Test | Avinox, Bosch, Giant, Specialized, Shimano: welke e-bike motor kies je anno 2026/2027?

Door Adrien Protano -

  • Staff pick

  • Techniek

Test | Avinox, Bosch, Giant, Specialized, Shimano: welke e-bike motor kies je anno 2026/2027?

Bosch, Avinox, Specialized, Shimano, Giant … elke fabrikant ontwikkelt zijn eigen visie op ondersteuning voor de e-mountainbike, met soms heel verschillende filosofieën. Maximaal vermogen, actieradius, een natuurlijk trapgevoel, aanpassingsmogelijkheden of het gedrag op het terrein: achter de vaak indrukwekkende technische fiches schuilen heel verschillende karakters. Na meerdere maanden te hebben gereden met de belangrijkste systemen op de markt, hebben we ze samengebracht in deze vergelijking om je te helpen de motor te vinden die het beste bij je past:

De motoroorlog is nog nooit zo intens geweest. Jarenlang domineerde Bosch het segment van de full power e-mountainbikes met een bewezen recept, totdat nieuwe spelers het gevestigde evenwicht kwamen verstoren. De spectaculaire komst van DJI met zijn Avinox en de opmars van de nieuwe Specialized 3.1 hebben de verhoudingen grondig veranderd. En we mogen ook andere spelers niet vergeten, zoals Giant met zijn door Panasonic geproduceerde SyncDrive, of Shimano met zijn EP8 — hoewel die laatste tegenwoordig een beetje als een veteraan oogt en er met smart wordt gewacht op zijn opvolger.

Toch zou het een fout zijn om je te beperken tot de cijfers van het koppel of het vermogen. Twee motoren met soortgelijke specificaties kunnen op de trails immers radicaal verschillende sensaties opleveren. Dat is precies wat we in dit dossier belichten: voorbij de technische gegevens hebben we deze motoriseringen getest in tal van ritten en ze vervolgens rechtstreeks op hetzelfde terrein tegenover elkaar gezet. Zo wilden we hun sterke punten, hun beperkingen en vooral het type rijder waarvoor elke motor bestemd is, beter begrijpen.

Deze vergelijking gaat over de motoren, niet over de fietsen waar ze op gemonteerd zijn. Een motor staat immers nooit op zichzelf.

Voor we verder gaan, is een belangrijke verduidelijking op haar plaats: deze vergelijking gaat over de motoren, niet over de fietsen waar ze op gemonteerd zijn. Een motor staat immers nooit op zichzelf. De geometrie van het frame, de kinematica van de vering, het gewicht van de fiets, de keuze van de wielen en de elektronische afstellingen door elke fabrikant beïnvloeden het rijgevoel enorm. Een Bosch geeft niet exact dezelfde indruk op een Moustache Game als op een Yeti LTe, net zoals een Avinox M2S een heel ander karakter kan tonen afhankelijk van of hij op een Orbea Wild of een Mondraker Scree zit. De beste elektrische mountainbikes zijn vaak diegene waarbij de fabrikant erin geslaagd is om het frame en de motor perfect in dezelfde richting te laten samenwerken.

Je zal ook merken dat we in dit dossier niet of nauwelijks over de actieradius spreken. Dat is een bewuste keuze. Zoals we eerder gedetailleerd hebben uitgelegd (lees: De autonomie van een e-MTB: hoe de batterij van je fiets beter gebruiken), zijn de factoren die invloed hebben op het aantal kilometers die je kan afleggen met een motor en batterij heel talrijk. Te talrijk zelfs om een gegrond en eenduidig oordeel over de zaak te vellen. Een laboratoriumtest zou vergelijkingen mogelijk maken, maar de omzetting naar het terrein blijft complex. Onthoud gewoon dat alle motorfabrikanten vandaag de dag grote vooruitgang hebben geboekt en dat het verbruik van de verschillende motoren nu redelijk dicht bij elkaar ligt … bij een gelijk vermogen.

Inderdaad: je moet in gedachten houden dat een krachtigere motor die op zijn maximale vermogen wordt gebruikt, meer zal verbruiken. Dat is natuurkundig en wiskundig zo bepaald. Maar, zoals we verderop zullen zien, gebruik je de ondersteuning zelden op vol vermogen, zeker als deze meer dan 1000 W levert. Daardoor komt het verbruik van de verschillende motoren uit deze test in het ‘echte leven’ uiteindelijk vrijwel op hetzelfde neer. En met batterijen van 600/700/800 Wh kun je moeiteloos lange ritten maken met flink wat hoogtemeters … waarbij de kans groot is dat de berijder het eerder opgeeft dan dat de batterij leeg is.

Desalniettemin hopen we dat fabrikanten zich meer gaan richten op het maken van zuinigere motoren, in plaats van de wedloop om het hoogste vermogen voort te zetten. Want een motor die minder verbruikt, biedt de mogelijkheid om kleinere batterijen te gebruiken en zo lichtere fietsen te maken die speelser en natuurlijker sturen.

