Test nieuw | Scott Genius ST 2023: de magische formule?

Techniek
3 November 2022 — Léo Kervran
Vijf jaar, dat is heden ten dage een ongewoon lange levensduur voor een fiets als we de evolutie van de geometrie in ogenschouw nemen. Dit is echter hoelang de laatste generatie van de Scott Genius, die in 2017 werd gepresenteerd voor het volgende seizoen, zal hebben standgehouden. Een eeuwigheid! Naar zijn opvolger werd uiteraard reikhalzend uitgekeken, vooral na de laatste evoluties van de Spark, en op zo'n populair model had Scott ook niet echt ruimte voor fouten. We mochten hem in première ontdekken in het Italiaanse Aostadal en het minste wat we kunnen zeggen, is dat er veel te zeggen valt over alles wat er te zien is ... en nog meer over wat er niet te zien is!

Als we het over Scott hebben, is het moeilijk om niet in de eerste plaats aan de Spark te denken. Dankzij Nino Schurter en consorten heeft deze kleine full-suspension een indrukwekkende staat van dienst en is hij uitgegroeid tot de voortrekker in het gamma van het Zwitserse merk op het gebied van de filosofie achter een fiets, het concept en het design.

Als men echter de evolutie van Scott via één model moet samenvatten of meten, moet men zich echter naar de Genius wenden. Deze werd gelanceerd in 2003 – vijf jaar voor de Spark – en duidt perfect de geschiedenis van Scott. In zijn vroege jaren was de Genius een crosscountry georiënteerde fiets (met reeds een aanpasbare vering die de Twinloc voorafging) die al in zijn eerste seizoen de wereldtitel XC Marathon behaalde in de handen van Thomas Frischknecht.

Toen was hij beschikbaar in een RC- of MC-versie (Marathon Concept), maar vanaf de tweede generatie zou hij zich definitief richten naar de disciplines trail en all mountain. We schrijven dan het jaartal 2009. Al snel volgde er een LT-versie met een langere veerweg (2011) en een 27,5″ (2012), maar het was pas in 2017 dat hij echt vernieuwd werd, met de komst van de derde generatie die we tot nu kennen.

20 jaar oud en nu pas aan de vierde generatie toe, slechts weinig fietsen kunnen hetzelfde zeggen! Dat wil wat zeggen over het tijdloze karakter van de Genius. Na de release van de nieuwe Spark vorig jaar (lees: Presentatie & test | Scott Spark 2022: de genialiteit van integratie) verwachtte iedereen dat het nadien eindelijk de beurt zou zijn aan de Genius om van gezicht te veranderen. Doordat zijn kleine broertje meerdere versies kent, was het wel gissen of de nieuwe Genius eerder zachtjes gestoord zou worden (Test | Scott Spark 910: tot in het oneindige en verder) of toch wat serieuzer zoals de Scott Spark 900 SuperTrail.

Genius 900 of Genius ST?

Worden we een beetje verwend? De integratie van de demper in het frame springt het meest in het oog (ook al is hij verborgen), maar de nieuwe Genius heeft nog meer te bieden.

Net als de Spark, waarbij het inmiddels een gewoonte is, is ook deze vierde generatie van de Genius verkrijgbaar in meerdere uitvoeringen, twee in dit geval: de Genius 900 en de Genius ST. Let op, ST betekent hier niet een korte veerweg zoals je al snel verkeerdelijk zou kunnen denken, maar wel SuperTrail! Met andere woorden, een uit de kluiten gewassen versie van de Genius zoals we die kennen. Een beetje zwaarder ook, maar ontworpen om te voldoen aan de eisen van de meest ervaren bikers.

Wat verandert er? Beide versies zijn gebaseerd op hetzelfde frame en bieden exact dezelfde veerweg: 150 millimeter achter en 160 millimeter voor. Het verschil wordt gemaakt in de keuze van de onderdelen en in de eerste plaats van de veringen. De Genius 900-familie is gebaseerd op de Fox Nude 5T-demper (of een X-Fusion Nude 5 RLX) die we al hebben gezien op de nieuwste Bold Linkin (lees: Test nieuw | Bold Linkin 2022: de opinieleider?) en op de gebruikelijke TwinLoc met een 3-positie lockout voor de vork en de demper.

