Test | Acht paar mountainbikeschoenen om comfortabel te knallen

Dossiers Techniek
23 October 2019 — Jurgen Groenwals

Comfortabel, licht en duurzaam … gesteld dat je ons vraagt wat voor ons de belangrijkste criteria zijn waaraan een mountainbikeschoen moet voldoen, zou dat wel eens onze top drie kunnen zijn. De afgelopen maanden wisselden wij vaker van schoenen dan de gemiddelde ‘schoenen-influencer’ op Instagram. Onze bevindingen van deze schoenenstrijd delen we hier graag met jullie.

Heb je er al eens bij stilgestaan dat je eigenlijk door middel van slechts drie contactpunten met je fiets verbonden bent? Je bips op je zadel, je handen aan het stuur en je voeten op de pedalen. Daarmee moet je het stellen, moet je klimmen, dalen, om obstakels sturen, drops nemen en over trails vliegen. Hoeft het verder nog betoog dat schoenen daarbij dus van het allergrootste belang zijn?

Van boven naar beneden

Wanneer je een schoen even van naderbij bekijkt, kan je eigenlijk stellen dat deze uit vier grote onderdelen bestaat: er is de bovenkant van je schoen, een sluitsysteem, een binnenzool en een buitenzool. Met die vier grote onderdelen wordt tegenwoordig naar hartenlust geëxperimenteerd. Kekke kleurtjes, een verscheidenheid aan sluitsystemen, harde of zachte zolen, leder of plastic als materiaal … je roept het maar. Maar omdat je fietsschoenen een rechtstreekse impact hebben op je fietsprestaties is het van belang de juiste keuze te maken.

Bovenstuk

Het bovenstuk van de schoen moet comfortabel genoeg zijn om zelfs na urenlang misbruik nergens vervelend pijnlijke knelpunten op te leveren. Tegelijkertijd moet dit onderdeel sterk en duurzaam zijn en voldoende plaats bieden om een efficiënt sluitsysteem te plaatsen. De meeste schoenfabrikanten maken gebruik van synthetische stoffen, polyester of kunstmatige alternatieven voor leder als materiaal, waarbij polyurethaan heel erg vaak gebruikt wordt. 

Sluitsysteem

Je gewone schoen voor dagdagelijks gebruik doet het waarschijnlijk met veters. Kijk je echter naar de hier geteste schoenen dan merk je als sluitsysteem zowat overal een boa-sluiting op, al dan niet aangevuld met een velcrostrip. Zoals steeds zijn er aan elk systeem voor- en nadelen. Veters zijn eenvoudig, gaan onderweg niet stuk en doen ze dat toch, dan biedt een eenvoudig touwtje reeds een oplossing. Je voet perfect omsluiten met een vetersysteem blijft echter een moeilijke oefening. Dan ben je beter af met een boa-systeem, al dan niet aangevuld met buckles en/of een velcrostrip. Een goed geplaatste boa – een systeem met draaiknoppen en kunststof kabeltjes – stelt je in staat je schoen perfect rond je voet te laten aansluiten. Nadeel aan het boa-systeem is dat het nogal kwetsbaar is, een slechte val op een van de draaiknoppen zou wel eens het einde van je rit kunnen betekenen. 

Binnenzool

De binnenzool is iets wat vaak over het hoofd wordt gezien. De meeste fabrikanten leveren om extra comfort toe te voegen, eerder zachte binnenzolen. Maar, je moet je even de vraag stellen of het veel zin heeft om een erg stijve en harde buitenzool in carbon te gebruiken wanneer die krachtoverbrenging in het gedrang wordt gebracht door een dikke en zachte binnenzool. Voor een optimale krachtoverbrenging kies je ofwel voor een dunne binnenzool, ofwel, en nog beter, voor op maat gemaakte binnenzolen. Op maat gemaakte binnenzolen zorgen voor een directe krachtoverbrenging en kunnen dit – afhankelijk van je wensen – combineren met de juiste mate van comfort. Een op maat gemaakte binnenzool verbetert je fietspositie en brengt je knieën mooier in lijn. In deze test hebben we ons beperkt tot de door de fabrikant meegeleverde binnenzolen.

Buitenzool

Voor crosscountry-gebruik wordt er bijna uitsluitend met stijve en harde buitenzolen in carbon gewerkt. Enkel op die manier gaat er geen spatje krachtoverbrenging verloren. Nadeel aan die stijve, harde en gladde zolen is dat ze behoorlijk onbuigzaam zijn en dat wandelen dus niet evident is. Rij je een marathon waarin bijvoorbeeld flink wat draagpassages zijn opgenomen, is het misschien niet onverstandig een schoen met een zachtere rubber- of nylonzool te nemen, die zijn iets flexibeler dan carbonzolen. In deze test – waarin het om crosscountry-schoenen gaat – hebben alle schoenen een carbon buitenzool. Hoe stijf de buitenzool is, wordt aangeduid door een ‘stiffness index’. De index wordt vaak aangeduid op een schaal tot tien, waarbij alles boven acht als een erg stijve schoen, geschikt voor crosscountrygebruik beschouwd kan worden. Schoenen met een lagere ‘stiffness index’ zijn wat zachter, wat zijn impact heeft op de krachtoverbrenging maar wel maakt dat je er wat makkelijker mee kan wandelen. Echter, er bestaat geen standaard in deze ‘stiffness index’. Zo claimt Specialized op sommige van haar schoenen een ‘stiffness index’ van dertien.

Extraatjes die er een mountainbikeschoen van maken

Dat een mountainbikeschoen in vergelijking met een wegschoen nog wel een paar extra vereisten kent, is geen groot nieuws. We denken hierbij voornamelijk aan een verstevigde tip en hiel. Stoot je onderweg tegen een obstakel of vliegt er al eens een steen tegen je hiel, is het maar net zo aangenaam dat die plaatsen extra beschermd worden.

Noppen en rubber stukken rondom maken dat je – indien nodig – ook een stukje kan wandelen. Echt wandelen, niet dat ongelukkig geschuifel van wegwielrenners. En nu het toch over wandelen gaat, een stevige omsluiting van de hiel is in deze ook bijzonder belangrijk.

We hebben acht paar schoenen op onze schoenentestbank gelegd. Dat betekent schoenen bestuderen, wegen, aan- en uittrekken, plaatjes monteren en vooral kilometers maken. Zoek geen verklaringen of bedoelingen in de volgorde, die is gewoon alfabetisch.

Maak je keuze in het menu hieronder>>>