Haal in diezelfde geest kwaliteit en kwantiteit niet door elkaar: het heeft geen zin om over een batterij van 800 Wh te beschikken als je telkens met 30% capaciteit overschot thuiskomt. Je hebt dan simpelweg onnodig extra gewicht meegezeuld. Een elektrische mountainbike is geen gezinsauto of auto die je gebruikt om jezelf naar het werk te verplaatsen; het is een prettige machine waarbij gewicht een centrale rol speelt — veel meer dan het vermogen van de motor of het hebben van de grootste batterij.

Ten slotte nog een laatste punt: er moet ook rekening mee worden gehouden dat motoren tegenwoordig evolueren via software-updates. Bosch is daar het beste voorbeeld van: enkele maanden na de lancering van de Performance Line CX Gen5 bracht een update het maximale vermogen omhoog van 600 naar 750 W en bood deze meer mogelijkheden om het systeem te personaliseren. Meer dan ooit is een motor een levend systeem geworden dat tijdens de levensduur van de fiets kan evolueren.

Tot daar de toelichting, nu is het tijd voor de tests:

Bosch Performance Line CX Gen5

Al enkele jaren is de Performance Line CX de marktreferentie voor full power-motoren. Met deze vijfde generatie heeft Bosch niet geprobeerd om alles om te gooien, maar eerder om een al heel succesvol recept verder te laten evolueren. De motor wordt stiller en discreter, voelt natuurlijker aan en biedt meer personalisatiemogelijkheden, terwijl de progressieve ondersteuning die hem zijn huidige reputatie heeft bezorgd behouden blijft. Het is waarschijnlijk de meest toegankelijke motor uit deze vergelijking … en een referentie die vandaag de dag te maken heeft met een veel scherpere concurrentie, vooral van Avinox.

Op technisch vlak levert de Performance Line CX 120 Nm koppel en een nominaal vermogen tot 600 W (750 W sinds de laatste software-update), bij een gewicht van ongeveer 2,8 kg. Cijfers die misschien bescheiden lijken vergeleken met de nieuwkomers, maar die ruim voldoende blijven voor de meerderheid van de rijders.

Bosch behoudt vooral een van de meest complete ecosystemen op de markt. De motor kan worden gecombineerd met batterijen van 400, 600 of 800 Wh, evenals met de PowerMore 250 Wh die op de bidonhouder wordt gemonteerd. De eBike Flow-app blijft vandaag de dag een referentie om de verschillende ondersteuningsstanden te personaliseren, updates te beheren, te navigeren of gebruik te maken van de vele connectiviteitsfuncties die het merk biedt.

Samengevat:

  • Koppel: 120 Nm
  • Maximaal vermogen: 750 W
  • Gewicht: 2,8 kg
  • Batterijen : 400 / 600 / 750 / 800 Wh
  • Range extender: ja (250 Wh)
  • Personalisatie: zeer compleet (Flow App)

Op het terrein

De Bosch Performance Line CX blijft duidelijk een uitstekende motor. Op papier mogen de cijfers van het vermogen en koppel dan wat achterblijven bij de Avinox M2S, en in een ‘dragster’-sprint op een makkelijk pad kan de Bosch CX zijn nieuwe rivaal en de Specialized Levo 3.1 niet bijhouden. Maar is dat wel representatief voor echt mountainbiken? Wij denken van niet. Je hebt immers stuurmanskunsten nodig die wij niet bezitten (en waarvan zelfs sommige profs toegeven dat ze die missen) om een overdaad aan Watts en Newtonmeters te temmen.

Bij gemengd terrein valt op dat de Bosch Performance CX prima meekomt, omdat brute kracht daar niet het enige is dat telt. Hij onderscheidt zich door zijn zeer goede reactiesnelheid op de pedaalslagen en zijn vermogen om de ritmeveranderingen die horen bij mountainbiken op wisselend en gevarieerd terrein perfect te volgen. Dit geeft hem een heel prettig, natuurlijk karakter, vooral in de ‘dynamische’ standen eMTB en eMTB+. Deze leveren de kracht niet lineair, maar via een erg prettige S-curve (meer in het begin, minder in het midden als je op een stabiel tempo rijdt, en weer meer aan het einde wanneer je versnelt of een steile helling op rijdt). Hij heeft ook een opmerkelijke elasticiteit, waardoor hij goed omgaat met verschillende traptempo’s (zowel een lage als een hogere trapfrequentie).

Ook al levert hij ‘slechts’ 750 W aan vermogen, wat op papier de helft is van de Avinox M2S, heb je op het terrein nooit het gevoel dat je kracht tekortkomt. De laatste update biedt tot 120 Nm aan koppel, maar wij gaven er de voorkeur aan om terug te keren naar 100 Nm. We hadden namelijk de indruk dat deze update werd doorgevoerd om op het vlak van cijfers de strijd aan te gaan met Avinox, maar dat hij het natuurlijke en gebalanceerde karakter van de ondersteuning aantast, met brutere reacties wanneer je trapt bij lage snelheid. In de 750 W/100 Nm-modus krijg je een ondersteuning die zowel krachtig als subtiel is, waarmee je echt kunt genieten zonder in extremen te vervallen.