Op de Genius ST daarentegen regelt de TwinLoc alleen de demper. Als gevolg hiervan hebben we recht op een meer geavanceerde vork: een Fox 36 Grip2, Ohlins RXF 36 TTX Air of RockShox Lyrik RC, afhankelijk van het model. Deze vorken zijn niet voorzien van een lockout maar beschikken over meer geavanceerde instellingen dan de vorken op de Genius 900. Ook de demper is anders, aangezien we hier profiteren van een model met een cilinder gebaseerd op de Fox Float X en speciaal ontworpen voor Scott: de Fox Float X Nude. Ten slotte is ook het onderstel aangepast, zowel wat betreft de wielen (sterker) als de banden (meer noppen).

De filosofie achter de fietsen is als volgt: de 900 moet ultraveelzijdig zijn, gemakkelijk af te stellen en uitstekende prestaties leveren bij het trappen (in de historische geest van de Genius) terwijl de ST meer de nadruk legt op prestaties bij het afdalen, met name door meer geavanceerde en nauwkeurigere instellingsmogelijkheden bij de veringen.

Integratie, meer dan een trend

We kunnen er niet omheen, ook bij deze nieuwe Genius werd de demper in het frame geïntegreerd! Dit was bijna onvermijdelijk nadat de Spark al omgebouwd werd en Scott van integratie zijn stokpaardje van het moment heeft gemaakt, zelfs op de elektrische modellen (zie: Test nieuw | Scott Patron eRide: een spelletje verstoppertje).

Deze Genius is nu nog meer de grote broer van de Spark. De architectuur van de ophanging is anders (we komen hier op terug), maar de demper zit wel op dezelfde plaats en gebruikt hetzelfde concept voor de link, waardoor de lijnen van het frame sterk gelijkend zijn. In profiel zijn de buizen net iets dikker, zodat de volumineuzere demper erin past.

Het mag ingewikkeld lijken, maar in feite is integratie een bijna natuurlijke evolutie voor deze fietsen, zoals Charles Moreau, een van de “vaders” van de Spark, ons uitlegde bij zijn lancering: “Bij Scott geloven we in de plaatsing van de demper langs de zitbuis omdat het een effectieve oplossing is, zowel vanuit structureel oogpunt als qua verlaging van het zwaartepunt. Toen we dit concept steeds verder wilden pushen, konden we zien dat de demper alsmaar dichter bij de zitbuis kwam te liggen of op een bepaald moment zelfs bijna in de buis zat op de Genius en de Ransom die hetzelfde ophangingsprincipe delen. Maar we bereikten de grenzen van het concept en we begonnen onze toevlucht te nemen tot meer mechanische oplossingen om de demper nog meer te verlagen. De demper in het frame integreren was een logische volgende stap.”

Onder de schuine buis heb je toegang tot de demper en de knoppen om deze in te stellen. Ten opzichte van de Spark werd het luikje herzien en opent deze nu met een druk op de knop in plaats van door een halve draai. Dit is veel gemakkelijker in gebruik, maar het vereist ook wat meer aandacht bij het terugplaatsen. Je moet de tijd nemen om ervoor te zorgen dat het mechanisme goed wordt afgesloten.

De integratie stopt niet bij de vering. Ook vooraan werd er aandacht aan geschonken, vooral op de high-end modellen die profiteren van de Syncros Hixon iC-cockpit uit één stuk. Kabels en leidingen verdwijnen er rechtstreeks in het frame via de spacers en de headset, zoals tegenwoordig de mode is.

Waar we bepaalde structurele voordelen kunnen toegeven (het is niet nodig om dicht bij de stuurbuis gaten in het frame te boren en dus deze gebieden te versterken), toch zijn we er niet echt van overtuigd dat deze voordelen opwegen tegen de moeilijkheden die dit systeem veroorzaakt (afstellen van de hoogte van de stuurpen, het traject van de leidingen en het onderhoud). Niettemin moet worden erkend dat het in het geval van Scott inconsequent zou zijn om dit niet te doen na al het werk aan de achterwielophanging.

