en daaruit bleek dat we een verbruik noteerden van 50% tijdens onze langste tocht van 50 kilometer en 1300 hoogtemeters! Oké, we gingen niet echt snel (16 km/u gemiddeld), maar er waren veel steile beklimmingen en vooral een combinatie van koude en modder die over het algemeen niet gunstig is voor de autonomie.

Verdict

Naar deze aluminium versie van de Orbea Rise werd reikhalzend uitgekeken. Door zijn zwaardere frame en grotere batterij, waren we erg benieuwd of alles wat de high-end carbon Rise zo aantrekkelijk maakt ook in dit toegankelijkere model te vinden is. Deze eerste proefrit was geruststellend: er zijn een paar opvallende verschillen als je er echt op let, maar de fundamenten blijven behouden en de eer van de Rise-familie is veilig. We hadden wel liever gezien dat Orbea de keuze van de grootte van de batterij (360 of 540 Wh) aan de gebruiker liet, en dat zowel op het carbon als het aluminium model. In dat geval kon men de aluminium Rise tegen een nog aantrekkelijkere prijs aanbieden, omdat een kleinere batterij automatisch iets minder kost. Het is duidelijk dat deze toegankelijkere Rise meer dan geslaagd is en we zijn verheugd dat hierdoor het aanbod in dit segment van lichte e-bikes verder uitbreidt en democratischer wordt.

Meer info via www.orbea.com/be-nl/velos/montagne/rise/technology#alloy-version

Onze test van de carbon Orbea Rise: www.vojomag.nl/test-orbea-rise-wanneer-minder-veel-meer