Een andere troef van deze motor is de personalisatie via de app. Na enkele jaren zonder evolutie heeft Bosch zijn filosofie compleet veranderd. Met e-bike Flow beschikken ze vandaag over een van de beste applicaties op de markt om een groot aantal parameters aan te passen (ondersteuningsstanden, vermogen, koppel, motorrespons, enz.). Je kunt je fiets dus echt verschillende gezichten geven, wat een absoluut pluspunt is, vooral omdat de interface eenvoudig te gebruiken is.

Hoewel we niet kunnen zeggen dat Bosch-motoren nooit problemen hebben, hebben ze toch een goede reputatie op het gebied van betrouwbaarheid, en is vooral de klantenservice goed geregeld. Dit zijn elementen die vertrouwen geven bij de aankoop. Blijven alleen de batterijen over, die in onze ogen erg omvangrijk zijn en zorgen voor fietsen met minder verfijnde lijnen dan de modellen die uitgerust zijn met Avinox.

Verdict

Een fiets kopen met een Bosch Performance CX-ondersteuning is vandaag de dag absoluut geen misstap. De motor blijft goed mee komen in het mountainbiken dankzij een verfijnd, subtiel en natuurlijk karakter dat uitstekend is aangepast aan afwisselend offroad-gebruik. Het blijft een van de meest geavanceerde motoren in de manier waarop de ondersteuning wordt geleverd. De app en de aanpassingsmogelijkheden blijven grote pluspunten, waardoor hij zowel liefhebbers van rustige tochtjes als de meer sportieve rijders en zelfs wedstrijdfietsers weet te bekoren. Toch wordt er met enige spanning uitgekeken naar het antwoord van Bosch op Avinox. En we hopen daarbij niet op een cijferoorlog, maar eerder op een strijd op het vlak van gewicht en compactheid, waarbij Bosch het natuurlijke gevoel van de ondersteuning — een van zijn grootste troeven — nog verder verfijnt.

 

Bosch Performance Line CX Race

De CX Race is geen andere motor, maar een sportievere variant van de Performance Line CX. Bosch richt zich hiermee duidelijk op de wedstrijdfietser of rijders die op zoek zijn naar een nog reactievere ondersteuning. De filosofie blijft hetzelfde, maar het karakter verandert aanzienlijk.

De prestaties blijven vrijwel ongewijzigd met een koppel van 120 Nm en een vermogen tot 750 W, maar de motor heeft wel een specifieke Race-modus die de ondersteuning veel sneller levert en de stuwkracht nog lichtjes verlengt nadat je stopt met trappen. Dankzij de magnesium behuizing wordt er ongeveer 100 g gewicht bespaard, voor een totaalgewicht van nabij de 2,7 kg.

De CX Race profiteert van exact dezelfde functies als de klassieke CX: batterijen van 600, 750 Wh of 800 Wh, de PowerMore range extender van 250 Wh en alle mogelijkheden die de Flow-app biedt. De instellingen zijn identiek, alleen de Race-modus verrijkt de mogelijkheden.

Samengevat:

  • Koppel: 120 Nm
  • Maximaal vermogen: 750 W
  • Gewicht: 2,7 kg
  • Batterijen: 600 / 750 / 800 Wh
  • Range extender: ja (250 Wh)
  • Personalisatie: zeer compleet (Flow App)

Op het terrein

Laten we er niet omheen draaien: de verschillen tussen de Bosch CX en CX Race zijn heel klein, zelfs bijna onmerkbaar, tenzij je de voor dit model specifieke Race-modus inschakelt. Deze plaatst zich boven de klassieke Turbo-modus door ondersteuning te bieden die je nog reactiever en uitgesprokener kunt noemen … Maar is het ook echt prettiger en doeltreffender? Voor ons is het antwoord nee, en we zijn ervan overtuigd dat maar weinig gebruikers er echt het maximale uit zullen halen. Om nog maar te zwijgen over het feit dat de Race-modus de autonomie drastisch vermindert. Wat ons betreft zijn we snel teruggekeerd naar klassiekere modi en een configuratie die qua moduskeuze identiek is aan die van de CX (want gelukkig kun je dit via de app naar wens aanpassen).

Het mindere gewicht van de CX Race is op een e-bike vrij verwaarloosbaar, tenzij je echt een heel lichte fiets hebt en elke gram wilt besparen. Maar dan spreken we over een niche. Wat de opwarming betreft: de magnesium behuizing hoort de warmte beter af te voeren, maar zelfs bij heel intensief gebruik zijn we er nooit in geslaagd om de klassieke CX in de fout te doen gaan. Dit voordeel lijkt voor de meeste gebruikers dan ook eerder theoretisch.