Het frame van de nieuwe Genius is verkrijgbaar in drie versies: HMX, HMF en Alloy. De eerste is geheel in high-end carbon: er zijn maar liefst 677 stuks carbon nodig om het frame te vormen! Het is gereserveerd voor de twee meest exclusieve modellen en het gewicht van het frame wordt aangekondigd op 2295 gram inclusief alle bouten, maar zonder de demper. Op de HMF-modellen wordt iets minder hoogwaardig carbon gebruikt en een aluminium achterdriehoek. Dit zorgt voor 500 gram extra op de weegschaal. Ten slotte is de Alloy, zoals de naam al doet vermoeden, de volledig aluminium versie. Scott gaf ons geen gewicht mee voor deze laatste, maar zegt: “Het frame had lichter kunnen zijn, maar dat zou de afwerking of de stijfheid in gevaar hebben gebracht.”

De afwerking? Ja, want Scott heeft speciale aandacht besteed aan zijn aluminium Genius om er niet alleen een meer betaalbare versie van te maken dan de carbon versie, maar om er een echt high-end aluminium frame van te maken. Integratie, vorm, kabelgeleiding: alles werd gedaan om het aluminium Genius-model zoveel mogelijk op de carbon versies te laten lijken. En dat is geen geringe prestatie met de geïntegreerde demper. Dit alles ook zonder de identiteit van dit materiaal te verloochenen, zoals blijkt uit deze prachtige Genius 940 in een ruwe aluminiumkleur, met een afwerking die alleen bedoeld is om de fiets gemakkelijk schoon te maken.

Bij de praktische details merken we dat eenmaal in het frame de leidingen niet van het ene naar het andere uiteinde worden geleid, maar (zoals elders te zien) door schuimbuizen lopen die aan de wanden zijn gelijmd. Op het luikje van de schuine buis staat boven de druktabel voor de demper een schema gegraveerd dat dient gevolgd te worden om de juiste kabel of leiding door de juiste schuimbuis te leiden. Goed gezien! De bescherming van de liggende achtervork werd licht gewijzigd om zowel de liggende als staande achtervork beter te bedekken.

Op of in het frame is geen locatie voorzien om een tooltje weg te stoppen. We kunnen ons voorstellen dat een opbergvakje structurele problemen zou hebben opgeleverd met de opening die al voor de schokdemper is voorzien, maar er zijn niet eens nokken onder de bovenbuis aanwezig zoals bij bepaalde merken wel het geval is. Scott vertrouwt volledig op het aanbod van bidonhouders van Syncros (inclusief tooltjes) en ook al ontkennen we niet dat dit goed gezien is, toch vinden we het jammer dat men de zaken wat forceert op deze manier.

De kettinggeleider werd geïntegreerd in het belangrijkste draaipunt, maar blijft in de hoogte verstelbaar volgens de grootte van het kettingblad. De hendel van het achterwiel verbergt nog steeds een Torx T25, een T30 en een 6 millimeter inbussleutel, maar werd enigszins herzien om het gebruik van deze 3 sleutels goed toe te laten. We herinneren ons dat het met de vorige versie onmogelijk was om op sommige vorken de as van het voorwiel los te schroeven.

Vering: een winnend team verander je niet (te veel)

We vertelden je iets eerder al dat de veerweg achteraan op 150 millimeter blijft, maar vooraan toeneemt tot 160 millimeter, en dat op de twee families van de Genius (900 en ST). En ook al zit de demper nu verborgen in het frame, toch is het nog steeds een 4 bar linkage van het type Horst Link die de architectuur van de ophanging verzorgt.

Scott legt ons uit dat de oude Genius-ophanging een zeer goede basis was waar men niet veel aan moest veranderen. “We behielden dezelfde progressie, ongeveer 21%, maar met een meer lineaire vorm voor meer coherente en constante sensaties tijdens de veerweg.”

In rood de vorige Genius, in blauw/groen de nieuwe.