Verdict

Als de fiets van je dromen wordt geleverd met een Bosch Performance CX Race-motor, of als je jezelf wilt verwennen met het allerbeste van Bosch, dan kun je gerust voor dit model kiezen. Maar op het terrein zijn de voordelen nauwelijks merkbaar en een klassieke CX zal je vrijwel dezelfde voordelen bieden.

DJI Avinox M2S

De komst van DJI heeft de kaarten volledig door elkaar geschud. Met de Avinox kwam de Chinese fabrikant meteen op de markt met een uiterst ambitieus systeem dat kracht, compactheid en integratie combineert. In slechts een paar maanden tijd is het de nieuwe referentie geworden op het gebied van pure prestaties.

De motor levert 105 Nm koppel bij normaal gebruik en tot 150 Nm in de Boost-modus, met een vermogen dat kan oplopen tot 1500 W. Ondanks deze indrukwekkende cijfers blijft het gewicht beperkt tot slechts 2,52 kg.

DJI biedt momenteel batterijen aan van 600 Wh en 800 Wh, evenals een zeer lichte variant van 700 Wh op bepaalde modellen met de M2S (onder meer bij Amflow). Het geheel wordt aangestuurd via een moderne app die tal van personalisatiemogelijkheden biedt, en een OLED-touchscreen dat perfect is geïntegreerd in de bovenbuis. Via dit scherm heb je eveneens toegang tot tal van opties zonder dat je noodzakelijkerwijs de app hoeft te gebruiken.

Samengevat:

  • Koppel: 150 Nm
  • Maximaal vermogen: 1500 W
  • Gewicht: 2,52 kg
  • Batterijen: 600 / 700 / 800 Wh
  • Range extender: ja (480 Wh)
  • Personalisatie: zeer compleet (Avinox Ride)

Op het terrein

Al vanaf de tweede generatie toont Avinox een opmerkelijke rijpheid en beheersing. Natuurlijk zijn er de cijfers, maar dat is niet waar je mee wilt beginnen. Want als je hem alleen koopt voor de technische fiche, zie je zijn vele andere kwaliteiten over het hoofd. En je zult er ook al snel achter komen dat puur vermogen en koppel lang niet de enige belangrijke parameters zijn voor een goede motor.

Gelukkig heeft de Avinox M2S nog veel andere troeven! In onze ogen is het vooral een compacte motor, die zeer stil en natuurlijk is in zijn gedrag, vooral in de opmerkelijke automatische modus die het koppel en het vermogen bijzonder toegankelijk maakt. Vooral in deze modus profiteer je van een zeer soepele en flexibele motor die zich in absoluut alle omstandigheden op zijn gemak voelt, of je nu rustig toert of vol gas wilt geven. Hij heeft nog niet helemaal dezelfde natuurlijke traptred die de kracht vormt van een Bosch- of een Specialized-ondersteuning, maar de M2S van Avinox zit er niet ver vandaan, en het is een motor die zich discreet en aangenaam weet te houden.

Je hebt echt heel specifieke omstandigheden nodig om die 150 Nm aan koppel en 1500 W aan vermogen van de Boost-modus daadwerkelijk te benutten.

Aangezien we het moeten aanhalen, is het inderdaad de Avinox M2S die zijn berijder de meeste trapondersteuning biedt (om het populair uit te drukken: de motor geeft je meer ondersteuning in verhouding tot je benen dan andere systemen), ook al heeft onze test aangetoond dat de Specialized-motor van de Levo hem op het terrein op de hielen zit. Maar nogmaals: je hebt echt heel specifieke omstandigheden nodig om die 150 Nm aan koppel en 1500 W aan vermogen van de Boost-modus daadwerkelijk te benutten, te beginnen met een ondergrond die een goede grip biedt, of zelfs asfalt. Want bij echt technisch mountainbiken wensen we je veel succes om het maximale uit de Boost te halen — en zelfs uit de Turbo met zijn 1300 W en 130 Nm koppel, en dat ondanks de elektronische tractiecontrole die je kunt inschakelen.

Laten we het niet ontkennen: van tijd tot tijd is het prettig om in de Turbo- of zelfs Boost-stand te rijden en een paar momenten te profiteren van die reserve aan koppel en vermogen. Maar bij normaal gebruik en op technische stukken waar je subtiel moet rijden, zul je de motor eerder willen kalmeren en vaker de Auto-modus gebruiken, of de Trail-modus door deze licht te begrenzen, omdat die laatste in de standaardconfiguratie soms wat bruusk is. En vergeet ook niet dat veel rijden in Turbo of Boost de batterijduur als sneeuw voor de zon doet verdwijnen, terwijl de Avinox zich in andere modi juist vrij zuinig weet te tonen.

Dit is volgens ons misschien wel een van de punten waar de Avinox het meeste steken laat vallen: de programmering en de opbouw van de standaardmodi. De Eco-modus is echt (te) zwak en staat in te groot contrast met de Trail-modus, wat zonder twijfel de meest bruikbare en prettige modus is, al is deze soms toch wat bruusk. De Turbo- en Boost-modi zijn ten slotte heel direct en niet altijd gemakkelijk te doseren, maar dat hadden we al wel een beetje verwacht.

Zoals we al zeiden is de Auto-modus gelukkig wel behoorlijk opmerkelijk, en bovenal kun je de modi naar wens aanpassen of zelfs helemaal vanaf nul nieuwe modi aanmaken. Zo kun je echt optimaal profiteren van alles wat de hardware te bieden heeft. Er is ook een vrij interessante ‘anti-slip’-modus die de soms wat al te wilde krachten van de motor op glad terrein goed tempert, zonder dat het karakter van de motor in de Turbo- en Boost-modus volledig wordt onderdrukt.

Nog een interessant punt: je kunt de modi personaliseren en toegang krijgen tot een hoop opties via het touchscreen op de bovenbuis. Hierdoor hoef je niet telkens je smartphone boven te halen (ook al blijft de interface daarop prettiger in gebruik). Ten slotte onderscheidt Avinox zich ook door het formaat van zijn batterijen. Dit geeft fietsontwerpers de mogelijkheid om veel slankere ontwerpen te maken, die visueel dicht in de buurt komen van klassieke fietsen (al gaat dit soms ten koste van een batterij die vast in het frame moet blijven zitten – Avinox biedt overigens meerdere opties, zowel vast als uitneembaar). Blijft er nog één vraag over: hoe zit het met de duurzaamheid van de motor na enkele jaren en de service na verkoop? De eerste ervaringen lijken te zorgen voor vertrouwen, maar pas over een paar jaar krijgen we echt uitsluitsel.

Verdict

Een Avinox (of welke motor dan ook) puur om z’n vermogen kopen, is voorbijgaan aan waar het écht om draait. Vooral omdat 1500 W en 150 Nm in het dagelijks gebruik nauwelijks bruikbaar zijn (lastig onder controle te houden tijdens het echte mountainbiken, een drastische daling van de actieradius, enz.). Gelukkig heeft de Avinox M2S, naast zijn specificaties en de aangekondigde cijfers, nog andere troeven in handen: hij is stil, draait soepel en voelt natuurlijk aan, ook al heeft hij nog niet helemaal het verfijnde niveau van een Bosch of een Specialized bereikt. Het is eveneens een pluspunt dat er zoveel personalisatiemogelijkheden zijn, want de standaardmodi zijn wat ons betreft niet allemaal perfect — met uitzondering van de Auto-modus, die echt uitstekend is. Kortom: ook al is niet alles vlekkeloos, als je ermee rijdt begrijp je meteen het succes van Avinox. Het merk schudt de markt flink op en zal de concurrentie ongetwijfeld tot actie dwingen (en nogmaals, dan hebben we het niet over een strijd om de hoogste cijfers).

Giant SyncDrive Pro 3X

Het nieuwe SyncDrive Pro 3X-systeem, ontwikkeld samen met Yamaha, vertegenwoordigt een belangrijke evolutie voor Giant. Het is compacter, stiller en natuurlijker dan zijn voorganger en past binnen de gebruikelijke filosofie van het merk: een motor bieden die bijzonder evenwichtig is, in plaats van alleen indrukwekkend op papier.

De SyncDrive Pro 3X levert een koppel van 100 Nm voor een maximaal vermogen van 800 W, bij een gewicht van ongeveer 2,6 kg. Giant legt vooral de nadruk op het nieuwe ondersteuningsbeheer en de aanleg om het geleverde vermogen zeer snel aan te passen aan de inspanning van de berijder.

De motor wordt gecombineerd met de EnergyPak 600 of 800 Wh batterijen en kan voorzien worden van een EnergyPak Plus van 200 of 250 Wh als range extender. De verschillende modi zijn aan te passen via de RideControl-app, waarmee ook updates en fietsinstellingen beheerd kunnen worden.

Samengevat:

  • Koppel: 100 Nm
  • Maximaal vermogen: 800 W
  • Gewicht: 2,6 kg
  • Batterijen: 600 / 800 Wh
  • Range extender: ja (200 of 250 Wh)
  • Personalisatie: zeer goed (RideControl)

Op het terrein

Ondanks de aangekondigde cijfers onderscheidt de Giant-motor zich vooral door zijn soepelheid. Het is een motor die zeer zacht reageert en bijzonder natuurlijk aanvoelt als je een vloeiende rijstijl hebt en/of op een recreatief tempo rijdt. Je voelt dat hij reserve heeft en zijn koppel is duidelijk aanwezig, zelfs in de laagste ondersteuningsstanden.