De anti-squat neemt daarentegen toe met zo’n 20% ten opzichte van het oude model bovenaan en in het midden van de cassette en iets meer op de kleinste tandwielen. In cijfers geeft dit een sag van 105 tot 130%, afhankelijk van het tandwiel waarop je je bevindt, met aan het einde van de slag een sag van ongeveer 80 en 90%. Dit is meer dan bij de vorige generatie en zou de fiets wat dynamischer moeten maken, zowel bij het trappen als bij het afdalen, waar hij speelser zou kunnen zijn. Let op: deze opmerkingen gelden voor de demper in de open stand. Door zijn werking beïnvloedt de TwinLoc de hoogte van het bottom bracket en dus de positie van de ketting en daarmee de anti-squat.

In dit onderwerp moeten we je meer vertellen over de nieuwe Fox Float X Nude-demper voor de Genius ST. Deze werd speciaal voor deze fiets ontwikkeld en is zo belangrijk dat een ingenieur van het Amerikaanse merk speciaal voor deze lancering uit de VS is afgereisd om hem in detail aan ons voor te stellen en onze vragen te beantwoorden.

Van links naar rechts: de Float X Nude van de Genius ST, de Nude 5T van de Genius 900, de Nude TR van de vorige Genius (modellen 900 en 910) en de Float DPS die we ook zagen op de vorige Genius (modellen 930 en daaronder).

De technische basis is die van de standaard Fox Float X (het reservoir is opvallend identiek) en dit is niet anekdotisch: dit betekent dat ondanks alle aanpassingen die hij heeft ondergaan, deze demper zal profiteren van de verbeteringen die Fox in de toekomst kan ontwikkelen voor de Float X. De specifieke positionering (ondersteboven, alleen toegankelijk van onderaf) en de compatibiliteit met de TwinLoc (of TracLoc, wanneer deze alleen op de demper werkt) die Scott wilde, hebben echter tot herziening van veel dingen gedwongen. Twee draaiknoppen verplaatsen en een lockout voor een kabel integreren (veel meer dan dat in werkelijkheid, we houden het simpel) lijkt eenvoudig, maar als je erover nadenkt besef je dat er binnenin heel wat gewijzigd diende te worden.

Uiteindelijk heeft de Fox Float X Nude een iets groter totaal volume dan de klassieke Float X, wat hem een ​​iets meer lineair gedrag geeft in de open stand. Je kunt echter altijd tokens toevoegen om het einde van de slag te bepalen.

Wanneer de TracLoc in de tussenpositie wordt geplaatst, blijft de compressie open maar worden eventuele tokens kortgesloten om de grootte van de positieve kamer en dus van de veer te verkleinen. Hierdoor hebben we iets minder veerweg beschikbaar (60% of 90 millimeter) en is de sag zwakker, waardoor het algemene gevoel stugger is. In de Climb-modus behouden we de positie met de ‘kleinere’ veer en sluiten we ook de compressies, wat een stuggere lockout geeft dan op de klassieke Float X, waar de blokkeerhendel alleen op de compressies inwerkt.

En hoe wordt de sag geregeld? Met een in het frame verborgen demper kun je, onvermijdelijk, de zuigerstang en dus de sag indicator niet zien. Hier doe je dit ter hoogte van de link. We zetten de pijl op de nul, we stappen op de fiets en de pijl zal door het gewicht verschuiven naar de juiste sag. Je kunt rustig afstappen om deze af te lezen, want de indicator valt niet terug. Het is bijna praktischer dan op een klassieke vering!

Geometrie

Terug naar een meer klassiek onderwerp als de geometrie. De oude dateerde al uit 2017 en dus was het heel normaal dat deze op de nieuwe Genius zou worden aangepast. Een van de grootste veranderingen is de toename van de reach met 10 (maat XL) tot 25 millimeter (maat S). De zitbuishoek wordt 2 graden rechter, terwijl de zitbuis zelf 30 tot 50 millimeter korter werd. Goed nieuws voor mensen met kleine benen, want hierdoor kun je een zadelpen met een grotere drop monteren!