Wanneer we besluiten om harder op de pedalen te trappen en een agressievere rijstijl aan te nemen, leek hij echter wat respons te missen. De ondersteuningsstanden liggen erg dicht bij elkaar en in de standaardconfiguratie ontbreekt het soms een beetje aan pit en reactievermogen. Je kunt kritisch zijn op motoren die te agressief en/of moeilijk te temmen zijn in hun hoogste standen (zoals de Bosch CX-R in zijn Race-modus of de Avinox M2S in de Turbo-stand), maar hier is het tegendeel waar en zouden we op sommige momenten wat meer slagkracht willen.

Er valt niet te ontkennen dat er op het vlak van efficiëntie en algeheel rijplezier weinig aan te merken valt op deze Giant SyncDrive. In steile beklimmingen voel je dat hij krachtig doortrekt, ook al komen het koppel en het vermogen geleidelijk vrij, en hij heeft ons nooit in de steek gelaten. Het is een ondersteuning die makkelijk te begrijpen is, wat een recreatief en/of beginnend publiek kan aanspreken, of zelfs ervaren fietsers die vooral een soepele en discrete ondersteuning willen. Gezien zijn gedrag hadden we wel een lager verbruik verwacht, en het rijbereik varieert uiteindelijk vrij weinig tussen de laagste en de hoogste standen.

Verdict

Op papier kan de Giant SyncDrive qua koppel en vermogen prima mee. Maar in de praktijk verbergt hij dat vrij goed achter een grote discretie en een zacht karakter die boven alles gaan. Hij houdt er niet van om opgejaagd te worden en het is niet de beste keuze voor rijders die van een uitgesproken ondersteuning houden. Toch laat hij bij het rijden zien dat hij voldoende spierballen heeft, vooral wanneer je hem steile hellingen op stuurt. Een atypische motor in het huidige landschap, die we vooral aanraden aan toerfietsers en beginners, omdat hij gemakkelijk te begrijpen is.

 

Specialized 3.1 (Levo, Levo R & Levo Evo)

Met de 3.1 heeft Specialized zijn eigen systeem grondig vernieuwd. Het doel was duidelijk: reageren op de komst van steeds krachtigere motoren, zonder het heel natuurlijke karakter op te offeren dat de Turbo Levo altijd heeft onderscheiden. Het Amerikaanse merk blijft de voorkeur geven aan de kwaliteit van de ondersteuning boven een strijd om de cijfers op papier.

De motor levert nu tot 111 Nm koppel en 720 W vermogen, bij een gewicht van ongeveer 2,9 kg. De prestaties gaan er dus aanzienlijk op vooruit ten opzichte van de vorige generatie, terwijl de ondersteuning bijzonder geleidelijk blijft aanvoelen.

Het systeem is gekoppeld aan batterijen van 600 Wh of 840 Wh, afhankelijk van het model, waaraan nog een range extender van 280 Wh kan worden toegevoegd. De Specialized App blijft een van de meest geavanceerde op de markt en maakt het mogelijk om de verschillende ondersteuningsstanden zeer nauwkeurig af te stellen, de actieradius te beheren of de talrijke Smart Control-functies te gebruiken.

Samengevat:

  • Koppel: 105 Nm
  • Maximaal vermogen: 810 W
  • Gewicht: 2,9 kg
  • Batterijen: 600 / 840 Wh
  • Range extender: ja (280 Wh)
  • Personalisatie: uitstekend

Op het terrein

De Specialized 3.1-motor heeft een gemiddeld formaat en gewicht, maar de onderbuis van de Levo is zo imposant dat het geheel vanaf de eerste oogopslag een zware indruk maakt, die je daarna lastig van je af kunt zetten. Gelukkig maakt hij op praktisch vlak veel goed met een batterij die super eenvoudig te verwijderen is (via een zijdelingse opening in het frame) en bovenal met een zeer overtuigend dynamisch rijgedrag.

Ondanks koppel- en vermogenscijfers die op papier niets buitengewoons laten zien, heeft onze test aangetoond dat de Specialized 3.1-motor in de praktijk als enige qua pure prestaties kan wedijveren met de Avinox. Op een geasfalteerde helling van 20% blijft hij, zelfs met een iets zwaardere berijder aan het stuur, aan het achterwiel kleven van de Amflow met Avinox-motor, terwijl de rest — inclusief de Bosch CX-R — op afstand wordt gereden. Als je een bewijs zocht dat de cijfers op de fiche niet alles zeggen, dan is dit het.

Een ander punt waarop Specialized zich onderscheidt, is het elektronische beheer van de ondersteuning. Wil je een soepele, discrete en natuurlijke motor? Die is er. Wil je Watts trappen en jezelf als een coureur voelen? Ook dat kan. We zitten zelfs nog een klein stapje boven Bosch qua reactievermogen, opgevat als het vermogen van de ondersteuning om jouw traptempo en algemene rijstijl op de voet te volgen. En ondanks al zijn kwaliteiten heeft de Avinox M2S nog niet hetzelfde niveau van beheersing van de ondersteuning (of althans nu nog niet, want dit is iets wat kan worden bijgewerkt via een software-update).