De balhoofdhoek wordt een halve graad vlakker naar 64,5° … althans in theorie. Deze afmeting is inderdaad die van het kale frame, maar de fietsen worden verkocht met een balhoofd met omkeerbare cups (+ 0,6° / – 0,6°). Op de Genius ST zal de balhoofdhoek daarom 63,9° aangeven, terwijl dit op de Genius 900 65,1° zal zijn. Voor alle carbon modellen wordt echter ook de “standaard” versie van de cups (0°) geleverd.

De liggende achtervork wordt dan weer 2 millimeter langer, maar blijft wel op alle maten even lang. Het bottom bracket zakt met 4 millimeter, maar blijft daarmee binnen de gebruikelijke afmetingen.

Het gamma

We haalden al eerder aan dat de Genius 2023, net als zijn voorgangers, in 3 materialen verkrijgbaar zou zijn. Aan de top van het assortiment staat de full carbon HMX die gereserveerd is voor de Genius 900 Ultimate (11999 euro) en Genius ST 900 Tuned (10999 euro).

Daaronder biedt het HMF-frame een carbon voordriehoek (met vezels met een lagere modulus dan de HMX) en een aluminium achterdriehoek. Het is het meest gebruikte frame in het assortiment, aangezien het te vinden is op de Genius 910 (7499 euro) en 920 (4999 euro) en de Genius ST 910 (7499 euro), evenals op de damesmodellen Genius Contessa 920 en Genius Contessa ST 910.

Het Alloy-frame is dan weer voorbehouden voor de Genius 930 (4499 euro), Genius 940 (3799 euro) en Genius ST 920 (4999 euro). Scott specificeert ook dat deze prijzen “niet volledig vastliggen en kunnen veranderen door de huidige ongemakken.”

Genius ST 900 Tuned: de eerste test

In het Italiaanse Aosta, met zicht op de Mont Blanc, krijgen we twee dagen om met de nieuwe Genius op pad te gaan. Knipoog of niet, hier had Scott in 2017 ook de lancering van de vorige generatie georganiseerd.

We hadden er de mogelijkheid om zowel de Genius 900 Ultimate als de Genius ST 900 Tuned te testen, maar het was vooral de tweede die ons interesseerde. Op papier voldoet hij aan al onze vereisten en pareert hij de kritiek die we in het verleden hadden geformuleerd, maar is dat in de praktijk ook zo?

Deze Tuned-versie is uitgerust met een Fox 36 Grip2 Factory-voorvork, de nieuwe Fox Float X Nude-demper, Shimano Deore XT 4-zuigerremmen en Sram X01 Eagle AXS-aandrijving. Alleen de bandenkeuze roept een paar vragen op: Scott koos voor een Maxxis DHF en Dissector in 29×2.6 met een Exo-karkas. Dit laatste lijkt een beetje licht in vergelijking met de capaciteiten van de fiets, maar we geven het toch een kans.

Dit model huldigt eveneens de tweede generatie van de Syncros Revelstoke 1.0-wielen in (aangekondigd op 1650 gram). De vernieuwde velg moet een ​​beetje gewicht besparen en meer tolerantie bieden omdat de oude bijzonder stijf waren. Tweede generatie ook van de Syncros Hixon iC-cockpit, die zijn hoeken enigszins ziet evolueren.

Zoals altijd beginnen we met een klim en hier wacht ons een mooie warming-up van 700 meter, eerst op een schotterweg, dan op een singletrack met enkele mooie technische passages. Historisch gezien zijn de prestaties bij het trappen op de pedalen altijd een van de sterke punten van de Genius geweest en het duurt niet lang voordat we beseffen dat de nieuwkomer een eerbetoon is aan zijn afkomst.

Het gewicht mag dan een beetje zijn toegenomen ten opzichte van het oude model, zelfs nog wat meer in deze ST-versie (aangekondigd op 13,2 kilogram of + 600 gram), de TracLoc-blokkering doet wonderen om hem dynamisch te maken. TracLoc en niet TwinLoc, omdat het alleen de blokkering van de demper betreft. De hendel is echter hetzelfde en het principe ook.

Het stuk op de schotter wordt dan ook in (zeer) goed tempo afgewerkt en we komen al snel in de meest technische delen. Ook hier heeft de Genius niets van zijn klimkunsten verloren. De ophanging is ontgrendeld om iets meer sag te hebben, de grip maakt indruk en je moet echt heel steil terrein opzoeken om tegen de limieten van de fiets (en je benen) te botsen.