Aan deze beheersing die de perfectie benadert in de basisstanden, kunnen nog de standen Micro Tune en Dynamic Micro Tune worden toegevoegd. Hiermee kun je het ondersteuningsniveau tijdens het rijden regelen met een fijngevoeligheid die je bij geen enkele concurrent tegenkomt. Dit is een groot pluspunt wanneer je in een groep rijdt (om je precies aan te passen aan het tempo van anderen als zij een ander niveau, een andere ondersteuning of zelfs een analoge mountainbike zonder ondersteuning hebben) of wanneer je de actieradius van je batterij met uiterste precisie wilt beheren.

Verdict

Het motorgedeelte en de batterij van de Specialized Levo 3.1 zijn weliswaar omvangrijker en visueel zelfs behoorlijk zwaar, maar gelden op het terrein wel als referentie. Het geheel maakt indruk met zijn vele gezichten: het sluit evengoed aan bij een rustig gebruik als bij een agressieve rijstijl. Ook de zuivere prestaties – die op het terrein wedijveren met de Avinox-referentie, terwijl ze op papier achterblijven – zijn indrukwekkend. Dezelfde motor, maar dan compacter en met discretere batterijen waarmee de lijnen van een klassieke mountainbike behouden blijven, en men zou in onze ogen de perfectie benaderen.

Shimano EP801 RS

Tegen de huidige trend in blijft Shimano een veel gematigdere visie op de e-mountainbike verdedigen. In de RS-versie, die is ontwikkeld in samenwerking met verschillende fabrikanten zoals Orbea of Merida, geeft de motor de voorkeur aan geleidelijkheid boven brute kracht.

De EP801 RS is gebaseerd op de klassieke EP801-motor (85 Nm, 600 W, 2,7 kg), maar de software beperkt bewust de ondersteuning om een rijgevoel te bieden dat dichter bij dat van een traditionele fiets ligt. Het pedaalgevoel is daardoor bijzonder natuurlijk.

De motor kan afhankelijk van de fabrikant worden gecombineerd met verschillende batterijen, meestal tussen de 540 en 800 Wh. Hij beschikt niet over een echte universele range extender; elk merk ontwikkelt hiervoor een eigen oplossing. Instellingen kunnen worden aangepast via de E-Tube Project-app, waarmee onder meer de ondersteuningsprofielen gepersonaliseerd kunnen worden.

Samengevat:

  • Koppel: 85 Nm
  • Maximaal vermogen: 600 W
  • Gewicht: 2,7 kg
  • Batterijen: afhankelijk van het fietsmerk (540 tot 800 Wh)
  • Range extender: afhankelijk van het fietsmerk
  • Personalisatie: goed (E-Tube)

Op het terrein

De Shimano EP801 is vrijwel uit het straatbeeld verdwenen en het is de oudste motor in deze vergelijking. We hebben hem hier getest op een van de fietsen waarop hij vandaag de dag nog het meest logisch is: de Orbea Rise, die zich op de grens bevindt tussen lichte e-mountainbikes en full power-modellen. Op zo’n fiets, die ruim onder de 20 kg duikt, kan een motor met minder koppel en vermogen dan zijn concurrenten nog steeds gemakkelijk z’n plek vinden.

Qua pure prestaties (getest op een geasfalteerde helling van 20%) staat hij duidelijk op de laatste plaats. Maar dat is niet waar je naar zoekt op een Rise, noch met een Shimano EP801-motorblok. Wat hij te bieden heeft, is soepelheid en discretie. Maar let op, niet echt zoals de Giant, die duidelijk meer daadkracht heeft dankzij een hoger koppel. Hier moet je eraan denken om een hoge trapfrequentie aan te houden; het is een ondersteuning die een actievere aanwezigheid van de berijder vraagt, omdat de motor het werk nooit echt in jouw plaats zal doen.

Als je het gevoel van een klassieke fiets en het sportieve karakter van het trappen op de pedalen wilt behouden, maar met een extra ondersteuning die je helpt om verder en hoger te gaan, of om jouw ritten te volbrengen ondanks een conditie die niet meer is zoals toen je 20 was, dan is dit een ondersteuning die bij je kan passen.

We kijken desondanks reikhalzend uit naar de opvolger van de EP801-motor, want het huidige blok mist toch wat spierballen en is ook luidruchtiger dan de concurrentie (en dat voor een motor die zich discreet noemt). Bovendien is de elektronische aansturing nauwelijks geëvolueerd en ontbreekt het momenteel aan verfijning ten opzichte van de concurrentie, die enorm is vooruitgegaan (dit was een van de sterke punten van de EP8 bij zijn uitkomst, maar hij is sindsdien ingehaald en voorbijgestreefd).

Verdict

Op een lichte fiets zoals de Orbea Rise kan de Shimano EP801 zijn plek nog verantwoorden. Maar op andere fietsen die minder gericht zijn op een laag gewicht en sportiviteit, is hij vandaag de dag duidelijk achtergebleven bij de concurrentie. We hebben het dan niet alleen over zuivere prestaties, maar over het algehele rijcomfort en de verfijning van de elektronische aansturing. Hoewel cijfers niet alles zeggen, begint de leeftijd zijn tol te eisen en wordt het tijd dat Shimano met een opvolger komt als ze in de race willen blijven.

Conclusie: welke e-mountainbikemotor moet je vandaag kiezen?

 

Op papier lijkt het antwoord zonneklaar: de Avinox M2S verplettert de concurrentie. Maar in de praktijk ligt het antwoord wat genuanceerder. Laten we duidelijk zijn: Avinox heeft een uitstekende motor gemaakt die krachtig, compact en erg stil is. Dankzij de compacte batterijen kunnen er elektrische fietsen mee worden ontworpen met een verfijnd design dat steeds meer lijkt op dat van klassieke fietsen zonder trapondersteuning. Maar wat de technische fiches ook mogen doen vermoeden, de concurrenten behouden sterke troeven en liggen niet zo ver achter. Bovendien valt er aan de softwarekant bij Avinox nog wat vooruitgang te boeken om het niveau van de besten te bereiken. Het is dan ook geen toeval dat we zo graag op de Orbea Wild LT mountainbike reden, die was uitgerust met een geherprogrammeerde Avinox-motor die in zijn standaardconfiguratie begrensd was tot 750 Watt …

Bosch blijft duidelijk een referentie, met een motor die door opeenvolgende kleine aanpassingen sterk is geëvolueerd. De Performance CX wordt met de tijd steeds beter, dankzij de opeenvolgende updates. Zeker, met zijn vermogen van 750 W kan hij op een hele steile geasfalteerde klim niet tippen aan de Avinox, maar is dat het belangrijkste? Bij gemengd mountainbikegebruik blijft hij zeer krachtig, vooral dankzij zijn reactievermogen en zijn zeer dynamische maar goed controleerbare karakter. Dit maakt hem erg prettig en efficiënt in steile en technische passages waar je controle en vermogen moet zien te combineren.

Maar per slot van rekening is degene die zich in deze test het meest compleet toont, de Specialized 3.1 die te vinden is op de verschillende uitvoeringen van de Levo. Ondanks zijn bescheidener specificaties is dit de enige die de Avinox van katoen geeft tijdens de klimtest op vermogen. En bovenal slaagt hij erin om op het gebied van verfijning in het elektronische beheer — wat aan de perfectie grenst — nog net een tikkeltje beter te scoren dan de Bosch. Wat jammer dat zijn batterij de schuine buis van de Levo visueel zo omvangrijk en zwaar maakt.

De Giant-motor is op zijn beurt zacht, soepel en prettig in het dagelijks gebruik. Maar in tegenstelling tot de motoren van Bosch, Avinox en Specialized — die zowel zo zacht als een lammetje kunnen zijn als scherp als een wolf die op zijn prooi springt — mist de SyncDrive naar onze smaak wat pit om echt te overtuigen.

Wat de Shimano betreft: deze blijft echt achter bij de concurrentie. Qua koppel en vermogen weliswaar, maar hij begint vooral qua geluid en de verfijning van de elektronische aansturing zijn leeftijd te tonen.

Deze test heeft ons ook laten voelen wat we voor de toekomst zouden willen. En dat is duidelijk niet meer vermogen. Volgens ons is een maximaal vermogen tussen de 750 en 1000 W ruim voldoende en vooral echt bruikbaar in het terrein. Daarboven lijkt het ons duidelijk niet nuttig, omdat je moeite hebt om de fiets onder controle te houden en het zelfs niet meer prettig is. Het beste voorbeeld is de Boost-modus van de Avinox M2S: in het begin en op de parkeerplaats geweldig om indruk te maken op je vrienden, maar die je daarna in de praktijk nog maar heel, heel zelden gebruikt. Hetzelfde geldt voor het koppel: boven de 100/120 Nm wordt de fiets moeilijk te beheersen en wordt het rijplezier niet meer verbeterd, maar juist verslechterd.

Dus, wat we zouden willen, is dat de cijferwedloop stopt en dat motorenfabrikanten ergens anders naar kijken om de prestaties te verbeteren. We willen geen motoren van 1500 of 2000 W vermogen, gekoppeld aan batterijen van meer dan 1000 Wh om een min of meer redelijke actieradius te behouden. Wat we vooral zouden willen, is dat ze met kleinere motoren komen die bij hetzelfde vermogen minder verbruiken. Dat zou het mogelijk maken om het formaat van de batterijen te verkleinen en dus hun gewicht te verminderen, om uiteindelijk lichtere, wendbaardere en nog prettigere full power e-mountainbikes te krijgen. De e-bikemarkt bevindt zich op een keerpunt; dit is het moment om de juiste keuzes te maken om die bocht goed te nemen.

Door Adrien Protano