De Genius is bergop dus nog steeds een Genius en dat is goed nieuws, maar hoe zit het bergaf? Het is toch vooral daar waar deze SuperTrail-versie zou moeten opvallen?

Het eerste wat ons opvalt op de snelle maar niet per se technische paden die door de bergweiden slingeren, is een speelser karakter. Deze Genius ST 900 Tuned nodigt uit tot excentriciteiten waar zijn voorganger al tevreden was om de ideeën van zijn piloot te “volgen”. We maken er dankbaar misbruik van en laten ons gaan.

De redenen hiervoor zijn te zoeken bij de wijzigingen aan de achterwielophanging, maar de vork heeft misschien een nog groter deel van de verantwoordelijkheid in dit speelsere rijgedrag. Met de Grip2-cartridge is het evenwicht van de fiets veel beter en veel voorspelbaarder zonder afbreuk te doen aan de grip, in tegenstelling tot de Fit4 die je dwingt te kiezen. Resultaat: we zitten beter op de fiets, het front blijft hoger en we raken vooraan minder vaak uit balans.

Deze Genius SuperTrail is echter niet veeleisender. Het kost natuurlijk wat meer tijd om de vering aan te passen, maar eens dat gebeurd, is de fiets nog steeds net zo nauwkeurig en veilig wanneer de trails moeilijker worden. Het is nog steeds een Scott, een fiets die gemakkelijk te hanteren is … behalve dat hij nu recht in de ogen kan kijken van de beste dalers in de categorie, zoals de Santa Cruz Hightower. De meest gevorderde rijders zullen het waarderen dat er meer geavanceerde instellingen beschikbaar zijn om het gedrag van de fiets beter aan te passen aan de trails van de dag.

Heeft hij grenzen? Misschien zijn we er de volgende dag dichtbij geweest, wanneer we in het tegenoverliggende Pila gingen rijden. Op de zeer snelle, bijna DH-achtige paden met geulen en grote drops die soms uit het niets tevoorschijn kwamen, werkten de vork en geometrie nog steeds zo efficiënt dat we graag een meer enduro-gerichte achtervering hadden gehad. Niet dat dit het doel is van deze Genius … maar het toont wel zijn potentieel!

Het enige echte nadeel zijn, zoals we hadden verwacht, de banden. Op de zeer stoffige ondergrond ontbrak het ons duidelijk aan grip en precisie en niemand wil een “fuzzy” voorwiel hebben bij het indrukken van de vering of bij het remmen. We moeten hen wel de eer bewijzen dat er geen lekke band te betreuren viel, maar een stijver karkas zou nog steeds welkom zijn geweest om te proberen deze breedte te benutten zoals het hoort. Of beter nog, minimaal een 2.4/2.5 met Exo+-karkas, of zelfs een DoubleDown aan de achterkant om bij Maxxis te blijven.

De 2.6 met Exo-karkas is misschien geschikt voor een bepaalde groep rijders, maar Scott presenteert deze ST-versie als een machine ‘gericht op downhill-prestaties’ (voor een Genius natuurlijk) en in deze context verdient de fiets betere banden.

Met deze SuperTrail-versie lijkt de Scott Genius eindelijk zijn volledige potentieel te benutten. We hebben het gevoel dat hij de gebreken van de oudere generatie heeft opgelost en dat hij overkomt als de ideale mountainbike. Geometrie, vering en stijfheid zijn er perfect op aangepast, in combinatie met een beperkt gewicht waarmee je lang kunt klimmen en met minder “mini DH”-gedrag dan op de moderne enduro’s. De algemene constructie van het frame is voer voor discussie sinds Scott integratie heeft opgenomen in het design en zal zeker niet iedereen bevallen, maar het moet worden erkend dat het een erg mooi staaltje werk is. We hopen dat we over een tijdje een volledig testverslag kunnen brengen, of misschien een face-to-face met de Genius 900!

Meer info via scott-sports.com

Foto’s: Scott / Thomas Weschta & Daniel Geiger